1) Alternatieve therapieën bij
kanker: welke zijn er?
1) Alternatieve therapieën bij
kanker: welke zijn er?
In wetenschappelijke termen zijn alle behandelingen die niet
wetenschappelijk zijn getoetst volgens wetenschappelijke normen, gerandomiseerd
en dubbelblind, alternatief.
In de volksmond echter
worden alle behandelingen die niet door een reguliere arts worden ondersteund,
als alternatief bestempeld. Terwijl bijvoorbeeld weinig of geen chemokuren
naar wetenschappelijke normen voldoet aan de eisen om regulier en bewezen te
worden genoemd.
Men test cytostatica
(chemo) bv. bij niet gezonde mensen ; maar om ze goed te testen zou je moeten
loten en de even nummers wel en de oneven nummers geen cytostatica moeten
geven (=randomisatie); dubbelblind kan niet, omdat een placebo geen
bijwerkingen heeft (een nepgif heeft immers weer een eigen scala van
bijwerkingen en kan ethisch niet); je weet altijd of je wel of geen placebo
krijgt (je bemerkt wel of geen bijwerkingen). Bovendien wordt gerandomiseerd
onderzoek lang niet altijd met goede eindpunten (sterfte op termijn ed)
uitgevoerd. Overigens heeft recent onderzoek aangetoond, dat het placebo
effect bij vage klachten behoorlijk is (bijvoorbeeld ten aanzien van
hoofdpijn), maar dat het bij meer specifieke klachten heel gering is of zelfs
verwaarloosbaar (Uit Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde) ; lees ook de
inleiding van de literatuurlijst van dokter Valstar
nog eens ; duidelijk is dat door deze bevindingen de status van gerandomiseerd
niet dubbelblind onderzoek verhoogd wordt). Toch
worden chemokuren nooit genoemd bij de alternatieve methoden. In onze ogen lijkt
dit terecht omdat chemo zich wel 'bewezen' heeft als een goede hulp bij
kankerbestrijding.
Als we praten
over alternatieve behandelingen bij kanker dan komen we snel terecht op heel
uiteenlopende zaken. Van een bezoek bij een 'medium als Jomanda', magnetiseurs,
bidseances tot dieëten en voedingssupplementen. Iedereen hoort wel eens via via
dat er ergens weer iemand wonderbaarlijk is genezen. Maar vaak zijn dat verhalen
en ontbreken de bewijzen. Althans die hebben de vertellers dan niet bij de hand.
Geen scans, bloedonderzoeken e.d. Wij spreken op deze site dan ook liever van
aanvullende dan van alternatieve therapie als we het hebben over aanvullende
vitamines, mineralen en andere natuurlijke kankerremmers. Daarvoor zijn namelijk
wel een aantal onderzoeksresultaten en wetenschappelijke bewijzen voorhanden.
(Zie o.a. pagina's
literatuurlijst en
voeding en onderzoek)
2) Resultaten en
gevaren
De basis voor een aanvullende therapie is: de behandeling is
afgeleid van succesvolle experimenten in celkweken, bij dieren en vooral daarna
bij mensen. Indien alleen bij mensen individuele spectaculaire resultaten worden
gemeld, dan zijn deze nog steeds ten alle tijde (door desgewenst door u gekozen
onafhankelijke deskundigen) te controleren. Het is niet voldoende als men deze
bewijskracht of wetenschappelijke controle alleen zeer stellig suggereert.
Toelichting: In de alternatieve
geneeskunde ziet men soms dat een patiënt vroeger bij minder ernstige kwalen een
bepaalde methode met succes heeft gekozen. Als deze persoon dan later plotseling
kanker krijgt kan de schrik en vervolgens de angst voor een lijdensweg extreem
verlammend zijn, net als de angst voor medische ingrepen.
Het lijkt een troost als een al lang vertrouwde of simpele
therapie -die men in de basis al kent - en die voldoende begrip en steun toont,
dan uitkomst lijkt te bieden. Het kan dan soms onterecht de hoofdtherapie worden
en er zijn gevallen bekend dat men om deze redenen zelfs op fatale wijze
belangrijke operaties afwees of te lang uitstelde.
Soms beweren alternatieve behandelaars dat opgegeven mensen
via hen genezen of sterk verbeterd zijn, en dat hiervan de bewijzen door
deskundigen uitvoerig zijn gecontroleerd. Zoals gezegd dienen dit soort
bewijzen, indien gewenst in het bijzijn van door u te kiezen medische
deskundigen, altijd bij alle betrokkenen nog steeds persoonlijk te controleren
te zijn. Dit geldt ook indien de therapie een spirituele achtergrond heeft, in
een ver land wordt toegepast of gebaseerd is op zeker nog niet algemeen erkende
begrippen, zoals chakra's, yin/yang, kosmische straling, bloementherapie, een
beschermengel, enzovoort. Prima allemaal, wie heeft de wijsheid in pacht, maar
dan wel graag openlijk echt te controleren via betrouwbare resultaten, en dit
zijn simpel te verkrijgen overtuigende gegevens zoals sterk afgenomen
tumormarkers in het bloed, officiële scans van genezen personen, enzovoort.
Tegenwoordig simpel te tonen via het Internet. Vaak ontbreken deze resultaten
bij kritische controle. Ook een enkel spectaculair genezen geval kan nog geen
100% basis zijn, doordat extreem zeldzaam, in circa 1 op de honderdduizend
gevallen, totale genezing van ernstig vergevorderde kanker kan optreden (dit
heet spontane regressie of spontane remissie). Over spontane regressie is een
Duitse televisiefilm beschikbaar "Wunder sind möglich" Unerklärliche Heilung bei
Krebs, een film van Monika Kirschner. Een videokopie is aan te vragen bij
Deutsche Krebshilfe, Thomas-mann-str. 40, 53111 Bonn. Tel. 0049 (0) 228729900.
Kosten 15 Dm.
Interessante
nieuwe theorieën, hoe wetenschappelijk spectaculair of simpel dan ook, die
alternatieven nogal graag willen opstellen, moeten met voldoende
literatuurreferenties te onderbouwen zijn voordat ze basis voor toepassing
kunnen zijn. Immers, men kan nu al putten uit een poel van vele honderdduizenden
gepubliceerde medische onderzoeken, te raadplegen via internet naar de relatie
voeding, suppletie en kanker, waaronder uitermate waardevolle die men vaak niet
kent en dus ongekend even aan de kant schuift!
Men zou
zo'n bronnenonderzoek dus altijd van te voren moeten kunnen tonen, inclusief
vermelding van de literatuur. Men is dan ook uiteraard verplicht tegenargumenten
tegen de eigen methode eerst zelfstandig zeer grondig door te nemen en voor te
leggen aan onpartijdige deskundigen.
Meestal, helaas,
kun je dit alles gevoeglijk vergeten. U zult begrijpen dat er veel alternatieve
methodes zijn die men zeker bij kanker beter kan mijden.
3) Conclusie
Wees gerust uitermate kritisch, zowel bij het positieve als
negatieve alternatieve nieuws, want jammer genoeg zijn er veel krachten die het
gefundeerde, langzaam opbloeiende bewijs dat voeding en suppletie een plaats
heeft naast reguliere therapie, door allerlei alternatieve excessen lijken te
maskeren. Hierdoor wordt de neiging bij sommige reguliere artsen om alles, ook
het zeer waardevolle, op een grote hoop van kwakzalverij te willen gooien alleen
maar versterkt. Van gemotiveerde bonafide alternatieve artsen mag men
daarentegen verwachten dat ze er alles aan zullen doen gedegen bewijsmateriaal
voor hun theorieën en resultaten te willen verzamelen.
Onze ervaringen met voeding en suppletie van vitamines en
andere natuurlijke kankerremmers zijn dermate positief dat we ervoor hebben
gekozen daarover op deze site u te informeren. En bovendien blijken er voldoende
en opmerkelijke aanwijzingen, zelfs een honderdtal onderzoeken en
wetenschappelijke bewijzen te zijn, die er op wijzen dat voeding en suppletie
bij kanker wel degelijk bijzonder positieve resultaten oplevert. Zie
literatuurlijst
en
voeding en onderzoek. Maar niet
alleen voeding en suppletie verdient aandacht op deze pagina, ook alternatieve
operatietechnieken zoals R.F.A., of nieuwe vormen van vaccinatie enz. enz.
enz. Want alles wat nog niet voldoet aan wetenschappelijk bewijs is in
principe alternatief.
Hoewel we dus uitermate kritisch staan tegenover al die
'verhalen' willen we wel enkele behandelwijzen noemen die steeds terugkeren in
de verhalen van mensen. Maar wij zijn geen arts en kunnen en mogen geen medisch
advies geven en raden u aan in alle gevallen een arts of medisch deskundige te
consulteren. Wat niet wegneemt dat kennis nemen van verschillende
alternatieve/aanvullende behandelingen beslist de moeite waard kan zijn.
Print desnoods de informatie die u aanspreekt uit en neem het mee naar uw
arts/oncoloog. Of verwijs ze naar deze site. Maar op alles op deze site is
onze disclaimer van toepassing en nogmaals voor alle duidelijkheid we geven dit alleen ter informatie en
absoluut niet als advies en het is aan
ieder persoonlijk wat die ermee doet. Deze pagina is o.i. nooit compleet en we
zullen regelmatig actuele vindingen en ontwikkelingen aan deze pagina
toevoegen. Zoals hier de informatie over Mastika een
natuurlijk middel als doder van de Heliocobacter pylori vaak de oorzaak van
ziekte van Crohn en maag- en darmkanker.
4)Mastic gum (mastika) laat maagzweren verdwijnen en voorkomt
maagzweren, maar lijkt ook goed in bestrijding van maag- en darmkanker
en ziekte van Crohn.
d.d. 25 augustus 2003:
Al in 2001 vonden onderzoekers aan de universiteit van Nottingham Engeland dat mastic gum, een stofje gemaakt van een plantje dat alleen op de Griekse eilanden groeit, maagzweren voorkomt en geneest. Mastika zoals het ook wel in de Nederlandse volksmond wordt genoemd doodt de bacterie Heliocobacter pylori, vaak verantwoordelijk voor ziekte van Crohn en
maag- en darmkanker. Hieronder een abstract van het studieverslag van de onderzoekers uit Nottingham en meerdere artikelen uit Engelse en Ierse kranten die de werking en oorsprong van mastika beschrijven zijn te vinden op de website
www.mastika.com
Mastic Gum Kills Helicobacter pylori.
Source: New England Journal of Medicine.
Farhad U. Huwez, M.R.C.P., Ph.D.
Barnet General Hospital, Barnet, Herts EN5 3DJ, United Kingdom
Debbie Thirlwell, B.Sc., Alan Cockayne, Ph.D.,
Dlawer A.A. Ala'Aldeen, Ph.D., M.R.C.Path.
University Hospital, Nottingham NG7 2UH, United Kingdom
To the Editor:
Even low doses of mastic gum -- 1 g per day for two weeks -- can cure peptic ulcers very rapidly, but the mechanism responsible has not been clear. We have found that mastic is active against Helicobacter pylori, which could explain its therapeutic effect in patients with peptic ulcers.
Mastic is a resinous exudate obtained from the stem and the main leaves of Pistacia lentiscus. It is used as a food ingredient in the Mediterranean region. Clinically, mastic has been effective in the treatment of benign gastric ulcers (1) and duodenal ulcers. (2) In rats, mastic showed cytoprotective and mild antisecretory properties. (3) We assessed the antibacterial properties of mastic against H. pylori.
The H. pylori strains NCTC 11637 (a standard reference strain) and six fresh clinical isolates (three were sensitive and three were resistant to metronidazole) were maintained by passage on 7 percent horse chocolate blood agar or in IsoSensitest broth (with 5 percent fetal-calf serum) at 37°C in a microaerobic atmosphere (6 percent oxygen and 5 percent carbon dioxide in nitrogen).
Mastic was prepared as a stock solution in ethanol at a concentration of 50 mg per milliliter and diluted in the broth culture (containing 107 cells of H. pylori per milliliter) for a final concentration ranging from 0.0075 to 1.0 mg per milliliter. Ethanol was added to control cultures at appropriate concentrations. The cultures were incubated, 10-µl aliquots were obtained and seeded on agar plates at various times for up to 48 hours, and the minimal bactericidal concentrations (the minimal concentration of drug required to kill 99.9 percent of the organisms in the medium after overnight incubation) were determined.
Mastic killed the H. pylori NCTC 11637 strain and the six clinical isolates (reduction in the viable count by a factor of 1000) irrespective of the organism's level of susceptibility to nitroimidazoles. The minimal bactericidal concentration at 24 hours for all strains that were studied was 0.06 mg of the crude mastic per milliliter. At lower concentrations, bacterial growth was still significantly inhibited, with a clear postantibiotic effect even at the lowest concentration used, 0.0075 mg per milliliter. Mastic induced clear ultrastructural changes in the organism, as demonstrated by transmission electron microscopy (data not shown).
These results suggest that mastic has definite antibacterial activity against H. pylori. This activity may at least partly explain the anti-peptic-ulcer properties of mastic. (1,2) Examination of the anti-H. pylori effect of the various constituents of mastic, which have been recently identified, (4) may pinpoint the active ingredient. Mastic is cheap and widely available in Third World countries; therefore, our data should have important implications for the management of peptic ulcers in developing countries.
References:
1. Huwez FU, Al-Habbal MJ. Mastic in treatment of benign gastric ulcers. Gastroenterol Japon 1986;21:273-4.
2. Al-Habbal MJ, Al-Habbal Z, Huwez FU. A double-blind controlled clinical trial of mastic and placebo in the treatment of duodenal ulcer. J Clin Exp Pharm Physiol 1984;11:541-4.
3. Al-Said MS, Ageel AM, Parmar NS, Tariq M. Evaluation of mastic, a crude drug obtained from Pistacia lentiscus for gastric and duodenal anti-ulcer activity. J Ethnopharmacol 1986;15:271-8.
4. Papageorgiou VP, Bakola-Christianopoulou MN, Apazidou KK, Psarros EE. Gas chromatographic-mass spectroscopic analysis of the acidic triterpenic fraction of mastic gum. J Chromatogr 1997;769:263-73.