1)
Fighting Cancer: The new breaktroughs
2) Trials van probioticium bij darmkanker
Zoals u wellicht in onze statuten hebt gelezen (zie doelstellingen Stichting Gezondheid Actueel) hebben wij met onze stichting als doel naast het geven van onafhankelijke informatie ook het promoten van onderzoek naar veelbelovende aanpak van kanker. Op de pagina onderzoek en voeding en literatuurlijst houden we u op de hoogte van zoveel mogelijk binnen- en buitenlandse wetenschappelijke onderzoeken, die zijn gedaan of worden gedaan naar de effecten van voeding/suppletie, maar ook reguliere methoden op kanker.
Bij een aantal artsen/wetenschappers achter deze site bestaan plannen om zelf ook, vanuit deze site, onderzoek te stimuleren en zo mogelijk zelf te starten. Zij denken daarbij vooral aan darmkanker. Om twee redenen: het is een veel voorkomende vorm van kanker en het is een kanker waar de verwachting dat voeding een rol speelt relatief groot is. De betrokken artsen/wetenschappers denken daarbij aan de vermindering van het voorkomen van stoffen die kanker kunnen veroorzaken.
Voorbeelden daarvan zijn biogene aminen, indolen (1), ammonia (2).
De aanwezigheid van sommige van zulke stoffen wordt mede bepaald door voeding. Verkeerde voeding kan het voorkomen van deze stoffen versterken en andere verminderen. In een eerste trial zouden de artsen/wetenschappers dit mechanisme willen meten, om in een volgende trial de klinische effecten daarvan te bepalen. Alles in een keer wordt waarschijnlijk te duur.
De eerste contacten daarover zijn al gelegd en Stichting Gezondheid Actueel zal dit plan verder ondersteunen en begeleiden waar mogelijk. Wij houden u uiteraard op de hoogte hoe alles verder verloopt.
(2) Hambly RJ ea Nutrition and Cancer, 27, 3: 250-5 (1997) Effects of High- and Low-Risk diets on gut microflora associated biomarkers of colon cancer
Heeft u ideeën suggesties en /of kontakten die ons kunnen helpen? Zoudt u zo´n onderzoek een klein beetje willen sponsoren? Mail ons.
3) Appelschillen
goed tegen kanker
Vorig jaar meldde de Volkskrant het onderstaande bericht met daaronder een vervolgbericht:
Volkskrant 24 juni 2000
In de bijlage Wetenschap van de Volkskrant van zaterdag 24 juni wordt melding
gemaakt van een onderzoek dat heeft aangetoond dat een extract van appelschillen
de vermeerdering van kankercellen in een reageerbuis verminderd. Dit wordt
verklaard door het feit dat in 100 gram ongeschilde appel (Red Delicious) 290
milligram fenolzuren en 142 milligram flavonoiden zitten (antioxidanten).
Geschilde appels blijken volgens de onderzoekers minder effect te hebben op de
remming van kanker dan ongeschilde appels. Dit onderzoek is gepubliceerd in
Nature van 22 juni jl. en verricht door onderzoekers van de afd.
voedingswetenschappen aan de Cornell-universiteit in Ithaca (New York), aldus de
Volkskrant.
Afgelopen zaterdag d.d. 30 juni 2001 meldt de Volkskrant het volgende:
Dr. Mohamed Awad promoveerde met een onderzoek naar de kankerremmende functie van appelschillen. Volgens Awad zit er in de schil de grootste concentratie van quercetine, catechines en anthocyaan, stoffen die volgens het Amerikaanse onderzoek aan de Cornell-universiteit het beschermende effect aantonen tegen kanker. Al deze stoffen behoren tot de flavonoïden, een grote groep natuurlijke geur- , kleur- en smaakstoffen in groenten en fruit. In het lichaam maken deze stoffen agressieve moleculen onschadelijk en voorkomen zo o.a. hart- en vaatziekten en kanker. Aldus de Volkskrant.
Awad ontdekte dat genoemde stoffen verhoogd kunnen worden door appels meer kleur te laten krijgen. Dit betekent dat appels die hoog in de boom groeien waar ze veel licht en zon krijgen meer de genoemde stoffen bevatten dan appels van beneden aan de boom in de schaduw. Het verschil bedraagt soms twee keer zoveel flavonoïden in appels uit de zonkant dan uit de schaduwkant van de boom.
Zo meldt de universiteit van Wageningen waar Awad promoveerde dat er ook een groot verschil zit tussen verschillende appelrassen. In bv. Jonagold zit 40% meer flavonoïden dan in Elstar. In Wageningen, op de afdeling het Plantaardig praktijkonderzoek, de werkgever van Awad, wordt al uitgegaan van een fikse subsidie om appels te kweken met nog meer flavonoïden. Awad keert binnenkort terug naar Egypte en breidt zijn ondersoek uit naar fruit als mango's, druiven en guaves.
4)
Dr. Weil dieet
5)
Essiac en kanker
6)
Codex Alimentarius
7)
Middel tegen zenuwpijnen
8)
Gevolgen chemo bij jeugdkanker
Donderdag 12 oktober 2000.
De Volkskrant brengt op de voorpagina het bericht dat in zeven ziekenhuizen poliklinieken zijn opgericht om onderzoek te doen bij volwassenen die vroeger behandeld zijn tegen jeugdkanker. Uit een kleiner onderzoek is gebleken dat heel veel mensen, nu ze volwassen zijn, schadelijke effecten ervaren van behandelingen met chemo en bestraling die ze vroeger hebben gehad.
De klachten variëren van schade aan organen, onvruchtbaarheid, hormoonstoornissen, extrreme vermoeidheid en in veel gevallen van andere nieuwe kanker krijgen. Van de 660 patiënten die zijn onderzocht de afgelopen jaren heeft volgens kinderoncoloog H.
Caron, verbonden aan het Amsterdamse Emma kinderziekenhuis, 70 % ernstige gezondheidsklachten. In 1996 is PLEK (Polikliniek Late Effecten Kindertumoren) opgericht. Nu wordt in alle ziekenhuizen met een kinderoncologische afdeling dit onderzoek uitgevoerd.
Noot redactie:
Voor ons onvoorstelbaar dat dit soort onderzoeken nu pas plaats vinden. In boeken en op internetsites kun je lezen dat dit soort effecten 30 jaar geleden al bekend waren. (zie o.a. onze pagina kanker en boeken
bv. Questioning Chemotherapy van Ralph Moss) En niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen. En de wetenschappers maar beweren dat ze zulke goed resultaten hebben met chemo en bestraling. En artsen die wat verder kijken dan hun neus lang is publiekelijk veroordelen tot kwakzalvers.
O.i. schandalig. Nou ja, een reden te meer om als kankerpatiënt kritisch te blijven kijken naar een eventuele behandeling. Informeer goed zouden we zeggen.
9. Geen haaruitval meer bij
chemo?
10.
Haaienkraakbeen en kanker
Lung Cancer
11.
Simontontherapie bij kinderen gratis aangeboden
Hierbij verzoek ik jullie om onderstaande oproep op te nemen op jullie, fantastische website.
12. Houtsmuller geen kwakzalver
13
Kankersterfte laatste 50 jaar gelijk gebleven
14
Genezende werking van lijnzaadolie
Ingestuurd door Andrè Klijstra juni 2000
Andrè beweert dat het gebruik van lijnzaadolie genezende kracht heeft o.a. tegen kanker. In Amerika wordt het wel het
"flax miracle" genoemd of vloeibaar goud!
Lijnzaadolie staat inderdaad bekend als goed voor de gezondheid. O.a de Duitse Professor Johanna
Budwig, die zo'n veertig jaar geleden heeft ontdekt dat lijnzaadolie kankerremmend zou werken en waar het Budwigpapje naar is genoemd. (zie Uitgangspunten van Houtsmullerdieet
voor recept). Een andere aanhanger van lijnzaadolie is de Canadees Udo Erasmus met zijn boek Fats that
kill, fats that heal. Dit boek is ook in het Nederlands verkrijgbaar.
Noot redactie:
Nadere informatie zegt dat lijnzaad zelf een aanrader is (innemen VERS GEMALEN in elektrische koffiemolen van hele lijnzaad) en bevat veel belangrijke
prelignanen, die het lichaam omzet in enterolacton en enterodiol (zie Orthomoleculaire Koerier, 75, pag. 15-16, 1999.). Daarnaast bevat lijnzaad de olie, met alfa-linoleenzuur (zie onze pagina medische termen
).
Dit is belangrijk, maar daarnaast WEL omega-3 vet uit vis (pesticidevrij) wel degelijk blijven gebruiken (allebei omega-3 maar toch anders)! Wel opletten: lijnzaadolie NOOIT verhitten, en ALTIJD innemen samen met extra anti-oxydanten zoals vit.
E! Deze informatie hebben we uit de Orthomoleculaire Koerier gehaald.
15.
Kankeronderzoek naar borst- en
baarmoederhalskanker faalt
Het Algemeen Dagblad komt vrijdag 17
november met het alarmerende bericht dat vroegtijdig onderzoek naar met name
baarmoederhalskanker en borstkanker op vele fronten faalt. Zo stelt het AD dat
in veel gevallen een onderzoek grote spanningen en twijfels oproept bij mensen.
Wat niet opweegt tegen de zekerheid van de uitslag. Want in een aantal gevallen
komt het voor dat reeds enkele maanden na een uitslag van geen kanker mensen
toch worden geconfronteerd met kanker. De reden zou zijn dat het onderzoek niet
exact aan kan geven of er sprake is van kanker enz. Vooral bij jonge vrouwen is
volgens het AD een grote marge van betrouwbaar of onbetrouwbaar. Bovendien
garandeert een vroegtijdig opsporen van kanker in veel gevallen geen zekerheid
van genezen. Alles aldus het AD.
Noot redactie:
we willen bij dit bericht toch enige nuancering aanbrengen. O.i. gebruikt het AD
nogal een sensationele berichtgeving die niet helemaal klopt met de
werkelijkheid. Wat wij elders lezen en weten is dat een vroegtijdige opsporing
van borstkanker en baarmoederhalskanker wel degelijk een grotere kans op
genezing geeft. Bovendien plaatst het AD een brief van een vrouw waar een foute
diagnose voor veel angst en verdriet heeft gezorgd. En dat is uiteraard te
betreuren, maar we veronderstellen dat tegenover het verhaal van die enen vrouw
vele andere verhalen van vrouwen staan die wel gerustgesteld zijn en/of blij
waren dat ze vroegtijdig aan een behandeling konden beginnen. Het gevaar is nu
dat de Nederlandse bevolking zich afkeert van dit onderzoek. En of dat
verstandig is lijkt ons te op z'n minst prematuur op basis van èèn artikel in
het AD.
16. Sterfte aan kanker in 1996 bij mannen minder, bij vrouwen meer.
Uit de jaarlijkse cijfers van de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC) blijkt dat in het jaar 1996 minder mannen kanker kregen en het aantal nieuwe kankergevallen bij vrouwen stabiel is gebleven. De volgende informatie is gebaseerd op de publicatie zoals die is gedaan via de site van het VIKC: http://www.ikc.nl/vvik/index?/vvik/kankerregistratie/kr-cijfers
Onderstaande cijfers gelden voor het jaar 1996:
In 1996 werden in Nederland volgens het VIKC 65.000 nieuwe gevallen van kanker geregistreerd, 34.000 bij mannen en 31.000 bij vrouwen. Bij ca. 7.000 personen was er sprake van een recidief (deze mensen hadden al eerder kanker gehad). 58.000 mensen kregen voor het eerst kanker. 37.000 mensen overleden aan kanker.
Mannen kregen vaker kanker dan vrouwen: 4,5 op de 1000 mannen kreeg kanker, tegen bijna 4 op de 1000 vrouwen. 2,7 op de 1000 mannen stierven ten gevolge van kanker, tegen 2,1 van de 1000 vrouwen.
65 procent van de vrouwen en 75 procent van de mannen met kanker was 60 jaar of ouder. 9 procent van de mensen die voor het eerst kanker kregen in 1996 waren jonger dan 45 jaar. Iets meer dan 400 kinderen tot 15 jaar kregen kanker. Daarvan waren acute leukemie en kanker in het centrale zenuwstelsel het meest voorkomend.
Volgens de gegevens van het VIKC heeft een man in Nederland 39% kans heeft om gedurende het leven kanker te krijgen, voor een vrouw is die kans iets lager, namelijk 33%.
Veel voorkomende vormen van kanker
De hoge kankersterfte bij mannen werd vooral veroorzaakt door longkanker. 6900 mannen kregen in 1996 longkanker. Dat is 20 procent van het totale aantal mannen met kanker. Wel wordt opgemerkt dat dit een vermindering is ten aanzien van eerdere jaren. Dit komt volgens het VIKC doordat mannen vanaf de eindjaren zestig beduidend minder zijn gaan roken. Daar staat tegenover dat bij vrouwen longkanker en kanker in het mond- en keelgebied relatief sterk is gestegen. Dit wordt geweten aan het emancipatie proces van vrouwen in diezelfde jaren zestig en zeventig. Zij zouden juist meer zijn gaan roken en ook meer alcohol zijn gaan gebruiken.
Bij vrouwen werden 1.900 gevallen van longkanker vastgesteld, 6% van het totale aantal.
Borstkanker was in 1996 met 10.000 nieuwe gevallen de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Bij vrouwen vormde deze aandoening bijna een derde van het totale aantal. Maar ook longkanker (8800), darmkanker (8350) en prostaatkanker (6400) zijn veelvoorkomende kankersoorten.
Zie onze pagina kankersoorten voor nieuwste behandelingen bij darmkanker, prostaatkanker en borstkanker en met name ook wat voeding en suppletie kan bijdragen aan het genezingsproces. Inforamite over longkanker inmiddels ook op de site , maar zie ook literatuurlijst en zoek via zoekmachine op die pagina naar referenties op longkanker.
Volgens het VIKC kunnen voor borstkanker bekende risicofactoren slechts 30% van alle gevallen verklaren. Door VIKC genoemde factoren zijn: borstkanker in de familie (ca. 5% is erfelijk), kinderloosheid, eerste voldragen zwangerschap op latere leeftijd, eerste menstruatie op jongere leeftijd, late overgang en overgewicht na de overgang. We willen daaraan toevoegen dat bij borstkanker ook voeding (vet en koemelk) een rol schijnt te spelen te spelen in het krijgen ervan. Zie pagina onderzoek en voeding.en kankersoorten
Darmkanker komt het meest voor bij mensen ouder dan 60 jaar. Vrouwen krijgen het gemiddeld op hogere leeftijd dan mannen. De kans op darmkanker hangt volgens het VIKC waarschijnlijk samen met voeding.
De toename van prostaatkanker over de laatste jaren is volgens het VIKC voor het grootste deel te verklaren door uitgebreidere toepassing van diagnostische tests. De vergrijzing speelt eveneens een rol; prostaatkanker komt vooral voor bij oudere mannen. De oorzaken van prostaatkanker staan niet vast. Een klein deel is genetisch bepaald en er lijkt ook een verband te zijn met Westerse eet- en leefgewoonten. Dit laatste kunnen wij bevestigen, zie kankersoorten prostaatkanker en voeding en dan met name het Engelse artikel How big Villain is a Western diet?
Andere veel voorkomende vormen van kanker waren huidkanker (5.200, waarvan 2.050 melanomen), blaaskanker (incl. de urinewegen 2.500) lymfklierkanker (2.400), kanker in het hoofd-halsgebied (2.350) en maagkanker (2.200).
Zie onze pagina kankersoorten voor nieuwste ontwikkelingen bij blaaskanker, voor kanker in mond en keelgebied en maagkanker (een heel bijzondere genezing) op pagina uw verhaal.
Bronnen:
De Nederlandse Kankerregistratie, incidentierapport 1996 (uitgave VIKC)
Feiten & fabels, over kanker in Nederland (uitgave VIKC)
17 NCI doet wetenschappelijk onderzoek naar alternatieve genezingen
en beste reguliere ziekenhuis doet mee aan vijf jaars project
Het meest gerenommeerde medisch centrum van Amerika Het Johns Hopkins Medical Center heeft een speciale afdeling opgericht die onderzoek gaat doen naar aanvullende en alternatieve behandelwijzen bij kanker. Het NCI heeft daarvoor 7,8 miljoen dollar beschikbaar gesteld. Zo worden o.a. trials opgezet om te kijken of bidden helpt voor Afrikaans-Amerikaanse vrouwen bij borstkanker, maar ook worden trials opgezet met PC SPES. Zie informatie daarover op onze pagina kankersoorten onder prostaatkanker. Bovendien zullen assistent-artsen worden opgeleid in alternatieve en aanvullende behandelingen.
Prof. Dr. en Oncoloog Steven Piantadosi zal leiding gaan geven aan dit vijf jaar durende project en zegt daarover: "we hebben een heel team bij elkaar van topartsen en wetenschappers met allemaal zeer veel ervaring in zowel de reguliere oncologie als met alternatieve en aanvullende behandelingen. We zullen met een open blik, maar met een gezonde dosis scepsis de opgezette trials en projecten volgen en beoordelen."
Verder heeft het NCI nog meer projecten op stapel staan zoals onderstaande is gekopieerd van
de website van het NCI:
18.
Ligtsigaretten veroorzaken moeilijker te behandelen longkanker
Lightsigaretten veroorzaken moeilijker te behandelen longkanker. Dit blijkt uit een onderzoek van een aantal Nederlandse artsen in een artikel dat deze maand verschijnt in het Amerikaanse tijdschrift Epidemiology. Het roken van light of mild sigaretten is daarom net zo slecht, zo niet slechter dan het roken van gewone sigaretten.
Longarts dr. N. Zandwijk van het Anthonie van Leeuwen Ziekenhuis licht toe in een artikel in de Volkskrant: wanneer mensen filtersigaretten gaan roken, die minder teer en nicotine bevattn zullen ze dieper gaan inhaleren. Nicotinebehoefte is namelijk de basis van de verslaving, dus de behoefte om te roken is in feite de behoefte aan nicotine. Door de diepere inhalering komen kankerverwekkende teerdeeltjes dieper in de longen terecht, waar zich het schadelijke adenocarcinoom ontwikkelt. Bij 20% van de kankerpatiënten in Nederland wordt de diagnose adenocarcinoom vastgesteld, een slecht behandelbare vorm van kanker. Twintig jaar geleden was dat nog maar 10%. Extra nadeel is dat adenocarcinoom veelal pas in een laat, te laat, stadium wordt ontdekt, aldus longarts Zandwijk. Een andere oorzaak voor de toename van longkanker is dat twintig jaar geleden mensen gemiddeld 15/16 sigaretten per dag rookten. Na de introductie van de light- en mildsigaret is dat gemiddelde per roker gestegen tot 23/24 sigaretten per dag. Ook in Amerika is het aantal adenocarcinoompatiënten gestegen na de introductie van de light- en mildsigaret. Uit NIPO onderzoek blijkt dat 42 procent van de rokers in Nederland uit gezondheidsoverwegingen lightsigaretten is gaan roken, maar nu blijkt dus zonder effecten die in de statistieken zijn terug te vinden.
19.
Wetenschappelijk onderzoek toont falen chemo en bestraling bij
longkanker
Met dank aan Ralph Moss voor onderstaande informatie.
Aanvullende chemo bij bestraling van niet-kleincellige longkanker heeft geen effect op de overlevingsduur of genezing. Aldus de conclusies van wetenschappers van de Eastern Cooperative Oncologygroup gebaseerd op een groot gerandomiseerd onderzoek onder 242 patiënten. Genoemde studie is gepubliceerd in The New England Journal of Medicine op 26 oktober 2000.
242 patiënten ontvingen naast radiotherapie (bestraling) extra chemotherapie. Daarnaast was er een controlegroep van 242 patiënten die alleen radiotherapie kregen. In de groep met als extra chemotherapie (cisplatin en etoposide) was de gemiddelde overlevingsduur 38 maanden. In de groep met alleen radiotherapie 39 maanden.
De officiële conclusie luidt: compared with radiotherapy alone, adjuvant radiotherapy and chemotherapy with cisplatin and etoposide does not prolong survival in patients with completely resected stage II or IIIa non-small-cell lung cancer (N Engl Med 2000;343:1217-22)
Als begeleidend schrijven concluderen twee oncologen, Desmond N. Carney, MD en Heine Hansen, MD dat aanvullende chemotherapie bij patiënten met compleet verwijderde tumoren geen standaard behandeling zal moeten zijn.
Een ander eveneens gerandomiseerd onderzoek toont aan dat post-operatieve radiotherapie bij patiënten zoals hierboven genoemd een contra-indicatie hoort te zijn. Dat bewijst een wetenschappelijk onderzoek bij maar liefst 2.128 patiënten gepubliceerd in The Lancet in 1998 (Lancet 1998;352:257-63).
2.128 patiënten ontvingen na operatie radiotherapie. In een controlegroep ontvingen ontvingen eveneens 2.128 patiënten alleen operatie en geen radiotherapie. De analyse achteraf concludeerde dat de patiënten die ook radiotherapie kregen het risico op overlijden verhoogde met 21%. Het slechtst reageerden patiënten met een longkanker in een vroeg stadium (stage I en II) .
De officiële conclusie zoals gepubliceerd in The Lancet: "Postoperative radiotherapy is detrimental to patients with early-stage completely resected NSCLC (Non-small-cell lung cancer) and should not be used routinely for such patients. ((Lancet 1998;352:257-63).
Noot redactie: We vragen ons af hoeveel Nederlandse ziekenhuizen (artsen) van deze onderzoeken afweten en wellicht toch standaard chemo en bestraling na operatie voorschrijven. Althans dat horen we toch wel van veel mensen met longkanker dat ze deze behandeling wordt aangeboden/geadviseerd. Zie op pagina literatuurlijst wat het effect is van PSK bij longkanker (e.a. kankersoorten).
20.
Groter overlijdensrisico door chemo
Prof.Dr. med. Dietmar Molitor uit Landau maakte op het derde Medizinische Kongress Kornwestheim
"Medizin im Dialog- integratieve Konzepte" bekend dat uit een niet gepubliceerd onderzoek onder Amerikaanse veteranen gebleken is dat van de patiënten die chemotherapie krijgen en ondanks de behandeling sterven dit voor 80% wordt veroorzaakt door de gevolgen van de chemotherapie en niet door hun tumor.
(Erfahrungs Heilkunde 8/2000).
Volgens het artikel "Klinische toepassing van cytostatica" in het Geneesmiddelenbulletin van oktober 1997 heeft chemotherapie bij de meeste gemetastaseerde maligniteiten bij volwassenen een palliatief doel. Palliatieve doelen zijn onder meer het verlengen van het leven of het verbeteren van de kwaliteit daarvan. In de praktijk betekent dit echter dat de kwaliteit van leven ernstig wordt aangetast door de meeste combinaties van chemotherapeutica.
Chemotherapie betekent voor het lichaam naast een ernstige aantasting van het immuunsysteem ook een flinke belasting met giftige stoffen van de chemotherapie zelf en stoffen die vrijkomen na het afsterven van kankercellen en gezonde lichaamscellen.
Chemotherapie kan door beschadiging van het erfelijk materiaal in de cellen,
DNA-schade, ook weer kanker veroorzaken (circa 3% kans).
L. P. Huijsen, arts voor homeopathie en niet-toxische tumor therapie.
Zie ook Voeding en chemotherapie
Bron:
Nieuwsbrief nummer 3, 2000 "Chemotherapie …..en verder?", uitgave van het Nationaal Fonds tegen Kanker, St. Nicolaasstraat 50, 1012 NK Amsterdam, tel. 020-5304933, fax 020-5304930; e-mail:
info@snfk.nl
21.
Groter risico op kanker door zonnebrandcreme
Bron ANP.
Veel zonnebrandcremes zijn volgens een onderzoek van het Instituut voor Farmacologie en Toxicologie van de Universiteit van Zurich mogelijk schadelijk voor de gezondheid.
KOPENHAGEN/ZURICH (ANP) - Drie veel gebruikte stoffen tegen schadelijke
UV-straling zouden wel eens kankerverwekkend kunnen zijn, zo concluderen de
onderzoekers.
De Deense regering heeft op basis van de bevindingen van het onderzoeksteam
besloten veel zonnebrandcremes van de markt te halen. De drie schadelijke
stoffen zouden gemakkelijk opgenomen worden in het lichaam en borstkanker en
een verstoorde hormonenhuishouding veroorzaken, aldus de Deense autoriteiten.
Het draait volgens het Deense ministerie van Milieu om
4-methylbenzilideenkampfer, octyl methoxycinnamate en benzofenon-3.
Het departement onderzocht 68 soorten zonnebrand en heeft vastgesteld dat in
60 procent daarvan de verdachte stoffen zit, zo meldde de Deense televisie
dinsdag.
Volgens de lijst die het departement op internet heeft gezet, zouden onder
meer bepaalde producten van de merken Biotherm, Elizabeth Arden, The Body Shop
en Nivea Sun de schadelijke stoffen bevatten. De autoriteiten roepen de Deense
detailhandel op producten die op de internetlijst als schadelijk worden
betiteld uit de schappen te halen ( www.miljoestyrelsen.dk/Kemi/UV-liste.htm).
De meeste Deense apothekers en winkels hebben volgens het persbureau Ritzau
meteen gehoor gegeven aan de oproep van het ministerie.
22.
Co-enzym NADH tegen chronische vermoeidheid
Arts/bioloog en orthomoleculair arts Drs. E. Valstar hiermee geconfronteerd daarentegen stelt:
NADH wordt verstrekt aan mensen die leiden aan het chronische vermoeidheidssyndroom, maar wordt ook aanbevolen bij kankerpatiënten, ook door de grote anti-oxidant werking van het middel. Deze informatie heb ik gehaald uit een informatieklapper in de Daniël den Hoed Kliniek, genaamd: 'Integrale zorg voor patiënten met kanker'. Daarin uitgebreid beschreven hoe dit middel werkt enz. Wie een exemplaar van deze klapper wil hebben kan contact opnemen met de Daniël den Hoed. Zie nuttige adressen.
Bij de betere reformzaak en natuurapotheken te verkrijgen
ref="#top">![]()
23. Conferentie
ziekte, zingeving en ziel en internationale conferentie Hospital as a
temple
Op vrijdag 19 oktober vindt in het Ionagebouw in Driebergen (t.o.v. station Driebergen) de conferentie Ziekte, Zingeving en Ziel plaats. Aansluitend volgt dan op zaterdag 20 en zondag 21 oktober de internationale conferentie Hospital as a temple plaats. Zie verder ook bericht op deze pagina over workshop voor vrouwen met kanker door Grace Gawler.
Deze conferenties worden georganiseerd in gezamenlijkheid door het Forum Gezondheidszorg/Davidshuis en het Bristol Cancer Help Centre en het Scientific and medical network UK.
Bekende sprekers zijn o.a.:
Prof. dr. Tjerk Huppes, hoogleraar informatie technologie, oprichter van de Stichting Assagioli (www.hetbehoudenhuys.nl), nadat hij zelf geconfronteerd werd met een vergevorderde kanker en daar toch mee leerde leven. Samen met Dr. Rob Wesdorp maakte Tjerk de CD-Rom 'Met kanker kun je leven'.
Rosy Daniel MD. Phd. 'Holistic Medical consultant' was tot 1999 algemeen directeur van het Bristol Cancer Help Centre. Misschien wel het bekendste en oudste, maar in ieder geval de meest gerespecteerde kliniek die zich toelegt op integratie van aanvullende en alternatieve behandelingen bij kanker. En daarmee al meer dan twintig jaar opmerkelijke resultaten mee hebben. Rosy Daniel is verbonden aan de onderzoekscommissie van de 'UK Breast coalition' en lid van de redactieraad van de WHO journal 'Cancer strategy'. Rosy Daniel schreef o.a. de boeken 'Healing foods' (1996) en 'Living with Cancer' (2000)
Ellen van der Riet werd op haar dertigste geconfronteerd met borstkanker. het gevolg was een reis over de paden van de reguliere, de complementaire en de psychisch/sociale gezondheidszorg. Later ging zij op zoek naar de zin van het leven en het vinden van haar innerlijke weg.
Verder ook: Drs. Bastiaan Baan, auteur van verschillende boeken over meditatie en spiritualiteit, Prof. Guus van Montfoort, o.a. directeur Zorg Zilveren Kruis Achmea, Dr. Henk van der Steeg, lid van bestuur en medisch directeur van het Diakonessenhuis te Utrecht/Zeist/Doorn, Prof. dr. Theo Wiggers, chirurg en oncoloog in het Academisch Ziekenhuis te Groningen en voorheen werkzaam in de Daniël den Hoed in Rotterdam o.a. als drijvende kracht achter de Tweede meningen kliniek aldaar en Dr. Hans Simons, voorzitter van de Raad van bestuur van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn.
Voor het programma van zaterdag en zondag kijk dan op www.hospitalasatemple.nl
Voor
wie wat meer wil lezen is misschien het verslag van de heer Herbert Erkelens
van de conferentie van 1995 met Ian Gawler enz. interessant te lezen: http://www.geneeswijzen.net/hspaat/hosp95n#3
Het doel van de vrijdagconferentie wordt als volgt omschreven in de brochure c.q. inschrijfformulier dat u aan kunt vragen via telefoonnummer: 0343-511520:
Het doel van deze conferentie is aandacht te geven aan de niet-lichamelijke aspecten van de zorg voor de mens met kanker: de zorg voor de geest en ziel, zowel in als buiten ziekenhuizen
Voor vrijdag, tijdsduur conferentie van 9.00 uur tot 18.15 uur, vragen we speciale attentie voor de forumdiscussie: hoe kunnen aanbieders van zorg bijdragen aan het helen van kanker naar lichaam, geest en ziel?
Er is een programma onderdeel van Ellen ter Riet en Dr. Bart van der Lugt, directeur van het Davidshuis met als titel: levenslessen van kanker.
Een programma onderdeel met Dr. Rosy Daniel: Illness, meaning and soul. The evolution of integrated approaches in Cancercare.
En 's ochtends wordt er geopend na stilte en muziek met de presentatie van de CD-Rom 'Met kanker kun je leven' door Tjerk Huppes.
Verder zijn er twee workshops op vrijdag:
Workshop I The impact of self-help- Technics upon survival, -the hopes, the science, the techniques door Dr. Rosy Daniel
Workshop II: Zorg voor zorgenden. Baten van aandachtige communicatie tussen verzorgenden en de beleving van de zorg door oncologiepatiënten. Door vijf verschillende Nederlandse mensen.
24.
Vitamine C en DNA schade
Ook vitamine C expert Prof. dr. Aalt Bast van de Universiteit van
Maastricht is niet onder de indruk van de bevindingen uit Pennsylvania. Prof.
Bast zegt in de Volkskrant van afgelopen zaterdag (16 juni 2001): "dat
vitamine C en andere anti-oxidanten zoals beta-carotene en vitamine E mogelijk
schade kunnen veroorzaken aan het DNA is al langer bekend. Maar de Amerikaanse
groep heeft alleen gekeken naar een bepaalde concentratie van vitamine C in
het bloed. Het zou interessant zijn na te gaan wat andere en hogere
concentraties zouden veroorzaken. Wellicht zou dan weer wel de beschermende
werking worden aangetoond, aldus Bast. Ook prof Blair zegt in de Volkskrant: " Uit epidemologische studies
blijkt dat groenten en fruit kankerbeschermend werken. Dat veel eten van
groenten en fruit resulteert in hoge concentratie vitamine C in het bloed en
vitamine C dus kanker voorkomt blijkt echter een te simpele redenering. De
mechanismen zijn complexer. Bovendien betreft het hier reageerbuisproeven. In
levende cellen spelen veel meer zaken een rol. En dat vitamine C kanker
veroorzaakt is veel te kort door de bocht, aldus Blair. Hoogstens wordt hiermee dus een aanwijzing gegeven dat vitamine C als
alleenstaande stof niet zo'n kankerremmend effect zou hebben dan vitamine C in
combinatie met andere stoffen. Hieronder het nieuwsbericht zoals we dat van de site van de American Association For The Advancement Of Science
haalden. Vitamin C Produces Gene-Damaging Compounds, Test-Tube Study In Science Reports
25. Nederlandse ziekenhuizen maken erg veel fouten bij
medicijnverstrekking
Bron:
Zorgkrant februari 2002
26.
Chinees natuurlijk middel vermindert tumorgroei en verbetert
overlevingskans indien gebruikt als aanvulling bij chemo en
bestraling
Een vrije vertaling van mij, maar ik ben geen medisch specialist, dus als
ik iets niet letterlijk vertaal moet u me dat niet kwalijk nemen, maar wat
zegt onderstaande studiebeschrijving: Honderd en zeventien patiënten met een kwaadaardige tumor werden behandeld
met chemo en bestraling. 55 patiënten van deze mensen (groep A) kregen als
aanvulling op de chemo en bestraling het middel Fuzheng Baozhen Decoction
toegediend, 30 anderen (groep B) kregen daarbij het middel Zhenqi
Fuzheng Granules naast de chemo en bestraling. 32 mensen (groep C) kregen
alleen chemo en bestraling zonder aanvullende middelen. De cijfers van complete en partiële remissie (teruggang van de kanker)
waren: groep A: 63.6%, groep B: 43.3%, en groep C: 37.5%. De onderzoekers
leggen onderstaand uit dat dit in wetenschappelijke termen significant is, dus
bewezen. Ik weet te weinig van statistiek om dat goed te vertalen, maar voor
wie wil neemt dit mee naar zijn arts/specialist. De onderzoekers hebben de
hele studie getoetst aan een groot aantal muizen die ingespoten waren met een
long adenocarcinoom en ook die studie bevestigde de resultaten getoetst bij de
patiënten. De conclusie van de onderzoekers is dan ook dat het middel Fuzheng Baozhen
Decoction als aanvulling bij chemo en bestraling de tumorgroei stopt, zelfs
doet verminderen en de bijwerkingen van de chemo en bestraling significant
vermindert. Eindconclusie is dat ook de overlevingsduur significant wordt
vergroot met Fuzheng Baozhen Decoction als toegevoegd 'medicijn' bij chemo
en/of bestraling. Het middel Fuzheng Baozhen Decoction is voor zover ons bekend nog niet
leverbaar op de Nederlandse markt, maar voor zowel Zhuling, Kanglaite als dit
middel wordt door ons geprobeerd dit middel toch in Nederland te krijgen. Wij
houden u op deze site daarvan op de hoogte. Onderstaand een samenvatting van het bij Medline gepubliceerde onderzoek.
Zie 135 andere gerandomiseerde onderzoeken naar het effect van
voeding/suppletie bij behandelingen van kanker op de pagina literatuurlijst. RESULTS: Effective rates (CR + PR) of group A, B, C were 63.6%, 43.3%,
37.5% respectively, that of group A was the best (P < 0.05). The survival
quality of life was improved best in group A (P < 0.05). After being
treated, the level of the peripheral blood (WBC, Hb, PLT) of group A was the
highest (P < 0.05); CD3, CD4, NK activity, interleukin-2 were also improved significantly in group A (P < 0.01). Animal experiment
showed CONCLUSIONS: FZBZD inhibited tumor growth and enhanced the effect of radio-
and chemotherapy by improving immune and hematopoietic function, cAMP/cGMP
ratio and stagnating tumor cells in G0/G1 phase.
27.
Canadese
onderzoekers claimen enzym te hebben gevonden dat de
zelfmoordknop aan/uit regelt van kankercellen
Researchers claim 'Holy Grail' Bron: seniorenweb: Aan de Universiteit van North Carolina in de Verenigde Staten zijn deze
maand de eerste klinische tests gestart met een vaccin dat zou kunnen
ingezet worden in de strijd tegen gemetastaseerde of uitgezaaide
borstkanker. Dat meldt het Journal of the American Medicial Association. Het
vaccin bestaat ondermeer uit bepaalde eiwitten die in borstkankercellen
worden gevonden. Bedoeling van het vaccin is het eigen immuunsysteem te
stimuleren waardoor de kankercellen worden gedood. Momenteel zijn 25 patiënten
bij het experiment betrokken dat gedurende twee jaar zal lopen. De onderzoekers hopen met het vaccin vrouwen met geavanceerde borstkanker
te kunnen behandelen waarbij de huidige behandelingsmethoden slechts
tijdelijke verbeteringen oplevert.
29.
Aan/uitknop (telemarese) ontdekt voor zelfmoord kankercellen
Thursday, Nov 22 2001
30.
Wetenschappelijke onderzoekers blijken nauwe banden met
pharmaceutische industrie te hebben blijkt uit onafhankelijk
onderzoek
Nu hebben de laatste tijd ook medische tijdschriften als The Lancet al
hierover gepubliceerd en dit aan de kaak gesteld, maar weinigen in Nederland
zullen weten of dat durven uitspreken. Want alle artsen weten dat bv. alle
academische ziekenhuizen miljoenen guldens krijgen voor de trials die
uitgevoerd worden met chemo enz. bij kankerpatiënten. Elke patiënt die door
de oncoloog als ongeneeslijk wordt bestempeld krijgt meestal als aanbod een
palliatieve chemo. Daarmee komt de patiënt als die dat wil ( en wie wil dat
niet als er tegen je verteld wordt dat je dan misschien, let op misschien,
nog wel een jaartje langer langer kan leven) automatisch in een trial terecht.
Daarvoor ontvangt dan het ziekenhuis duizenden guldens per patiënt van de
farmaceutische industrie. Want stel dat er ergens een medicijn wordt gevonden
tegen kanker dan gaan de patenten daarop een veelvoud aan geld opleveren
uiteraard. Een mooi voorbeeld is de promotie van Gleevec die wereldwijd wordt
gepropageerd en dat op basis van een Phase I onderzoek. Het bedrijf heeft in
vier maanden tijd met Gleevec US$ 86 millioen verdiend. When Gleevec was first approved last
year, Novartis and public health officials considered it a breakthrough, and the company said it was testing the drug on 15 to 20 other
cancers. So far, the drug is approved in 60 countries. In its first four months on the
market, Gleevec pulled in $86 million for Novartis Publicaties zoals onderstaand in JAMA vind ik dan ook wel dapper. Relationships Between Authors of Clinical Practice Guidelines and the Pharmaceutical Industry
31.
Leven met kanker, een internationaal congres op 6 april 2002
d.d. 9 mei 2002:
Voor wie wil kan ik u de letterlijke teksten van deze dag die door de
sprekers zijn uitgesproken digitaal toesturen. Stuurt u maar een
mailtje
LEVEN MET KANKER PROGRAMMA Overigens
kunt u op die website nog de artikelen van
het novembernummer lezen en eventueel downloaden.
Het bedrijf Geron (zie adresgegevens onderaan dit bericht), gespecialiseerd
in gentherapie, meldt opzienbare successen met telomareseremmers (vnl. virussen)
bij proeven en studies met muizen. Op de jaarlijkse Universade van de
Amerikaanse Vereniging Gentherapie zal op 6 juni a.s. een lezing gehouden worden
waarbij 14 studies de opmerkelijke resultaten zullen tonen. Hoewel ik me
realiseer dat deze middelen nog lang niet voor patiënten beschikbaar komen is
dit toch wel een opmerkelijk bericht, zeker omdat steeds meer doorsijpelt dat
bepaalde virussen en bv. ook middelen als celebrex een minimaal net zo groot
effect hebben als chemo of bestraling maar met veel minder of soms helemaal geen
bijwerkingen. Hier het Engelstalige persbericht van het bedrijf Geron.
Geron's Telomerase Promoter to be Highlighted At
33.
Gentherapie succesvol toegepast bij vier kinderen met
ongeneeslijke immuunziekte
April
2002: Zoals
iedereen heeft kunnen lezen heeft het Nederlandse jongetje dat in eerste
instantie ook genezen leek van Scid met gentherapie een vorm van leukemie
ontwikkeld. Wereldwijd is daar enorm veel aandacht aan gegeven omdat in eerste
instantie leek dat de genbehandeling de oorzaak zou zijn geweest. Maar later
bleek dat in de familie van het jongetje kanker voorkwam en zou zijn
leukemie daardoor zijn veroorzaakt. Wereldwijd zijn verschillende
onderzoeksprogramma's naar gentherapie, o.a. een trial met tien
nierkankerpatiënten in Rotterdam stopgezet. Overigens inmiddels zijn al 11
kinderen met Scid - gentherapeutisch behandeld zoals het Nederlandse
jongetje en zijn 9 van de 11 kinderen genezen van hun dodelijke SCID. Ergens
anders heb ik gelezen dat er 14 van de 15 zijn genezen, maar kan niet zo snel
dit bericht terugvinden. Dat is ook de reden dat nu in Amerika is gepleit voor
het hervatten van de trials met gentherapie. Ik zal nog informatie vragen in
Rotterdam of ook daar die trial opnieuw wordt voortgezet. Zie hieronder het
bericht over het verzoek van hervatting aan de FDA van de trials gemeld via
Nature. Bron: Nature: Despite evidence that a gene-therapy experiment caused a 3-year old boy to develop a leukaemia-like
illness, a government advisory panel encouraged the United States Food and Drug Administration
(FDA) to reinstate three similar experiments that have been suspended since September, when the child became
sick. Bron:
NEJM en Volkskrant van zaterdag 20 april 2002 Vier van de vijf kinderen met
de dodelijke immuunziekte Scid zijn definitief genezen door een succesvolle
toepassing van gentherapie, aldus een publicatie in The New England Journal of
Medicine van 18 april 2002. Een van de kinderen is een Nederlands jongetje dat
behandeld is door immunologen in het Wilhelmina kinderziekenhuis van het UMCU
(Utrecht). De kinderen kregen hun behandeling in eerste instantie in een
Parijs ziekenhuis op een leeftijd van 1 tot 11 maanden. Scid is een aangeboren
afwijking en normaal gesproken voor deze kinderen dodelijk omdat hun
immuunsysteem nagenoeg geen lymfocyten (afweercellen) heeft. De kinderen
kunnen alleen leven in een volkomen steriele omgeving en een infectie
overleven deze kinderen niet. De kinderen worden ook wel bubble babies genoemd
omdat ze altijd in een steriele luchtbel moeten leven. Scid wordt in feite
veroorzaakt door het ontbreken van een bepaald gen. Bij de succesvolle
gentherapie werden afgetapte beenmergcellen in contact gebracht met een
genetisch gemanipuleerd virus waarin het ontbrekende gen werd verstopt. De
behandelde cellen werden daarna bij de kinderen ingespoten, die darmee het
ontbrekende gen kregen toegediend. Tot nu toe werd alleen een
beenmergtransplantatie uitgevoerd met wisselend succes. Nu met deze
gentherapie lijkt een behandeling gevonden die veruit superieur is aan de
beenmergtransplantatie. Het vijfde kind dat zou worden behandeld is door een
TBC-infectie op het moment van toediening alleen met een
beenmergtransplantatie behandeld en volgens de onderzoekers ook aan de
beterende hand. Nu is Scid geen leukemie of andere vorm van kanker maar
gezien de verwantschap met bv.bepaalde vormen van leukemie en het onderzoek
naar gentherapie daarmee lijkt me dit resultaat van groot belang, ook voor
kankerpatiënten en zeker voor leukemiepatiënten. Zie verder informatie over
gentherapie enz. op pagina leukemie
34.
Combinatietherapie met enzym galactoside lijkt tumorweefel aan te
pakken en gezond weefsel te sparen
Zowel de website
van Nature als het NRC meldt dat onderzoekers van de universiteit van
Göttingen (Duitsland) een nieuwe combinatietherapie hebben gevonden, waarbij
het enzym galactosidase een bepalende rol speelt. Zie hier beide artikelen: A new drug turns lethal only when it reaches cancer cells. In healthy cells
it is harmless. Though not yet shown to work in humans, it is a step towards a
magic bullet to knock out tumour cells selectively, with minimal side effects. The drug works in mice implanted with human tumours, say chemists Lutz
Tietze and colleagues at the University of Gottingen in Germany. Before being
treated with the drug, the mice are given an enzyme to activate it that sticks
only to the human tumour cells, ignoring healthy mouse cells. So the drug is
safe until the enzyme activates it in the tumour. Then it destroys the
cancerous cells. The researchers report that the tumours shrank without inducing any visible
side effects in the mice. They think that the same principles could be used in
people. The activating enzyme could be tailored to latch onto malignant
tissues and bypass normal human cells. "We are now in contact with the pharmaceutical industry, and will
start clinical tests", says Tietze. Magic bullet Most existing chemotherapy is toxic to normal cells as well as cancerous
ones. This causes severe side effects, such as a depressed immune system.
Cancer researchers long for a magic bullet: a drug that works only where it is
needed. The warhead of the Gottingen antitumour molecule is a ring of three carbon
atoms. This ring is highly strained and apt to burst open. Open, it is a
reactive molecule that wreaks havoc among the nucleic acid molecules essential
for normal cell function. The chemists copied this trick from a highly toxic
antibiotic produced by a fungus. So that their molecular bomb does not detonate everywhere in the body, the
team have made a 'prodrug'. This is like the natural antibiotic but without
the strained ring and with a sugar safety-catch. Once the sugar is clipped off,
the molecule rearranges itself into a three-atom ring, and proceeds to do its
toxic business. Tietze's team uses an enzyme to cut away the sugar safety-catch. An
antibody on the enzyme acts as a tumour-specific hook. Such antibodies linked
to toxic or radioactive molecules have long been explored for making
magic-bullet drugs; none has yet found clinical use. The advantage of this enzyme-activated approach, originally developed in
the 1980s, is that the drug isn't even activated until it reaches the target
site. The selectivity of the damage still depends on antibody's ability to
hook onto the right cells, and on the absence of other enzymes in the body
that also activate the prodrug. Whether the idea will work cleanly enough in humans remains to be seen. Bron: NRC
d.d. 2 maart 2002. Door Rob van den Berg.
Een nieuw type kankermedicijn dat alleen in tumoren
actief wordt, kan de vervelende bijwerkingen van chemotherapie voorkomen. De nieuwe therapie bestaat uit twee componenten: een inactief medicijn en
een enzym dat het middel alleen in kankercellen inschakelt. Het nieuwe
celgroeiremmende medicijn richt geen schade aan in gezond weefsel, zodat de
patiënt gevrijwaard blijft van haaruitval, darmproblemen en bloedarmoede. A new drug turns lethal only when it reaches cancer cells. In healthy cells
it is harmless. Though not yet shown to work in humans, it is a step towards a
magic bullet to knock out tumour cells selectively, with minimal side effects. The drug works in mice implanted with human tumours, say chemists Lutz
Tietze and colleagues at the University of Gottingen in Germany. Before being
treated with the drug, the mice are given an enzyme to activate it that sticks
only to the human tumour cells, ignoring healthy mouse cells. So the drug is
safe until the enzyme activates it in the tumour. Then it destroys the
cancerous cells. The researchers report that the tumours shrank without inducing any visible
side effects in the mice. They think that the same principles could be used in
people. The activating enzyme could be tailored to latch onto malignant
tissues and bypass normal human cells. "We are now in contact with the pharmaceutical industry, and will
start clinical tests", says Tietze. Magic bullet Most existing chemotherapy is toxic to normal cells as well as cancerous
ones. This causes severe side effects, such as a depressed immune system.
Cancer researchers long for a magic bullet: a drug that works only where it is
needed. The warhead of the Gottingen antitumour molecule is a ring of three carbon
atoms. This ring is highly strained and apt to burst open. Open, it is a
reactive molecule that wreaks havoc among the nucleic acid molecules essential
for normal cell function. The chemists copied this trick from a highly toxic
antibiotic produced by a fungus. So that their molecular bomb does not detonate everywhere in the body, the
team have made a 'prodrug'. This is like the natural antibiotic but without
the strained ring and with a sugar safety-catch. Once the sugar is clipped off,
the molecule rearranges itself into a three-atom ring, and proceeds to do its
toxic business. Tietze's team uses an enzyme to cut away the sugar safety-catch. An
antibody on the enzyme acts as a tumour-specific hook. Such antibodies linked
to toxic or radioactive molecules have long been explored for making
magic-bullet drugs; none has yet found clinical use. The advantage of this enzyme-activated approach, originally developed in
the 1980s, is that the drug isn't even activated until it reaches the target
site. The selectivity of the damage still depends on antibody's ability to
hook onto the right cells, and on the absence of other enzymes in the body
that also activate the prodrug. Whether the idea will work cleanly enough in humans remains to be seen. Bron: NRC
d.d. 2 maart 2002. Door Rob van den Berg.
Een nieuw type kankermedicijn dat alleen in tumoren
actief wordt, kan de vervelende bijwerkingen van chemotherapie voorkomen. De nieuwe therapie bestaat uit twee componenten: een inactief medicijn en
een enzym dat het middel alleen in kankercellen inschakelt. Het nieuwe
celgroeiremmende medicijn richt geen schade aan in gezond weefsel, zodat de
patiënt gevrijwaard blijft van haaruitval, darmproblemen en bloedarmoede.
35.
Angiostatine en endostatine lijken bij muizen voor tumorremming en
sterfte te zorgen aldus nieuwe studies
Het
bedrijf Entremed laat vandaag d.d. 7 juni 2002 weten dat preklinische
studies met muizen de goede werking van angiostatine en endostatine
bevestigen. Zoals u misschien weet lopen er in het UMC Utrecht en de
VU trials met deze twee middelen bij kleine groepen patiënten met o.a. alvleesklierkanker
en eierstokkanker. -- PRESS RELEASE: Cell Genesys, EntreMed Report On Studies --
36 16 zorginstellingen krijgen licentie voor revalidatieprogramma
voor kankerpatiënten
Persbericht van Stichting Herstel en Balans ongewijzigd hier
geplaatst d.d. 4 oktober 2002:
Meer informatie
De BBC meldt dat onderzoekers in het Beatson Instituut te Glasgow een eiwitmolecuul
-SRC genoemd - ontdekt hebben dat verantwoordelijk lijkt voor de verspreiding van kankercellen. Dit eiwit lijkt de buitenste wand van een tumor zodanig te verzwakken dat kankercellen gemakkelijk uit kunnen breken en zich daardoor door de rest van het lichaam kunnen verspreiden. Het onderzoek zou van groot belang kunnen zijn om nieuwe medicijnen te vinden die dit proces veroorzaakt door dit eiwit kunnen stoppen.
38. Erbitux
gaf hoopvolle resultaten maar wordt van de markt afgehaald
door FDA wegens verkeerde procedure aanvraag
Een schrijnend voorbeeld hoe commerciële belangen bepalen of een middel dat
in eerdere trials aantoonde hoopgevend te zijn toch van de markt werd afgehaald.
Het gaat om het middel Erbitux, ook wel bekend onder de naam C-225. Een
zogenaamd monoklonaal middel. Erbitux blokkeert een groeifactor van kankercellen
genaamd EGFR. Ik weet niet precies wat dat inhoudt, maar het komt erop neer dat
deze blokkade kankercellen belet te groeien, waardoor er vanzelf een
apoptosisproces (zelfmoord) van de kankercel optreedt. Dit werd aangetoond in
Phase II trials met kankerpatiënten waar de chemo irinotecan (ook een
hoopgevend middel) had gefaald. Het bedrijf dat Erbitux produceert had deze
trials georganiseerd en toestemming aangevraagd op basis van een behandeling
samen met een chemo. Later bleek dat het middel op zich alleen ook voor
hoopgevende resultaten zorgde. Maar dat vond de FDA niet goed want zo was de
aanvraag niet ingediend. Dus de toestemming voor Phase III trials werden
ingetrokken, met gevolg dat dit middel nu niet meer in trials mag worden
uitgeprobeerd, ondanks hoopgevende resultaten. Hieronder een artikel zoals dit
is gepubliceerd op de website van Nature dat voor zichzelf spreekt. Persoonlijk
vind ik dit toch werkelijk onvoorstelbaar, maar het lijkt erop dat alles
dat hoopgevend is snel de kop wordt ingedrukt en allemaal heeft het m.i. te
maken met geld, geld en nog eens geld.
Promising drug is victim of bad business
39.
Onderzoekers
vinden enzym dat verantwoordelijk lijkt voor ontwikkeling bij 50%
van kankersoorten
SEATTLE, Feb. 7 /PRNewswire-FirstCall/ -- In five presentations made at the Keystone Conferences on Lipid Signaling and Angiogenesis, scientists from Cell Therapeutics, Inc. (CTI) (Nasdaq: CTIC) described a novel target for anti-cancer therapy that they have identified and validated. The target, an enzyme known as lysophosphatidic acid acyltransferase-beta (LPAAT-beta), is required for the activity of a major cancer-causing gene, known as the ras oncogene. This oncogene is believed to be involved in at least 50 percent of all tumor types,
including cancers of the lung, colon, pancreas and brain.
40.
Radiogolven -ultra sound - beschadigt tumoren zodanig dat ze
zelfmoord plegen in laboratoriumproeven bij muizen
Een m.i. bepaalde vorm van RFA toont in laboratoriumproeven hoopgevende
resultaten bij muizen. Aldus artikel uit The
New Scientist d.d. 29-01-2003. Ultrasound blasts away tumour cells
41 NCCAM stelt 1 miljoen dollar beschikbaar voor commisie die twee
jaar lang analyses gaat maken van effectieve complementaire
behandelingen
42 Nieuw
middel dat bloedtoevoer blokkeert in vorm van vaccin zorgt bij
proeven met muizen voor goede resultaten
Het Medisch tijdschrift Nature Medicine (DOI:10.1038/nm794) meldt een
bijzonder resultaat in een trial met muizen met een vaccin dat de bloedtoevoer
naar specifiek kankercellen afsluit. Ongeacht welke vorm van kanker. De
bloedtoevoer naar de gezonde cellen blijft gewoon normaal doorgaan. Dr. Ralph
Reisfeld van het Scripps Onderzoeks Insituut in La Jolla Californië vertelt
dat zij het gen voor een eiwit genaamd FLK-1 hebben toegevoegd aan
Salmonellabacteriën. Daarmee werden muizen gevoed die van tevoren waren
ingespoten met long- en huidkankercellen (melanoomcellen). De tumoren groeiden
bij de gevaccineerde muizen slechts tot een kwart van de grootte die ontstond
bij niet gevaccineerde muizen. Ook waren er gevaccineerde muizen bij die
helemaal geen tumoren ontwikkelden. In een andere proef werden muizen die al darmkanker met uitzaaiingen in de
longen hadden ook gevaccineerd. Geen enkele van deze gevaccineerde muizen
overleed. Slechts enkele hadden lichte longschade opgelopen. De
niet-gevaccineerde muizen overleden allemaal. Dat het vaccin ook een
preventieve werking had en bewaard bleek in het lichaam van de muizen bleek
uit een ander trial. de muizen die eerder herstelden met dit vaccin van kanker
werden opnieuw ingespoten met kankercellen 10 maanden na de eerdere proef.
Geen enkele van de behandelde muizen ontwikkelde kanker. Volgens dr. Reisfeld
heeft het vaccin het immuunsysteem dusdanig geactiveerd/geprogrammeerd dat de
T-cellen van het afweersysteem de informatie tegen lichaamsvreemde cellen
blijft onthouden. Dus zodra deze kankercellen opnieuw in het lichaam
komen/ontwikkelen ruimen deze T-cellen direct de kankercellen op. 10 maanden
bij een muis staat volgens Dr. Reisfeld gelijk aan een half mensenleven. Een
bijzondere ontdekking dus dit vaccin. Cancer vaccine shuts off blood supply
43.
Kleine medische ingrepen in het buitenland moeten voortaan
volledig vergoed worden door ziektekostenverzekeraars
In alle media wordt vandaag d.d. 13 mei 2003 en onderstaand artikel is gekopieerd uit de
NRC melding gemaakt van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie die kleine operaties en medische ingrepen in het buitenland toestaat en moeten
nu volledig door ziektekostenverzekeraars worden vergoed. Dit gekoppeld aan de uitspraak van mei 2001 waarin dit zelfde Europese Hof voor jurisprudentie zorgde door te verklaren dat alle medische
behandelingen die niet in Nederland maar wel in het buitenland verkrijgbaar zijn en op z'n minst een waarde hebben bewezen veelbelovend te zijn ook volledig moeten worden betaald/vergoed. Zo weet ik dat
RFA in principe altijd vergoed zal moeten worden, alleen zal uw oncoloog mee moeten werken en moet dit vooraf bij uw ziektekostenverzekeraar aangevraagd worden.
44.
Honden kunnen
wellicht vroegtijdig prostaatkanker opsporen en worden daarvoor
afgericht
Toch willen we hun persbericht niet onthouden, hoewel we er bij aantekenen
dat dit bedrijf alle belang erbij heeft om zoveel mogelijk positieve
publiciteit te maken en we nog niet hebben kunnen checken of dit bericht
positief is gekleurd door de persvoorlichters van het bedrijf. Gezien de
recente ontwikkelingen in Nederland betreffende de invloed van de
farmaceutische industrie op de gezondheidszorg en voorschrijvende
artsen/specialisten, 21 juni jl. blootgelegd door ZEMBLA (zie kanker
en media) worden we nog voorzichtiger met 'nieuwe doorbraken' te
melden. Maar bijzonder is dit bericht wel omdat het claimt bij o.a.
nierkankercellen en borstkankercellen goede resultaten te hebben. Onderstaand
het volledige persbericht zoals dat op de site van Lorus staat. LORUS THERAPEUTICS TREATS FIRST PATIENTS IN PHASE I CLINICAL TRIAL
46. Medicijn
voor suikerziekte zou ook remmend werken bij kankergroei, aldus
onderzoekers in The Scientist.
In The Scientist van vandaag d.d. 26 september 2003 wordt melding gemaakt van een onverwachte ontdekking dat bepaalde medicijnen voor suikerziekte - diabetici - ook remmend zouden werken op kankergroei. Ik moet eerlijk zeggen dat onderstaande artikel mijn wetenschappelijke petje te boven gaat dus ga ook maar niet proberen dit te vertalen, maar wellicht dat sommigen onder u wel precies hieruit af kunnen leiden wat nu precies het goede aan dit bericht is. Wat ik eruit begrijp is dat bepaalde eiwitten in bepaalde genen wel bij suikerziekte en kanker voorkomen maar niet bij gezonde mensen en/of dat die eiwitten wel of niet een rol spelen in het opruimen door het immuunsysteem van beschadigde cellen (kankercellen), maar verder durf ik dat niet uit te leggen. Als een arts of medisch deskundige dit wel kan voelen we
ons aanbevolen voor zijn/haar uitleg. Dat het in The Scientist wordt gemeld geeft wel aan dat dit een belangrijke ontdekking kan zijn.
Vitamin C, known to be a DNA-protecting "antioxidant," is a switch hitter, also capable of inducing the production of DNA-damaging compounds, suggests a study in the 15 June issue of the international journal, Science. Mutations caused by these compounds have been found in a variety of tumors.
Such mutations can be repaired, however, and lead author Ian Blair of the Center for Cancer Pharmacology, at the University of Pennsylvania, cautioned that the study shouldn't be interpreted as a claim that vitamin C causes cancer. Nor does it question the wisdom of eating a balanced diet rich in fruits, vegetables, and whole grains, he said.
The findings, which come from test-tube experiments (in vitro), may help explain why vitamin C has thus far shown little effectiveness at preventing cancer in clinical trials, according to the Science authors.
"It's possible that vitamin C isn't working in cancer prevention studies because it's causing as much damage as it's preventing, but that's really speculation at this point. What we can say is that vitamin C clearly doesn't work when you expect it to, and now we're in a position to see if that's what's happening in vivo, [or, in living cells]" Blair said.
Some scientists have long recommended dietary supplements of vitamin C, particularly for treating and preventing cancer. But the supplements' effectiveness has been hotly debated, with critics saying they either have no effect or that they may be harmful.
"The logic being used [for vitamin C supplements] is that 'fruits, vegetables, etc. contain vitamin C; these foods prevent cancer; thus vitamin C prevents cancer," Blair said. "But our message is that it's the total diet that's important, not just one antioxidant in isolation."
Vitamin C is known to do beneficial work in the body, including acting as an antioxidant that "disarms" free radicals. These highly reactive ions are produced by the breakdown of oxygen, which occurs constantly in cells.
In addition to damaging DNA directly, free radicals can also act indirectly. They begin by converting linoleic acid, the major polyunsaturated fatty acid in sunflower, grape, and safflower cooking oils, as well as the major polyunsaturated fatty acid in human plasma, into another compound called a lipid hydroperoxide. When certain metal ions are present to act as catalysts, the lipid hydroperoxides degrade further, into DNA-damaging agents called "genotoxins."
These compounds react with DNA, switching one base for another in mutations that have been found in human tumors.
Scientists, including Blair and his colleagues, have suspected that vitamin C might also be capable of making lipid hydroperoxides degrade into genotoxins, in place of the transition metal ions.
To investigate, the Science authors added vitamin C to solutions of lipid hydroperoxides in the lab. They used concentrations comparable to those found in the human body, assuming a person would take 200 milligrams a day.
The vitamin was more than twice as efficient as transition metal ions at inducing the formation of genotoxins, including a particularly potent variety.
The researchers' next step is to see whether vitamin C produces significant amounts of genotoxins in intact cells, and whether they generate cancer-causing mutations.
The other members of the research team are Seon Hwa Lee and Tomoyuki Oe, of the Center for Cancer Pharmacology, at the University of Pennsylvania. Funding for this research was provided by the National Cancer Institute and the University of Pennsylvania Cancer Center.
In Nederlandse ziekenhuizen worden vrij veel fouten gemaakt bij het voorschrijven en bij het toedienen van geneesmiddelen. Dit concludeert
drs.Patricia van den Bemt in haar proefschrift.
Op een IC wordt bij het toedienen van medicijnen in ruim 30 procent van de
gevallen fouten gemaakt. Voorschrijffouten zijn daarnaast te voorkomen door
een verbeterde controle door de ziekenhuisapotheek. Patricia van den Bemt
promoveert op 22 februari 2002 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze deed
haar onderzoek in 2 Friese ziekenhuizen.
"Op intensive care afdelingen worden er in 45 procent van de gevallen fouten
gemaakt", aldus Van den Bemt, "En dat vind ik wel heel fors. Ook als we de
minst erge fout eruit halen - het op een verkeerd tijdstip toedienen van de
medicatie - worden er nog in 33 procent van de gevallen vergissingen
gemaakt. Een voorbeeld van een ernstigere fout is verstopping van een
infuuslijn door het gecombineerd toedienen van twee geneesmiddelen door één
lijn." Tussen de toedienende verpleegkundige en de patiënt in het ziekenhuis
zit echter geen buffer meer, er is niemand die daar op toeziet. Dit soort
fouten kunnen onder meer leiden tot verstoppingen van infuuslijnen of
voedselsondes.
Op maandag zijn er de meeste fouten. Mogelijk komt dit doordat er dan veel
ploegenwisselingen plaatsvinden." Op de IC afdelingen waar intensivisten
werken maakt personeel minder fouten.
Voorschrijffouten komen in 10 procent van de gevallen voor. "Je moet dan
denken aan fouten als onleesbaarheid van het recept, een te hoge dosis of
een verkeerde combinatie van geneesmiddelen", vertelt Van den Bemt. De kans
op voorschrijffouten blijkt afhankelijk van het medisch specialisme, de
status van degene die voorschrijft en het soort geneesmiddel. Om het aantal
voorschrijffouten te verminderen moeten meer medicijnen elektronisch worden
voorgeschreven, adviseert Patricia van den Bemt. Artsen zouden ook meer
bijwerkingen van geneesmiddelen moeten melden.
Momenteel werkt Patricia van den Bemt bij de ziekenhuisapotheek
Midden-Brabant in het TweeSteden ziekenhuis en St. Elisabeth Ziekenhuis te
Tilburg.
Zorgkrant, 14 februari 2002
Zhongguo Zhong Xi Yi Jie He Za Zhi 1998
Sep;18(9):523-6
Clinical and experimental study on Fuzheng Baozhen Decoction enhancing
effect of radio- and chemotherapy for malignant tumors.
Li J, Li X, Li J. Institute of Integrated Traditional Chinese and Western
Medicine, Hunan Medical University, Changsha 410008.
OBJECTIVE: To study on Fuzheng Baozhen Decoction (FZBZD)
enhancing effect of radio- and chemotherapy for malignant tumors. METHODS: One
hundred and Seventeen cases of malignant tumors treated with chemotherapy or/and
radiotherapy, 55 cases treated together with FZBZD (group A),
comparing with 30 cases treated with radio- and chemotherapy plus Zhenqi Fuzheng
Granules (group B) and 32 cases radio- and chemotherapy alone (group C). Mechanism
of FZBZD enhancing effect of chemotherapy on transplanted human lung
adenocarcinoma (SPC-A-1) and sarcoma (S180) bearing mice was conducted.
that FZBZD could improve chemotherapy effect of inhibitory action on tumor
growth (P < 0.01), increase cAMP/cGMP ratio (P < 0.01) by adding cAMP level in
cancer tissue, and enhance of G0/G1 phase cells and decrease S phase cells.
Publication Types:
Clinical trial
Randomized controlled trial
PMID: 11475726 [PubMed - indexed for MEDLINE]
Prolific Toronto team tags a protein as the off switch of the immune
system
Tom Arnold
National Post
James Pattyn, Saturday Night
Dr. Josef Penninger says the new discovery, his 126th published findin to date, came on a
hunch. "In 1993," he says, "somebody told me
that we know all about [protein] CD45 and we will never find anything new
about it." He thought otherwise.
A team of Canadian scientists has discovered the "Holy Grail" of the
signalling process the human body uses to control its immune system, a finding that could one day halt the development of
cancer, diabetes,
arthritis and heart disease.
Researchers have discovered that the protein CD45 contains a master switch capable of turning off hormones and proteins in the immune
system. The switch could help shut down growth of diseases, stave off viral infections and prevent rejection of transplanted
organs.
"It is the Holy Grail of the body's cellular signalling system,"
said
lead researcher Dr. Josef Penninger, an immunologist at the Amgen
Institute and the Ontario Cancer Institute, a research centre at
Princess Margaret Hospital in Toronto. "Our cells rely on the delicate
balance of communications signals to grow normally and produce blood cells.
However, when a signal cannot be stopped, the cells overgrow and we run
into trouble. We have discovered that it is CD45 that sends the 'ceasefire'
signal to cells."
Dr. Penninger called the finding one of his most important discoveries: "People understand very much how you turn on a cell but people have had
not much idea about how the master off switch works. Everyone was looking for
it. Finding this out is kind of like the ultimate prize in this field."
The research is published in today's issue of Nature, an international
journal. It is Dr. Penninger's 126th scientific finding to be published.
It marks the sixth major discovery to emerge from the same Canadian labin less
than two years. Dr. Penninger's recent research has attracted headlines around the
world.
"It's an important step in that it identifies a new function for
CD45,"
concluded Dr. John Cambier, chairman of the department of immunology at the
University of Colorado Health Sciences Center and the National Jewish Medical
and Research Center in Denver. He is considered an international expert on
CD45.
"I'm not sure that I would consider it the Holy Grail of understanding
regulation of cell growth. But nonetheless the observations are very
important because they do illustrate a new function in regulation of
growth."
The human body contains tens of thousands of CD45, a protein that sits on the surface of red and white blood
cells. First discovered 13 years ago, it was believed the protein played a limited role with two
different types of cells.
"We set out to find additional function of CD45 just based on the idea that there must be something
else," Dr. Penninger said of his 13-member
team.
"In 1993 somebody told me that we know all about CD45 and we will never
find anything new about it," Dr. Penninger said.
The researchers genetically engineered mice that could not make the
protein so they could compare how these mice and normal mice fared against a virus.
"If there's a virus infection, our lymph nodes are swelling up but when
the virus is killed the system must be shut down," said Dr. Penninger.
"For some people it doesn't. And if you cannot stop the system, what we
get is tumours because the cells overgrow, or auto-immune diseases like
diabetes or multiple sclerosis because our cells cannot stop attacking."
Scientists will now look to develop a drug capable of switching off the
protein, he said. For instance, since most cancers require particular cells to
grow, he said, a new drug that will interfere with the protein and turn off
CD45 could halt the proliferation of cancerous cells.
Dr. Arthur Weiss, an immunologist at the University of California in San
Francisco, called the discovery "interesting and provocative. I've heard rumours about it. It is an unexpected and interesting
finding."
Dr. Penninger has emerged as a leader in Canada's research community. He came
to Toronto from Austria in 1990 to work with Dr. Tak Mak, a well-known
immunologist. By 1993, he had his own lab.
Last year, he discovered the molecule that regulates movement of white blood
cells, a major finding that could one day lessen the likelihood of
heart attack, stroke and dying from the flesh-eating disease. His lab also solved the genetic mystery of how a
common, contagious cold virus
carried by 70% of the human population triggers heart disease. The findings will help predict who is at serious risk of cardiovascular
disease and how it can be prevented.
Telomerase-specific suicide gene therapy approach yields promising
results
Last Updated: 2001-11-21 19:01:45 EST (Reuters Health) -
UK researchers said on Thursday they have developed a promising new type of gene therapy that specifically targets cancer cells and may also be useful for a number of different types of cancer.
The team at Scotland's largest cancer research organisation, the Beatson Laboratories in Glasgow, said it had exploited the fact that the telomerase gene is switched on in over 80% of human cancers but is usually turned off in normal tissue.
Cancer cells need telomerase to be turned on, since it allows them to divide beyond their allotted life-span.
The scientists, who described the breakthrough in the journal Oncogene, copied the on-switch for telomerase and combined it with the nitroreductase gene. This gene converted an alkylating agent called CB1954 from its inactive form into a toxic drug that rapidly killed cancer cells.
Healthy cells were left unharmed because they did not switch on the
nitroreductase gene and so did not activate the CB1954 prodrug.
Team leader Dr. W. Nicol Keith told Reuters Health that in pre-clinical
laboratory tests the gene therapy proved effective against colon, lung, ovarian, bladder and cervical cancer cells. "We suspect it will work against a far broader range of cancers than that, including breast cancer."
Having shown "proof of principle", he said the next step was to look for pharmaceutical company partnership.
"We are actively discussing taking this research forward with a number of companies." If all goes well, human clinical trials might start in 2 or 3 years, with the therapy potentially reaching the market 5 years later.
"I feel very strongly that our research represents a potential breakthrough, with implications for the treatment of a variety of common cancers," Dr. Keith commented in a news release from the Cancer Research Campaign, which is funding the research.
"People have discussed similar kinds of gene therapy system before, but we've now made significant progress by moving from talking about the theory to actually killing cancer cells in a very efficient manner."
"With a bit of genetic trickery, we've managed to fool cancer cells to their doom without harming normal cells. I'm optimistic that we could soon have targeted treatments that spare cancer patients the side effects that many suffer today."
"The beauty of the system is its versatility," Dr. Keith said. "We can use it as a way of aiming treatments at cancer cells, but the particular treatment...can vary depending on the type of cancer."
Oncogene 2001;20:00
Niteesh K. Choudhry, MD, FRCPC; Henry Thomas Stelfox, MD, FRCPC; Allan S. Detsky, MD, PhD, FRCPC
Context Increasing contact has been reported between physicians and the pharmaceutical industry, although no data exist in the literature regarding potential financial conflicts of interest for authors of clinical practice guidelines (CPGs). These interactions may be particularly relevant since CPGs are designed to influence the practice of a large number of physicians.
Objective To quantify the extent and nature of interactions between authors of CPGs and the pharmaceutical industry.
Design, Setting, and Participants Cross-sectional survey of 192 authors of 44 CPGs endorsed by North American and European societies on common adult diseases published between 1991 and July 1999. One hundred authors (52%) provided usable responses representing 37 of 44 different CPGs that we identified.
Main Outcome Measures Nature and extent of interactions of authors with drug manufacturers; disclosure of relationships in published guidelines; prior discussion among authors regarding relationships; beliefs regarding whether authors' own relationships or those of their colleagues influenced treatment recommendations in guidelines.
Results Eighty-seven percent of authors had some form of interaction with the pharmaceutical industry. Fifty-eight percent had received financial support to perform research and 38% had served as employees or consultants for a pharmaceutical company. On average, CPG authors interacted with 10.5 different companies. Overall, an average of 81% (95% confidence interval, 70%-92%) of authors per CPG had interactions. Similarly, all of the CPGs for 7 of the 10 diseases included in our study had at least 1 author who had some interaction. Fifty-nine percent had relationships with companies whose drugs were considered in the guideline they authored, and of these authors, 96% had relationships that predated the guideline creation process. Fifty-five percent of respondents indicated that the guideline process with which they were involved had no formal process for declaring these relationships. In published versions of the CPGs, specific declarations regarding the personal financial interactions of individual authors with the pharmaceutical industry were made in only 2 cases. Seven percent thought that their own relationships with the pharmaceutical industry influenced the recommendations and 19% thought that their coauthors' recommendations were influenced by their relationships.
Conclusions Although the response rate for this survey was low, there appears to be considerable interaction between CPG authors and the pharmaceutical industry. Our study highlights the need for appropriate disclosure of financial conflicts of interest for authors of CPGs and a formal process for discussing these conflicts prior to CPG development.
JAMA. 2002;287:612-617
Author/Article Information
Author Affiliations: Departments of Medicine (Drs Choudhry, Stelfox, and Detsky) and Health Policy, Management and Evaluation (Dr Detsky), University of Toronto, and Department of Medicine, University Health Network and Mount Sinai Hospital (Drs Choudhry and Detsky), Toronto, Ontario; and the PhD Program in Health Care Policy, Harvard University, Boston, Mass (Drs Choudhry and Stelfox).
Corresponding Author and Reprints: Allan S. Detsky, MD, PhD, FRCPC, Mount Sinai Hospital, Room 427, 600 University Ave, Toronto, Ontario, Canada M5G 1X5.
Author Contributions: Study concept and design: Choudhry, Stelfox, Detsky.
Acquisition of data: Choudhry, Detsky.
Analysis and interpretation of data: Stelfox, Choudhry.
Drafting of the manuscript: Choudhry, Detsky.
Critical revision of the manuscript for important intellectual content: Choudhry, Stelfox, Detsky.
Statistical expertise: Stelfox.
Obtained funding: Detsky.
Administrative, technical, or material support: Choudhry, Detsky.
Study supervision: Detsky.
Disclaimer: This study received no financial support from the pharmaceutical industry.
Acknowledgment: We thank the guideline authors, in particular those who responded to 2 surveys and those who participated in interviews, for their assistance and honesty. We are also indebted to Darren Merker, Kevin Lumb, Kevin Schwartz, Heather Smith-St. Kitts, and Kimberley Britnell for their invaluable assistance with data collection and survey administration.
Financial Disclosures: Drs Choudhry and Stelfox have attended numerous Department of Medicine educational rounds sponsored by the pharmaceutical industry. Dr Detsky has received honoraria for speeches, consulting fees, and research grants from pharmaceutical
manufacturers.
zaterdag 6 april 2002, Rotterdam
Wat is kanker? Wat doet het met je? Hoe kun je ermee omgaan? Wat kun je ertegen doen? Op deze conferentie vertellen gerenommeerde artsen uit binnen- en buitenland over veelbelovende mogelijkheden van aanvullende therapieën. Want hoewel een wondermiddel tegen kanker nog niet voorhanden is, bestaan er effectieve behandelingen aansluitend op het gangbare medische circuit. En dat geeft hoop. Het zal een inspirerende dag worden. Voor iedereen die meer wil weten over wat te doen bij kanker. De voertaal is Engels.
'Leven met kanker' is een initiatief van Stichting Op Weg Met Ode, in samenwerking met Stichting Nationaal Fonds tegen Kanker voor onderzoek naar reguliere en alternatieve therapieën.
09.00 10.00 Ontvangst met koffie en thee.
10.00 10.10 Opening conferentie door Jurriaan Kamp, hoofdredacteur van Ode.
10.10 10.20 Inleiding dagvoorzitter dr Bart van der Lugt.
10.20 11.00 Dr Rosy Daniel 'An Overview of the Holistic Approach to
Cancer'
11.00 11.40 Dr Patrick Kingsley'The Life is in Your Hands'
11.40 12.00 Vragen uit de zaal.
12.00 12.15 Neel Buys van Stichting Nationaal Fonds tegen Kanker voor onderzoek naar reguliere en alternatieve therapieën, vertelt over de stappen die mensen met kanker in Nederland kunnen nemen.
12.15 13.30 Lunch.
13.30 14.15 Het persoonlijke verhaal van iemand die kanker heeft overwonnen. Meer informatie volgt.
14.15 14.50 Lothar Hirneise 'The 3E-programme'
14.50 15.10 Vragen uit de zaal.
15.10 15.30 Pauze.
15.30 16.10 Dr Engelbert Valstar 'Complementaire middelen met vaststaande effectiviteit'
16.10 16.50 Grace Gawler'Living well with cancer: hope, options & empowerment in
action'
16.50 17.10 Vragen uit de zaal.
17.10 17.45 Samenvatting en afsluiting door dr Bart van der Lugt.
17.45 18.30 Borrel.
SPREKERS
DR ROSY DANIEL
Dr Rosy Daniel was vijf jaar lang medisch directeur en tien jaar lang algemeen directeur van het Bristol Cancer Help
Centre, dat internationaal toonaangevend is op het gebied van de combinatie van reguliere en aanvullende behandelingen van kanker. Rosy Daniel is een veelgevraagd spreker. Haar warme persoonlijkheid en grote ervaring zijn buitengewoon inspirerend. Zij publiceerde verschillende boeken, waaronder het vorig jaar verschenen The Cancer Prevention
Book. Thans is Rosy Daniel freelance consultant.
DR PATRICK KINGSLEY
Dr Patrick Kingsley leidt al twintig jaar een eigen kanker kliniek in Engeland. Hoewel Patrick Kingsley zegt niet mee te doen aan 'het spel der statistieken', kan niemand er omheen dat zijn aanpak buitengewoon succesvol is. Wellicht omdat hij de volledige ziektegeschiedenis van de patiënt in ogenschouw neemt. En hoewel hij een gepassioneerd arts is met een groot hart voor zijn patiënten, laat hij de verantwoordelijkheid voor de ziekte en de keuzes voor welzijn waar deze horen: bij de patiënt zelf. Thans werkt Kingsley aan een test die in een zeer vroeg stadium kan uitwijzen of kanker actief is.
LOTHAR HIRNEISE
Lothar Hirneise is voorzitter van de Duitse afdeling van People Against
Cancer. Wereldwijd heeft hij honderden therapieën tegen kanker onderzocht en gesproken met honderden patiënten die de ziekte hebben overwonnen. Een gedreven en kundig verteller met een positieve blik op 'leven met kanker'.
Zie ook: www.krebstherapien.de <http://www.krebstherapien.de>.
DR ENGELBERT VALSTAR
Dr Engelbert Valstar is arts en bioloog en wordt algemeen gezien als een van Europa's grootste autoriteiten op het gebied van het genezen en behandelen van kanker. Engelbert Valstar bevindt zich voortdurend in de voorste linies van baanbrekend onderzoek en aanvullende methoden. Hij heeft de laatste onderzoeken altijd binnen handbereik. Thans legt hij de laatste hand aan een boek met twaalfhonderd verwijzingen naar belangwekkende onderzoeken. Dr Valstar heeft een eigen praktijk in Den Haag.
GRACE GAWLER
Grace Gawler is medeoprichter van de Gawler Foundation, in Australië dé pionierende organisatie op het gebied van complementaire geneeskunde. In ruim 25 jaar werkte zij met meer dan 5000 kankerpatiënten. Grace Gawler - in Australië een begrip - is een veelgevraagd en uitmuntend spreker. Zij adviseert het Australische ministerie van gezondheid en schreef onder meer 'Gevangen in Stilte' (uitgeverij
Ankh-Hermes) over de transformatie van emoties bij de genezing van borstkanker.
DR BART VAN DER LUGT, dagvoorzitter
Dr Bart van der Lugt is gynaecoloog. Hij is ook voorzitter van de Elisabeth Kübler Ross Stichting en van het Centrum ter Ondersteuning van Mensen met Kanker te Rotterdam. Hij stond aan de wieg van de belangwekkende The Hospital as a Temple conferenties en geldt als een ideale trait d'union tussen de reguliere en de complementaire wereld. Bart van der Lugt is lid van de Britse Council of Scientific and Medical
Network.
'Leven met kanker' heeft plaats in de Laurenskerk in Rotterdam op zaterdag 6 april 2002. De kosten van deelname bedragen Î 55,- (fl. 120,-) inclusief lunch en borrel. U kunt zich aanmelden voor het congres
'Leven met kanker' door
naar de website van ODE te gaan en daar u in
te schrijven.
the Annual Meeting of the American Society of Gene Therapy
American Society of Gene Therapy
MENLO PARK, Calif.--(BW HealthWire)--May 30, 2002--
14 Abstracts Highlight the Universality of Telomerase
Promoter-Based Therapies and Telomerase for Treatment of Cancer
Geron Corporation (Nasdaq:GERN) announced today that 14 studies showcasing the
effectiveness and universality of the telomerase promoter technology, telomerase
and associated gene therapies will be presented next week at the 5th annual
meeting of the American Society of Gene Therapy (ASGT) at the John B. Hynes
Memorial Convention Center in Boston, Mass., June 5-9.
Human telomerase is comprised of two essential components: the gene for the
RNA component (hTR) and the gene for the enzymatic protein component (hTERT).
The hTERT promoter is responsible for controlling telomerase expression in a
cell. Nine of the 14 studies by Geron, one of Geron's partners, and several
independent groups of academic researchers, highlight the advantages of the
telomerase (hTERT) promoter to control a variety of oncolytic or cancer-killing
viruses.
All types of human cancers express telomerase, while most normal cells do not.
For this reason, a cancer-killing therapy controlled by the hTERT promoter can
target any type of tumor, whether delivered locally or systemically, while
leaving normal cells unharmed.
Among the ASGT highlights is an oral presentation on Thursday, June 6 that
will review results of pre-clinical data and present additional information on
Geron's oncolytic adenovirus containing a critical viral gene, called E1A, under
the control of the hTERT promoter for the potential treatment of variety of
cancers.
In the described studies, mice with pre-existing human liver and prostate
cancer were treated with the hTERT promoter-based conditionally replicative
adenovirus. Updated analysis of the data indicates that 80-90 percent of the
treated mice showed significant tumor regression after treatment with the
telomerase promoter-controlled virus. In 43 percent of liver-cancer bearing
mice, tumors regressed completely and the mice remained tumor free for the full
study duration. Additionally, 50 percent of the prostate cancer bearing mice
became tumor free and remained so over the next test period. The findings show
how an oncolytic virus, when controlled by the telomerase promoter, can
effectively kill a wide variety of human cancer cell types and therefore could
be used to treat many types of cancers. An initial report of the pre-clinical
studies featuring Geron's hTERT promoter was presented at the American
Association for Cancer Research held in April 2002.
"We are pleased with our presence at ASGT this year and the range of studies
-- 14 in total -- covering the use of telomerase and the telomerase promoter.
These positive results re-affirm the research community's view of the telomerase
promoter as the universal 'promoter of choice' for targeting a wide range of
tumor types," said Thomas Okarma, Ph.D., M.D., Geron's president and chief
executive officer. "We expect product development efforts and partnership
activities to increase as many of the ongoing studies with our telomerase
promoter technology continue to advance and validate our own efficacy and safety
data. We also look forward to the continued sharing of our knowledge and
expertise in telomerase, which we believe is the most highly specific and
universal 'engine' to drive the future development of successful anti-cancer
therapies."
Geron has been a leader in the field of telomerase and cancer research since
the early 1990s, when it initiated research to explore how telomerase is
abnormally reactivated in all cancer types during tumor progression. These early
research efforts led to the successful cloning of two essential components of
human telomerase: the gene for the RNA component of human telomerase (hTR) in
1994; and in 1997, the gene for the enzymatic protein component (hTERT). Geron's
intellectual property portfolio includes issued and pending patent applications
on the use of the hTERT promoter in cancer-killing genes and viruses, cancer
diagnostics based on detecting the expression of telomerase in cancer cells, the
use of telomerase as a cancer vaccine, and telomerase inhibitors for use as
cancer therapeutics. Geron also owns issued U.S. patents and/or pending patent
applications directed to both small molecules and oligonucleotide template
antagonist telomerase inhibitors, as well as particular nucleic acid chemistry
developed at Geron. Overall, Geron's telomerase-based technology is supported by
a broad intellectual patent portfolio of more than 75 issued or allowed U.S.
patents, 49 granted or accepted foreign patents and over 190 patent applications
pending around the world.
The Geron abstract, which is available upon request or in the ASGT abstract
program book, is:
1. Abstract #51: A Conditionally Replicative Adenovirus Driven by
the Human Telomerase Promoter Provides Broad-Spectrum
Anti-Tumor Activity (Oral presentation session by Dr. John
Irving of Geron Corporation, Menlo Park, Thursday, June 6 at
1:45 p.m. EST, Room 310);
As part of ASGT's Education program during the conference, Geron will also
participate in an education session on stem cells. The session will feature
discussion on the pros and cons of embryonic stem and adult stem cells as well
as review some recent studies on stem cell plasticity. Issues concerning gene
transduction of stem cells will also be presented.
Geron's presentation entitled, Human Embryonic Stem Cells: Applications for
the Treatment of Degenerative Diseases, will be presented as part of the session
on Wednesday, June 5, at 8:30 p.m.
EDT.
Telomerase Promoter-Oncolytic Viruses
Geron's oncolytic (cancer-killing) virus therapies utilize the telomerase
promoter and an adenovirus, one of the viruses responsible for the common cold.
The telomerase promoter-driven oncolytic virus is engineered to selectively
multiply in and destroy targeted cancer cells expressing telomerase, leaving
normal tissues (which are telomerase negative) unharmed. The virus multiplies
until the cancer cell can no longer contain the virus and bursts or is otherwise
killed. The tumor cell is destroyed and the newly created viruses spread to
neighboring cancer cells, repeating the same cancer-killing cycle. Telomerase
promoter-driven oncolytic viruses have the potential to treat many types of
primary and metastatic cancers.
Geron is a biopharmaceutical company focused on developing and commercializing
therapeutic and diagnostic products for applications in oncology and
regenerative medicine, and research tools for drug discovery. Geron's product
development programs are based upon three patented core technologies:
telomerase, human embryonic stem cells and nuclear transfer.
This news release may contain forward-looking statements made pursuant to the
"safe harbor" provisions of the Private Securities Litigation Reform Act of
1995. Investors are cautioned that such forward-looking statements in this press
release regarding future applications of Geron Corporation's technology
constitute forward-looking statements involving risks and uncertainties,
including, without limitation, risks inherent in the development and
commercialization of potential products, dependence on collaborative partners,
and the maintenance of our intellectual property rights. Actual results may
differ materially from the results anticipated in these forward-looking
statements. Additional information on potential factors that could affect our
results and other risks and uncertainties are detailed from time to time in
Geron's periodic reports, including the quarterly report on Form 10-Q for the
quarter ended March 31, 2002.
Additional information about the company can be obtained at
http://www.geron.com.
CONTACT: Geron Corporation
Laura Zobkiw, 650/473-7765
The trial involved patients with severe combined immune deficiency (SCID) of the common
-chain — a rare X-linked disorder in which mature T cells and natural-killer cells fail to
develop. Patients received autologous haematopoietic stem cells that had been transduced ex vivo with a retroviral vector encoding the common
-chain. A report published in April 2002 showed that the deficiency had been corrected in 9 out of 11
patients.
Retroviruses are risky gene-therapy vectors because they can insert into the genome in or near an oncogene or tumour-suppressor gene and disrupt its expression or
function. In this case, the retroviral vector inserted into the DNA region that regulates the gene LMO2 — a site associated with a number of T-cell acute-lymphoblastic-leukaemia-specific
translocations. The defective immune cells in this patient express LMO2, indicating that the retroviral vector activated the gene.
The retrovirus was probably not the sole factor in the boy's illness, as the family has a history of
cancer. The National Institutes of Health's Recombinant DNA Advisory Committee is preparing a broad review of the case this December.
Artsen en scheikundigen van de universiteit van Göttingen hebben de
combinatie-therapie inmiddels met succes beproefd op muizen bij wie menselijk
tumorweefsel was geïmplanteerd: de tumoren werden kleiner zonder dat
schadelijke neveneffecten optraden. De methode kan nu in principe ook op
kankerpatiënten worden uitgeprobeerd (Angewandte Chemie, 27 februari).
Het enzym galactosidase, dat van nature niet aanwezig is in lichaamscellen,
vormt de schakelaar voor het kankermedicijn. Toen de onderzoekers alleen de
inactieve vorm van het geneesmiddel bij muizen injecteerden, gebeurde er
niets. Door ze galactosidase toe te dienen activeerden de Duitse onderzoekers
het medicijn. Dat gebeurde specifiek in kankercellen, omdat het enzym was
gekoppeld aan een antilichaam dat aan tumorcellen hecht: dit antilichaam
leidde de galactosidase naar de juiste plaats.
De inspiratiebron voor het nieuwe middel was een krachtig antibioticum
afkomstig uit de schimmel Streptomyces zelensis. Dit ingewikkelde molecuul
bevat onder meer een zeer reactieve ring van drie koolstofatomen, waarmee het
DNA aanvalt en celgroei tegengaat. Het Duitse onderzoeksteam bouwde een
chemisch verwante verbinding, maar dan zonder reactieve koolstofring. Op een
strategische plaats zetten ze een suikermolecuul (galactose) aan het
synthetische antibioticum. Het suikermolecuul voorkomt de spontane vorming van
de reactieve koolstofring. Zodra het suikermolecuul wordt verwijderd,
bijvoorbeeld door de werking van het enzym galactosidase, ontstaat een
verbinding die even reactief is als het natuurlijke antibioticum.
Dat deze methode ook voor kankermedicijnen werkte, bleek door een sterke
afname van de grootte van (humane) tumoren die waren geïmplanteerd in de
longen van muizen. Bij de muizen van een niet-behandelde controlegroep
overwoekerden soortgelijke tumoren op den duur de gehele long.
Om de methode geschikt te maken voor toepassing op patiënten, zijn
antilichamen nodig die onderscheid kunnen maken tussen gezond en kwaadaardig
weefsel. Voor verschillende soorten tumoren zijn die al beschikbaar en in
sommige gevallen maakt de tumor zelf het galactosidase in voldoende grote
hoeveelheden aan.
Artsen en scheikundigen van de universiteit van Göttingen hebben de
combinatie-therapie inmiddels met succes beproefd op muizen bij wie menselijk
tumorweefsel was geïmplanteerd: de tumoren werden kleiner zonder dat
schadelijke neveneffecten optraden. De methode kan nu in principe ook op
kankerpatiënten worden uitgeprobeerd (Angewandte Chemie, 27 februari).
Het enzym galactosidase, dat van nature niet aanwezig is in lichaamscellen,
vormt de schakelaar voor het kankermedicijn. Toen de onderzoekers alleen de
inactieve vorm van het geneesmiddel bij muizen injecteerden, gebeurde er
niets. Door ze galactosidase toe te dienen activeerden de Duitse onderzoekers
het medicijn. Dat gebeurde specifiek in kankercellen, omdat het enzym was
gekoppeld aan een antilichaam dat aan tumorcellen hecht: dit antilichaam
leidde de galactosidase naar de juiste plaats.
De inspiratiebron voor het nieuwe middel was een krachtig antibioticum
afkomstig uit de schimmel Streptomyces zelensis. Dit ingewikkelde molecuul
bevat onder meer een zeer reactieve ring van drie koolstofatomen, waarmee het
DNA aanvalt en celgroei tegengaat. Het Duitse onderzoeksteam bouwde een
chemisch verwante verbinding, maar dan zonder reactieve koolstofring. Op een
strategische plaats zetten ze een suikermolecuul (galactose) aan het
synthetische antibioticum. Het suikermolecuul voorkomt de spontane vorming van
de reactieve koolstofring. Zodra het suikermolecuul wordt verwijderd,
bijvoorbeeld door de werking van het enzym galactosidase, ontstaat een
verbinding die even reactief is als het natuurlijke antibioticum.
Dat deze methode ook voor kankermedicijnen werkte, bleek door een sterke
afname van de grootte van (humane) tumoren die waren geïmplanteerd in de
longen van muizen. Bij de muizen van een niet-behandelde controlegroep
overwoekerden soortgelijke tumoren op den duur de gehele long.
Om de methode geschikt te maken voor toepassing op patiënten, zijn
antilichamen nodig die onderscheid kunnen maken tussen gezond en kwaadaardig
weefsel. Voor verschillende soorten tumoren zijn die al beschikbaar en in
sommige gevallen maakt de tumor zelf het galactosidase in voldoende grote
hoeveelheden aan.
Cell Genesys and EntreMed Report Positive Preclinical Studies Of
Antiangiogenesis Gene Therapy
BOSTON, June 6 /PRNewswire-FirstCall/ -- Cell Genesys, Inc. (Nasdaq: CEGE) and
EntreMed, Inc. (Nasdaq: ENMD) today reported encouraging preclinical data
demonstrating that the systemic delivery of the Angiostatin gene, an
angiogenesis inhibitor gene that blocks the growth of tumor blood vessels,
significantly decreased tumor burden and increased survival in multiple types of
cancer in preclinical animal studies. In these studies, EntreMed's Angiostatin
gene was combined with Cell Genesys' adeno-associated viral (AAV) gene delivery
system. A single injection of Angiostatin-AAV gene therapy resulted in at least
50 percent tumor reduction and prolongation of survival in a highly aggressive
mouse tumor model of metastatic melanoma and reduction in tumor burden in
various other tumor models including lung, pancreatic, breast and prostate.
Stable levels of Angiostatin were measured in serum throughout the duration of
the study (as long as 120 days following the gene therapy treatment), and the
treatment was well tolerated with no evidence of toxicity. These data were
presented by Karin Jooss, Ph.D., associate director of preclinical oncology at
Cell Genesys, at the American Society of Gene Therapy Meeting (ASGT) in Boston,
MA.
The Angiostatin-AAV gene therapy demonstrated the most significant evidence
of antitumor activity of the various combinations of angiogenesis inhibitor
genes and gene delivery vectors tested which also included studies with Cell
Genesys' adenoviral vector and EntreMed's Endostatin gene. In a melanoma model,
lung tumor metastases were reduced by more than 75 percent in animals treated
with Angiostatin-AAV. Survival was prolonged to 120 days -- approximately
four-fold longer than the control group's survival. Additionally, in a mouse
model of spontaneous pancreatic cancer, Angiostatin- AAV decreased tumor burden
by more than 30 percent. Inhibition of primary tumor progression was also
observed in mouse models of breast cancer, lung cancer and prostate cancer. In
all studies, the angiogenesis inhibitor gene therapy was delivered systemically
by a single intravenous injection. Additional preclinical studies are under way
including studies with Angiostatin-AAV and Endostatin-AAV in combination with
chemotherapy.
"We are encouraged by the preclinical data we have observed to date with
Angiostatin-AAV gene therapy particularly with respect to the broad range of
tumor types inhibited," stated Peter K. Working, Ph.D., vice president, research
and development at Cell Genesys. "Cell Genesys' preclinical programs in cancer
gene therapy combined with the company's extensive clinical programs for
multiple GVAX(R) cancer vaccines and oncolytic virus therapies further
demonstrate the depth of the company's product pipeline in cancer."
Dr. Ed Gubish, EntreMed President and Chief Operating Officer, commented,
"Today's data demonstrating up to a 50 percent tumor reduction in preclinical
models further validates numerous other scientific reports that gene therapy
effectively delivers angiogenesis inhibitors, particularly Angiostatin,
systemically. We congratulate Cell Genesys for a developing such a high quality
scientific program and conducting such sound research." Dr. Gubish continued,
"Delivery of EntreMed's angiogenesis inhibitor genes via gene delivery systems
complements our current clinical program where patients currently self-inject
our angiogenesis proteins."
Angiostatin is a naturally occurring protein that has been shown to block
tumor growth by preventing angiogenesis, the development of blood vessels that
supply the tumor with blood. Direct administration of Angiostatin was shown to
be safe and well tolerated in EntreMed's Phase I clinical trials in multiple
types of cancer. Phase II trials are scheduled to begin later this summer.
Cell Genesys' proprietary AAV gene delivery system, which has previously been
shown to deliver genes safely and efficiently in a wide range of studies, is
being used to deliver the antiangiogenic genes and may provide added benefit
over direct administration of the proteins. Gene delivery systems are the means
by which therapeutic genes are introduced into target cells or tissues to
induce a therapeutic effect and are a critical component of any successful gene
therapy. AAV vectors are capable of delivering genes into the DNA of target
cells, enabling potentially permanent gene expression.
16 zorginstellingen krijgen licentie voor uitvoering revalidatieprogramma voor kankerpatiënten
Op 10 oktober 2002 verstrekt de Stichting Herstel & Balans aan 16 zorginstellingen de eerste licenties voor het uitvoeren van het revalidatieprogramma Herstel & Balans voor kankerpatiënten. Herstel & Balans is een nieuw nazorgprogramma voor kankerpatiënten waarvan het concept in 1996 is ontwikkeld en dat inmiddels op diverse locaties in Nederland wordt aangeboden. In 2001 namen ruim 400 patiënten deel aan het programma. Zorginstellingen kunnen dit programma in licentie aanbieden als zij voldoen aan de kwaliteitseisen die de stichting stelt.
Als gevolg van de gestegen genezingspercentages en de langere levensduur van kankerpatiënten neemt het belang van goede nazorg en revalidatie toe. Veel kankerpatiënten kampen met een verminderde conditie en vermoeidheidsklachten, maar hebben ook moeite hun leven opnieuw vorm te geven. Kanker is een ingrijpende ziekte die voor de patiënt en zijn sociale omgeving een grote psychische en sociale impact heeft. Het programma Herstel & Balans biedt kankerpatiënten naast begeleiding bij hun fysieke herstel ook psychosociale begeleiding.
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het volgen van het revalidatieprogramma voor kankerpatiënten leidt tot een belangrijke verbetering van de kwaliteit van hun leven en tot vermindering van hun vermoeidheidsklachten. Ex-deelnemers zijn zo enthousiast over het programma dat velen doorgaan met sporten en met elkaar contact blijven houden. Hiervoor hebben zij de patiëntenvereniging Verder in Balans opgericht.
De Stichting Herstel & Balans wil ervoor zorgen dat het revalidatieprogramma een structurele voorziening voor kankerpatiënten in Nederland wordt, die overal in het land wordt aangeboden en ook structureel gefinancierd wordt, zodat alle patiënten die voor dit programma in aanmerking komen daar ook gebruik van kunnen maken. De stichting, waarin de Vereniging van Integrale Kankercentra, de Vereniging van Revalidatie-instellingen in Nederland (VRIN) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenverenigingen
(NFK) participeren, staat door de uitgifte van licenties garant voor de kwaliteit van het aangeboden programma.
De uitreiking van de licenties vindt plaats op het symposium "Herstel & Balans, van concept naar licentie", dat op 10 oktober 2002 van 15.30 tot 17.00 uur gehouden wordt in Hoog Brabant, Radboudkwartier 23 te Utrecht. Het symposium is bestemd voor beleidsmakers en zorginstellingen betrokken bij revalidatie voor kankerpatiënten.
Het revalidatieprogramma herstel & balans bestaat uit een lichaamstraining
en psycho-educatie en wordt uitgevoerd in reguliere revalidatie- en
bewegingscentra. Het programma duurt drie maanden en er zijn gemiddeld per week
twee à drie bijeenkomsten van zo'n twee uur. Kankerpatiënten kunnen deelnemen
op verwijzing van de behandelend arts. Voor informatie kunnen patiënten terecht
bij het integraal kankercentrum in de regio.
Wilt u meer informatie over het symposium of over het programma Herstel & Balans, dan kunt u contact opnemen met Brigitte
Gijsen, projectleider, Integraal Kankercentrum Limburg, tel. 043-3254059 of Klaas van Noord, persvoorlichter, Vereniging van Integrale Kankercentra, tel. 030-2343780.
Hierbij hoe de BBC berichtte over dit nieuws:
The way cancer spreads round the body has become clearer thanks to a breakthrough by
scientists. They have discovered that a key protein molecule - called Src - helps to loosen the structure of tissues surrounding a
tumour, opening the way for cancer cells to spread around the body.
The discovery at Glasgow's Beatson Institute could lead to new drugs that block this action and prevent cancer
spreading. Improving our understanding of how cancer spreads should help in the development of drugs to block the
process. However, until now nobody knew exactly what it did.
Cells in healthy tissues are bound together by a number of molecules that work as a set of
scaffolding. During the development of cancer the scaffolding breaks down and tissues become loose and
disorganised. Src seems to play a key role in this process. The molecule is vital for maintaining the flexibility of healthy tissues and making sure there's plenty of space for future
growth. But during the development of cancer it becomes over active and begins to disrupt a tissue's normal
structure.
Lead researcher Professor Margaret Frame said: "We were pretty sure that Src played an important role in bowel
cancer, but untangling the precise nature of that role has taken a long time.
"We've now found that the molecule triggers several different chemical
signals, affecting cells in a variety of ways. "Designing drugs to intercept these signals could be an important way of preventing bowel cancer from
spreading." Professor Frame and her colleagues found that Src sends out instructions for the removal of a molecule called E-cadherin from the surface of
cells. E-cadherin is a vital component of the scaffolding that holds cells together and without it a tissue's structure becomes
disrupted.
Src appears to work with another set of molecules - called integrins - to form a new and much looser type of tissue structure that helps bowel cancer cells to move and spread.
Professor Frame said: "Improving our understanding of how cancer spreads should help in the development of drugs to block the
process.
"If we could confine cancer cells to the original tumour it would give surgery a much greater chance of success and reduce the risk of the disease reappearing in other parts of the body." When detected early bowel cancer is often
curable, since most of the cancer cells remain within the original tumour, where they can be removed by
surgery. But over time, cells start to move away from the tumour into the bloodstream and lymphatic
system, which act as highways to the rest of the body. Once bowel cancer has spread, the chances of successful treatment are much
lower.
The research is published in the journal Nature Cell Biology.
It's disappointing to see any medicine fail in clinical trials: patient hopes are
dashed, drug companies lose out on their investment and scientists have to return to the drawing board. The setback in trials of colon cancer drug Erbitux provides a poignant example of the first two
conditions, but, conversely, it is also an example of successful biomedical research.
Erbitux, also known as C-225, was developed by New York–based ImClone Systems and, after demonstrating strong potential in Phase II trials, was backed last September by pharmaceutical
giant, Bristol–Myers Squibb (BMS) in a record-setting $2 billion licensing deal.
On 28 December, ImClone announced on that it had received a 'refusal to file' letter from the US Food and Drug Administration
(FDA), and claimed that the letter merely requested additional documentation from the drug's earlier clinical trial. But alleged excerpts from the document, published in The Cancer Letter (4 January 2002) contradicted that view, suggesting instead that an entirely new trial was
required, and that ImClone had known for over a year that its proposed trial would not meet FDA
standards.
Investors were startled and more bad news followed. In late January, ImClone announced that it was the target of investigations by the US Securities and Exchange
Commission, the Department of Justice, and a Congressional subcommittee, and nearly two dozen class-action lawsuits have been filed by shareholders accusing flamboyant CEO Sam Waksal and his brother Harlan of insider trading and
fraud.
Some ImClone board members, including the president of the M.D. Anderson Cancer Center in
Texas, John Mendelsohn, also served on the board of the troubled Houston energy company
Enron, thus thrusting ImClone's troubles into the spotlight of a major political scandal. Last
month, BMS was fighting to restructure its deal and to oust the Harlan brothers. ImClone shares have sunk from an early December high of $75 to around $17.
Ironically, Erbitux may be a victim of its own potency. The drug is a hybrid monoclonal antibody against epidermal growth factor receptor
(EGFR), a signaling receptor required for growth by many types of cancer cells. Erbitux appears to prevent tumor growth by blocking
EGFR. In the Phase II trial that formed the basis of ImClone's FDA application, patients who had failed to respond to the established chemotherapy drug
irinotecan, received a combination of irinotecan and Erbitux. And because of irinotecan's high
toxicity, the FDA seems to have requested a large-scale trial using Erbitux
alone.
But having Erbitux show efficacy by itself would be bad business for ImClone.
"Genentech has a patent that basically covers any chimeric antibody [used by
itself]", explains Jason Zhang, an analyst at Stephens Inc. However, ImClone holds a patent for combination treatments using an anti-EGF antibody with
chemotherapy, so "if they prove this combination therapy works they will probably make a strong argument that they are not infringing Genentech's patent."
However, licensing the monotherapy patent from Genentech—which is developing competing EGFR-targeting drugs—could cost Imclone
dearly.
Several oncologists who have conducted trials for ImClone declined to comment on the record, but some told Nature Medicine that recent news about the company's alleged bad business practices is eroding the credibility of clinical research. One
scientist, speaking on condition of anonymity, summed up the prevailing view:
"EGFR is an exciting area and this drug clearly has clinical activity. It's a shame that all this
controversy, much of it outside the realms of the clinic, will derail the path of a drug which could have such benefits for the
patients."
"None of the approaches to targeting the ras oncogene, including farnesyl transferase inhibitors and the use of anti-sense technology, have yet proven successful," said Jack Singer, M.D., Executive Vice President, Research Chair at CTI. "Our findings provide strong evidence that LPAAT-beta is an appropriate target for intervention and that it may be possible to develop traditional small molecule drugs that target LPAAT-beta and have a broad and specific spectrum of
activity against many tumors."
At the Keystone meetings, CTI investigators reported that LPAAT-beta function appears to be essential for the ability of the ras oncogene to enhance the cancer-causing potential of cells. Ras activates a process in the cell (known as a signaling cascade) that leads to uncontrolled growth of tumor cells and it has been a major target for therapeutic intervention in cancer. CTI scientists presented data showing that LPAAT-beta is highly expressed in cancer tissues,
but produced in very low levels by normal tissues. High levels of LPAAT-beta expression were observed in nearly all tested cases of prostate, lung, ovarian, cervical, brain and colon cancers. CTI also found that LPAAT-beta is highly expressed by tumor endothelial cells (i.e., cells that make up the lining of blood vessels), which suggests that suppressing LPAAT-beta might have anti-angiogenic effects.
Chemists at CTI have synthesized small molecules that specifically inhibit LPAAT-beta at extremely low concentrations. These compounds cause apoptosis (programmed cell death) in a wide variety of tumor cell lines, including those from patients with cancers of the breast, prostate, lung and colon, as well as from leukemias and lymphomas. In preliminary studies in tumor-bearing mice, the compounds demonstrated anti-tumor effects with no overt effects on normal tissues even at very high doses. In addition, the mice maintained stable body
weight.
"The identification of LPAAT-beta as a new target for anti-cancer therapies is exciting because it represents a new method of attacking a major cancer-causing pathway and may provide a unique target for developing drugs to treat prostate, lung, brain and pancreatic cancers," said Dr.
Singer from Cell Therapeutics, Inc.
Based in Seattle, CTI is a biopharmaceutical company committed to developing an integrated portfolio of oncology products aimed at making cancer more
treatable.
19:00 29 January 03
Exclusive from New Scientist Print Edition
An experimental technique that destroys cancer cells without drugs, surgery or radiation is showing promise in the lab. British company Gendel says that it has used blasts of ultrasound to destroy tumour cells in mice.
Can a two-pronged effect shrink tumours?
Gendel has been quietly refining its procedure for two years - and hopes that if human trials are successful when they start in two years' time, its technology may lead to a non-invasive cancer therapy for tackling tumours that are hard to treat conventionally, such as those of the head and neck.
The technique relies on the application of an electric field to a tumour to make it susceptible to a follow-up blast of ultrasound. The combination appears to cause tumour cells to self-destruct.
The combined electric field and ultrasound (CEFUS) technology is based on a similar procedure Gendel - based in Coleraine, Northern Ireland - is developing to deliver drugs to difficult-to-reach parts of the body using a patient's own red blood cells as a drug shuttle.
Once "sensitised" outside the body with an electric field, the membranes of the red blood cells become permeable, in a process known as electroporation, and can be filled with a drug before they are returned to the patient. When ultrasound is beamed at the site where the drug is needed, the sensitised cells burst open, spilling the drug in the right place.
Porous cells
As the blood-based idea progressed to the stage where it will be tested later in 2003 in people for the first time, Gendel founders Tony McHale and Les Russell wondered if it would be possible to destroy tumour cells with the same combination of electric field and ultrasound.
It worked both on tumour cells in vitro, and more recently on tumours in at least 50 mice. A slight tumour regrowth was eliminated by boosting electric field and ultrasound levels.
But the Gendel team still does not know why the porous cells rupture when exposed to ultrasound. Neither treatment works on its own (see graph). Maybe the electric field makes the tumour cells permeable, so the cell is that little bit weaker when exposed to ultrasound, says McHale. Whatever the mechanism, Gendel believes the combined effect is to induce the cells to self-destruct.
If the technology ever becomes viable, Gendel hopes to treat both accessible tumours, such as those on the skin, as well as those on the gullet and mouth. For external applications, the electric field could be applied using conductive adhesive pads. For internal use, needle electrodes would be used.
"The tissue simply disappears and gets absorbed back into the body," says Russell. The aim is to produce a portable device with disposable electrodes that contains kit for both internal and external procedures. Aside from time for anaesthesia, the whole procedure would probably take little more than five minutes.
Collateral damage
The electrosensitisation process might need to be applied under local anaesthetic. But the ultrasound fields applied - though stronger than those used to image babies in the womb - are of a strength routinely applied to muscles in sports medicine.
Gendel's equipment would be tuned to deliver an appropriate dose of ultrasound to the tumour mass, but some healthy cells would inevitably be hit too. However, Russell points out that conventional surgery and radiation therapy have the same collateral damage problem.
But many cancer treatments have shown promise in animals only to fail in humans. Reinforcing the need for scepticism at this very early stage, a spokesman for Cancer-Research UK says Gendel's work should be treated with "absolute caution" until more information is available.
Andy Coghlan
In Amerika pakken ze het anders aan. Daar stelt het NCCAM, het Nationale Centrum voor Complementaire en Alternatieve Medicijnen, een afdeling van het NCI, 1 miljoen dollar beschikbaar voor een
tweejarig project dat onderzoek en analyses gaat maken naar complementaire behandelingen en medicijnen. Dit
project is een aanvulling op het vijfjarenplan van de NCCAM dat onderzoek doet met honderden trials naar de effecten van alternatieve en complementaire behandelingen. In dit nieuwe project worden geen nieuwe trials opgezet, maar worden de effecten van de keuzes van Amerikaanse patiënten, die uit zijn gemond in complementaire behandelingen/medicijnen van de afgelopen jaren geanalyseerd. En wordt ook gekeken hoe het komt dat bepaalde complementaire behandelingen zo moeilijk in te passen zijn in studies volgens de wetenschappelijke normen van
reguliere behandelingen. In de commissie die dit allemaal gaat onderzoeken zitten 16 experts uit verschillende conventionele en complementaire disciplines bij elkaar. Het doel/de hoop is dat dit onderzoek voldoende op zal leveren om op een goede manier
wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen naar complementaire behandelingen en het aanbod aan effectieve complementaire behandelingen meer op de wensen van de patiënten af te stemmen. Als Stichting Gezondheid Actueel zijn we al een tijdje bezig om ook iets
soortgelijks in Nederland van de grond te krijgen en ik durf te zeggen dat we best wel vorderingen maken, maar nog niet zover zijn als in Amerika. Maar hopelijk helpt ook deze publicatie ons verder. Zie
onder deze publicatie ook hoe in Amerika gedacht wordt over een andere manier
van wetenschappelijk onderzoek naar complementaire geneeswijzen en medicijnen.
22/10/02 - The US' National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) is to fund an Institute of Medicine (IOM) study investigating the implications of complementary and alternative medicine (CAM) used by the American public. Costing $1 million, the nearly two-year study, will be conducted by the IOM, part of the National Academies.
The IOM will assemble a panel of approximately 16 experts from a broad range of CAM and conventional disciplines, such as behavioural medicine, internal medicine, nursing, epidemiology and pharmacology.
This panel will assess research findings, hold workshops, and invite speakers to discuss issues, with the aim of providing a comprehensive overview of the use of CAM therapies by the American public and also to identify significant scientific and policy issues related to CAM research, regulation, integration, training and certification. They will also seek to develop a conceptual framework to help guide decision-making on these issues and questions.
The need for the study emerged from discussions among members of the Trans-Agency CAM Coordinating Committee, chaired by Dr Stephen E. Straus, the NCCAM director. The Committee felt that the IOM had the expertise to critically consider questions of CAM research and policy.
"Americans use CAM therapies in record numbers," said Straus. "The IOM's report will give us a clearer understanding of the scope of CAM use by Americans, as well as CAM's public health impact, and scientific and policy issues that will better inform our research decisions."
The IOM study will not however conduct new surveys of the public regarding CAM use, but instead gather and analyse existing data. It also plans to address issues, such as the methodological difficulties in evaluating some CAM therapies, how the different CAM professions are regulated in the US and the policy and regulatory issues regarding licensing and certifying CAM practitioners.
The information generated by the IOM panel should complement the recommendations of the White House Commission on Complementary and Alternative Medicine Policy released earlier this year, said the study organisers. Panel members are currently being recruited.
The latest cancer vaccine has an unexpected target - it triggers an immune system attack on growing blood vessels rather than
tumours. This cuts off the blood supply cancers need to grow. Cancer cells have evaded previous vaccines by constantly
mutating, but the new vaccine avoids this by targeting the healthy blood vessel cells associated with the
tumours. And the same vaccine could be given to everyone, instead of having to be tailored to target specific
cancers.
Trials of drugs that block the growth of tumour blood vessels have not been very
successful, and the drug has to be taken continuously. But one dose of the vaccine might provide long-term
protection, the latest experiments suggest. To design the vaccine, Ralph
Reisfeld, at the Scripps Research Institute in La Jolla, California, and his colleagues added the gene for a protein called FLK-1, which is found on cells in new blood
vessels, to Salmonella bacteria. The bacteria were then fed to mice. When the animals were injected with skin and lung cancer
cells, the resulting tumours grew to only a quarter of the size of those in unvaccinated
mice. "We saw tumours vanish or we could not detect them anymore, and we saw tumours that took longer to
grow," says Niethammer.
Half a lifetime
The researchers also vaccinated mice with colon cancer that had already spread to the
lungs. All treated mice survived, despite some lung damage, but the untreated mice all
died.
Tumours often escape the effect of anti-cancer drugs if they are sheltered by a mass of scar tissue or the blood-brain
barrier. But Reisfeld says that the immune system's killer T cells can reach growing blood vessels no matter where the tumour is.
The vaccine also gives long-term protection. It was just as effective in mice that were injected with cancer cells 10 months after
immunisation. "The beautiful thing about T cells is that they have a memory," says
Reisfeld. "And 10 months in a mouse is almost half its lifetime."
The only side effect the researchers detected was that wounds took longer to
heal. But cancer vaccine expert Jeffrey Schlom of the National Cancer Institute near Washington DC warns that careful safety studies will be needed before the vaccine is given to
people.
Journal reference: Nature Medicine (DOI:10.1038/nm794)
Bron: NRC d.d. 13 mei 2003.
Uitspraak Europees Hof van Justitie
Patiënt mag zorg in buitenland halen
Door een onzer redacteuren
ROTTERDAM, 13 MEI. Patiënten in de Europese Unie hebben geen voorafgaande toestemming van hun ziekenfonds nodig voor een eenvoudige medische behandeling (zonder ziekenhuisopname) in een ander land dan hun thuisland.
Dat is de strekking van het arrest dat het Europese Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen heeft gewezen in twee zaken van Nederlandse patiënten. Het arrest wordt van belang geacht voor de bewegingsvrijheid van patiënten bij eenvoudige medische behandelingen (buiten het ziekenhuis).
Het arrest betekent dat patiënten gemakkelijker over de grens kunnen omzien naar eenvoudige medische zorg op kosten van hun ziekenfonds. Daarbij valt onder andere te denken aan medische zorg van huisartsen, fysiotherapeuten en tandartsen.
Nederland en de Nederlandse ziekenfondsen hebben zich steeds verzet tegen meer bewegingsvrijheid voor patiënten om over de grens medische zorg te zoeken, al werden onder druk van wachtlijsten wel contracten gesloten met buitenlandse ziekenhuizen voor behandeling van Nederlandse patiënten. Het ministerie van Volksgezondheid wilde vanmorgen nog niet reageren op het arrest.
Tot dusver krijgen patiënten eenvoudige medische zorg in een ander EU-land alleen vergoed als zij voor zo'n behandeling van hun ziekenfonds voorafgaande toestemming hebben gekregen. Maar volgens het Hof is deze toestemmingseis bij extramurale zorg onrechtmatig, omdat zij in strijd is met het vrije verkeer van diensten binnen de Europese Unie.
Ziekenfondsen mogen, aldus het Hof, wel een maximum stellen aan vergoedingen van extramurale zorg in het buitenland, en ze mogen bij bezoek aan een buitenlandse specialist ook een doorverwijzing van de 'eigen' huisarts verlangen. De raadsman van de betrokken ziekenfondsen, mr.J.K. de Pree, beklemtoonde vanmorgen in een eerste reactie het belang van deze beperkingen.
Niet alleen Nederland hanteert een eis van voorafgaande toestemming voor medische zorg in het buitenland. In Denemarken, Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Spanje en Zweden bestaan vergelijkbare regelingen. De betekenis van het arrest van het Luxemburgse Hof reikt dan ook verder dan het Nederlandse stelsel.
Eerder (in 2001) bepaalde het Hof dat de eis van voorafgaande toestemming wel is te billijken als het gaat om ziekenhuisopname in een ander EU-land. Daarbij zijn volgens het Hof zulke grote risico's voor de nationale zorgstelsels (financieel, planning, kwaliteit) in het geding, dat het vrije verkeer van diensten wel mag worden belemmerd door voorafgaand toestemming te eisen.
De Nederlandse staat noch de ziekenfondsen hebben, aldus het Hof, aannemelijk gemaakt dat het Nederlandse zorgstelsel grote risico's loopt als patiënten in het buitenland mogen shoppen voor eenvoudige medische zorg op kosten van hun ziekenfonds.
LONDEN - Honden kunnen zo worden afgericht dat ze de eerste tekenen van prostaatkanker kunnen opsporen. Dat is de overtuiging van onderzoekers van de universiteit en het Adenbrookes-ziekenhuis in Cambridge, meldde de krant The Sunday Times. "Wij gaan honden zo africhten dat ze aan de urine van mannen kunnen ruiken of die prostaatkanker hebben", zei dr. Barbara Sommerville tegen de krant.
Sommerville vertelde dat de wetenschappers de overheid om geld hebben gevraagd om een proef van een jaar te kunnen uitvoeren. In die tijd gaan zij Duitse herders en labradors leren de geur te herkennen van urine waarin stoffen zitten die ontstaan door de kanker. Na de opleiding moeten de honden een examen doen, waarbij zij hun bekwaamheid moeten bewijzen door uit honderden urinestalen de juiste keuze te maken.
Onderzoekers in de Verenigde Staten hadden al in 1989 ontdekt dat honden met hun gevoelige neus huidkanker kunnen opsporen. Hoe zij dat kunnen is niet bekend, maar het heeft vermoedelijk iets te maken met de eiwitten en enzymen die kankercellen produceren.
Honden worden wegens hun superieure reukvermogen gebruikt voor het opsporen van bommen, drugs, lichamen en gaslekken. De honden die kanker moeten opsporen, worden op dezelfde manier afgericht. Als zij een verborgen buisje met een speciale stof of geur opsporen, krijgen zij een beloning.
-The Company’s third anti-cancer drug commences clinical trial program -
JUNE 11, 2001
--------------------------------------------------------------------------------
TORONTO, CANADA – June 11, 2001 - Lorus Therapeutics Inc. (TSE: LOR; OTCBB: LORFF) announced today that it has started treating its first patients with its anti-cancer antisense drug, GTI-2501. The Phase I dose-escalating trial of GTI-2501 is underway at the University of Chicago Medical Center.
The Phase I clinical trial will enroll patients with solid tumors or lymphoma for which no effective therapy is currently available or whose cancer has not responded to conventional or standard therapies. The trial has been designed to establish the recommended clinical Phase II dose as well as look at the safety profile of GTI-2501. The Company also plans to monitor the drug’s activity during the treatment cycle.
“The pre-clinical results with GTI-2501 are very promising and we are extremely pleased to begin our clinical trial program in patients with different tumor types,” said Dr. Jim A. Wright, president, Lorus. “We think there is great potential for this drug to provide patients with an effective treatment that is safe and less toxic than alternative therapies.”
Lorus previously reported the approval of its Investigational New Drug (IND) submission for GTI-2501 by the U.S. Food and Drug Administration. In pre-clinical testing, Lorus reported that GTI-2501 demonstrated significant anti-tumor activity properties when investigated in standard mouse models with a variety of different human cancers. The results were promising as they revealed complete tumor regression in all mouse models with human tumors derived from kidney and breast cancers. Following the tumor regression, no kidney tumor re-growth occurred, even after the treatment was stopped. Earlier investigations in animals also showed that the drug is well tolerated. Lorus is anticipating similar safety and activity profiles in this first phase of human trials.
GTI-2501 is the Company’s third drug to enter clinical trials. Lorus is preparing for multiple Phase II clinical trials with its lead antisense drug GTI-2040, the first of which is to involve patients with renal cell carcinoma. A Phase III clinical trial with Virulizin® in patients with advanced pancreatic cancer is planned for later this year.
Bron: The Scientist
Diabetes and cancer: an unexpected link may also help in the treatment of some forms of cancer | By Andrea Rinaldi
An intriguing study in the September 24 Journal of Biology—published by BioMed Central, a sister company of The Scientist—suggests there could be a previously unrecognized anticancer benefit from treatment with some common antidiabetic drugs. Simon A. Hawley and colleagues at the University of Dundee show how the tumor suppressor protein kinase LKB1 is linked to AMP-activated protein kinase
(AMPK), the target enzyme for several drugs commonly used to treat type 2 diabetes
(Journal of Biology, 2:28, September 24, 2003).
AMPK acts as a "metabolic master switch," reducing glucose levels and inhibiting biosynthetic pathways and cell
proliferation. A lack of, or a mutation in, the LKB1 gene gives rise to Peutz-Jeghers
syndrome, an autosomal dominant human disorder in which the risk of developing malignant tumors in some tissues is 15-fold higher than
normal. Both the activation pattern of AMPK and the LKB1 substrate have been poorly
understood, but recent observations suggest that the latter is associated with a group of accessory proteins known as
STRADa/ß and MO25a/ß, which increase the kinase activity of LKB1.
Hawley et al. purified two forms of AMPK from rat liver and observed that both fractions contained LKB1,
STRADa, and MO25a and that the AMPK activity could be immunoprecipitated using anti-LKB1
antibodies. Recombinant LKB1–STRADa/ß –MO25a/ß complexes fully activated AMPK in cell-free
assays, providing further support for the idea that the link between AMPK and LKB1 has a functional background. In
addition, the authors demonstrated that LKB1-mediated activation of AMPK also takes place in vivo in HEK-293T
cells, but not in HeLa cells (which don't express LKB1 and therefore represents a natural knockout cell
line). In HeLa cells, activation was achieved by stably expressing recombinant LKB1. This suggests that the tumor-suppressing properties of LKB1 may depend on its ability to activate
AMPK.
"Our findings provide strong evidence that LKB1–STRAD–MO25 complexes represent the major upstream kinases acting on
AMPK, although they do not rule out the possibility that the complex might contain additional
components," conclude the authors.
Having established the LKB1–AMPK connection, Hawley et al. attempted to verify if antidiabetic drugs targeting AMPK by increasing its enzymatic activity could be affected by LKB1 in
vivo. They observed that metformin—the most widely used diabetes drug in the world—could not activate AMPK in HeLa
cells, presumably since they lack LKB1, and that expression of recombinant LKB1 restored the ability of HeLa cells to respond to the drug. The authors speculate that
metformin, and possibly other diabetes drugs, may work by directly activating LKB1, which in turn activates
AMPK, leading to glucose sequestration—with immediate benefits for those with diabetes—and to inhibition of cell growth and
division, which ultimately prevent tumor development and proliferation.
Links for this article
S.A. Hawley et al., "Complexes between the LKBI tumor suppressor, STRADa/ß and MO25a/ß are upstream kinases in the AMP-activated protein kinase cascade," Journal of
Biology, 2:28, September 24, 2003.
http://jbiol.com/content/2/4/28
University of Dundee
http://www.dundee.ac.uk/
A. Hemminki, "The molecular basis and clinical aspects of Peutz-Jeghers syndrome," Cellular and Molecular Life
Sciences, 55:735-750, May 1999.
[PubMed Abstract]
J. Boudeau et al., "MO25a/ß interact with STRADa/ß enhancing their ability to bind, activate and localise LKB1 in the
cytoplasm," European Molecular Biology Organization Journal, 22:5102-5114, October 1, 2003.
http://emboj.oupjournals.org/