Kanker actueel Coloncancer and autovaccination

  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination
  • Coloncancer and autovaccination

    Recent developments in treating coloncancer

    Coloncancer and autovaccination
    31 of august 2004: Already in 2001 researchers in the Netherlands and in the Mayo Clinic published hopefull news about the results of studies with autovacination for concancerpatients stage II and III. There were 61% more patients alive after five years then wihtout this autovaccination. In august 2004 the producer, Intracel of this autovaccinationproduct goes to court in the Netherlands to demand for approval of this autovaccinationtreatment. Here some studyresults and pulbications with this autovaccinationprogram.

    Vermorken JB, Claessen AME, van Tinteren H, Gall HE, Ezinga R, Meijer S, Scheper RJ, Meijer CJLM, Bloemena E, Ransom JH, Hanna MG and HM Pinedo.
    Active specific immuno-therapy for stage II and stage III human colon cancer: a randomised trial. The Lancet 1999: 353: 345-350.

    Van den Eertwegh AJM, Claessen AME., Van Tinteren H, Gall HE, Meijer S, Scheper RJ, Meijer CJLM., Pinedo HM and JB Vermorken.

    Actieve specifieke immunotherapie als adjuvante behandeling van stadium II en III coloncarcinoom: een prospectieve gerandomiseerde Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2000. 144: 274-279

    Gall HE, van den Eertwegh AJM, AME Claessen, Meijer S, Scheper, RJ, Meijer CJLM., Vermorken JB en Pinedo HM. Actieve specifieke therapie bij patiënten met darmkanker. Tijdschrift Kanker 2000 24:20-23.

    Studiecoördinators: Dr. A.J.M. van den Eertwegh, internist oncoloog, A. Baars, arts, Researchverpleegkundigen:Ivonne Zegers en Helen Gall Studievoorzitters: Prof. Dr. H.M. Pinedo en Prof. Dr. G. Giaccone. Vaccinatie laboratorium: Dr. S.M. van Ham, Prof. Dr. R.J. Scheper en Prof. C.J.L.M. Meijer Sponsor:INTRACEL Corporation, Rockville, Maryland, Verenigde Staten. For more information: Dr. A.J.M. van den Eertwegh, internist-oncoloog. tel: 020-4444300 or E-mail: vandeneertwegh@azvu.nl Department: oncology, medical center VU. De Boelelaan 1117 Postbus 7057 1007 MB Amsterdam
    Tel: 020- 4444300. Fax: 020-4444355

    Dikke darmkanker en voeding/suppletie

    Dikke darmkanker en voeding/suppletie

    Hoewel het KWF stelt dat wetenschappelijk bewijs ontbreekt voor de stelling dat een speciaal dieet en/of extra voedingssupplementen een positief effect zouden hebben op dikke darmkanker hebben wij toch een aantal wetenschappelijke studies gevonden die wel degelijk aantonen dat bepaalde vitamines en mineralen wel degelijk een effect hebben op de overlevingsduur bij dikke darmkanker. Zie onze literatuurlijst no’s: 3,9,10,24,48,52 t/m 63, 70, 71,72 en 84

    Bovendien kunt u onder Darm-rectaalkanker en vitaminen op de pagina onderzoek en voeding lezen wat het resultaat is van een onderzoek in de USA naar het effect van voeding en bepaalde supplementen op darmkankers. 

    Door het KWF en door diëtistes in de ziekenhuizen worden patiënten met kanker vaak aangeraden om producten te eten als koek, snoep, gebak, volvette kaas en room om gewichtsverlies tegen te gaan. (letterlijk zo aanbevolen in de folders van het KWF) Terwijl juist vet en suiker, die in meer dan ruime mate in deze producten aanwezig zijn voor patiënten met kanker uitermate slecht zijn. Gerichte voeding zonder suiker en rood vlees, maar wel met veel groenten en fruit en bv. sojamelk is daarentegen goed voor het opbouwen van weerstand en stimuleert het immuunsysteem.  

    Interessant is de rol van probiotica bij darmkankerpatiënten (ook bij andere soorten kanker overigens), die lijken te zorgen voor een herstel van de darmflora na bv. chemo, bestraling en grote operaties. Zie voor een korte verklaring wat probiotica is en waar je het kan kopen op vragen en antwoorden no. 30.

    Juist bij dikke darmkanker lijkt een veranderend voedingspatroon dus wel degelijk van groot belang. Zie ook de stelling en het onderzoeksresultaat hieronder van een Groningse onderzoeker naar de verhoogde risico’s van het eten van rood vlees. En nogmaals zie pagina's onderzoek en voeding en literatuurlijst En lees ook het verhaal van mw. N. op pagina uw verhaal die van een darmkanker met uitzaaiïngen herstelde door een gecombineerde aanpak van operatie en het Houtsmullerdieet en R.F.A.

    Een informatieve Duitse site over darmkanker is deze: http://www.datadiwan.de/gfbk/indbio.htm?bio_44.htm Daarop veel informatie over darmkanker en de nieuwste mogelijkheden tot behandeling inclusief aanvullende behandelingen als voeding en suppletie.


    Dikke darmkanker en rood vlees

    Haem uit rood vlees bevordert dikke darmkanker!

    Uit proefdieronderzoek is gebleken dat de ontwikkeling van dikke darmkanker ongunstig wordt beïnvloed door het eten van rood vlees. Calciumrijke voeding (calciumsuppletie?) blijkt te beschermen tegen de schadelijke invloeden van rood vlees. Althans dit zijn de conclusies van Aloys Sesink die met deze stellingen 31 januari 2001 promoveert aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In het Algemeen Dagblad van 26 januari 2001 wordt daarvan melding gemaakt. 

    Een citaat:

    "Sesink maakt aannemelijk dat niet de verzadigde vetten uit rood vlees een belangrijke rol spelen, maar het haem, waarvan het gehalte in rood vlees tien keer zo hoog is als in wit vlees. Haem is naast een bestanddeel van rode bloedcellen, ook een normaal voorkomende component in (rood) vlees. Niet alleen het vet irriteert de darmwand, maar ook het heam. Sesink concludeert verder dat het vet het schadelijke effect van heam in lichte mate versterkt."

    Hierbij een korte samenvatting van het proefschrift van A. Sesink.
     
    Dikke darmkanker is na longkanker bij mannen en borstkanker bij vrouwen de tweede meest voorkomende oorzaak van sterfte aan kanker.
    Internationaal zijn er grote verschillen in het aantal darmkankergevallen per land, met lage aantallen in delen van Afrika en Azië en hoge aantallen in Europa, Noord-Amerika en Australië. Via studies in grote bevolkingsgroepen is het vermoeden gerezen dat factoren in de omgeving, waaronder de voeding, een belangrijke invloed hebben op het ontstaan van darmkanker. Een duidelijk voorbeeld betreft Japan, waar vanaf ongeveer 1950 het typisch eetpatroon van veel vis en vezels langzamerhand werd verwisseld voor een "Westers" georiënteerde voeding met veel verzadigd vet, weinig vezels, weinig verse groenten. Met enige vertraging steeg het aantal gevallen van dikke darmkanker in dezelfde periode aanzienlijk.
     
    In een uitvoerige inleiding wordt geschetst hoe de cellen van de darmwand steeds weer vernieuwd worden. In de zog crypte worden nieuwe cellen aangemaakt, die langs de villus omhoog geduwd worden. Uiteindelijk komen ze aan op de top van de villus, sterven af en worden door de stroming in de darm meegenomen.
    Dit hele proces neemt 4-8 dagen in beslag.
    Als groei en afvoer van die cellen niet met elkaar in evenwicht zijn ontstaan er poliepen, die zelf weer tot kanker aanleiding kunnen geven.
    Het evenwicht kan worden verstoord door irriterende stoffen, die het afsterven ("apoptose") laten vertragen en soms vrijwel stopzetten.
    In eerder onderzoek is al aangetoond, dat de kans op darmkanker bij gebruik van rood vlees vele malen hoger is dan bij gebruik van wit vlees. Sesink vermoedt dan een duidelijk verband met de aanwezigheid van haem, in rood vlees; dit is de rode "kleurstof" in rode bloedcellen en drager van de zuurstof in het bloed.
     
    In studies met ratten hebben ze gekeken naar de schadelijkheid van het zg. "fecaal water" wanneer ze "Westers" voer (met veel haem) kregen in vergelijking met niet-Westers voer. Fecaal water wordt gemaakt, door de ontlasting te centrifugeren, waardoor de onoplosbare delen worden gescheiden van het waterige deel.
    Door dat water te laten inwerken op gevoelige cellen kan je de schadelijkheid ervan voor die cellen vaststellen.
    Verder spoten ze de ratten met een radioactief materiaal in, dat bij celdeling in het erfelijk materiaal van de nieuwe cellen wordt ingebouwd. Door na enkele uren na de maaltijd de radioactiviteit van de darmcellen te meten kan een indruk van de celdelingsnelheid verkregen worden. Hoe hoger deze snelheid des te meer kans op het ontstaan van kanker.
    Haem in het voer (gedurende 14 dagen) blijkt inderdaad tot een hogere celdelingsnelheid te leiden en een schadelijker fecaal water op te leveren.
    Het blijken niet de galzuren en het haem zelf te zijn, die de schadelijkheid oplevert. De studie heeft hierover geen uitsluitsel gegeven, maar het lijken hoogmoleculaire, vetoplosbare verbindingen te zijn, waar het haem in is opgenomen.
    Hoge vetgehalten in de voeding versterken het effect van haem; zonder haem echter levert hoog vet geen snellere deling of schadelijker fecaal water.
    Hogere Calcium gehalten in de voeding remmen daarentegen het effect van haem.
     
    Uit berekeningen blijkt, dat mensen die veel rood vlees eten (150 g of meer) zoveel haem binnen krijgen, dat de boven geschetste schadelijkheid kan optreden.
    Wanneer 50 g of minder rood vlees wordt genuttigd blijft de haem concentratie onder een drempelwaarde die tot schade kan leiden. Vanzelfsprekend moeten dit soort berekeningen voorzichtig beoordeeld worden: er is natuurlijk veel variatie tussen de personen.
     
    Titel proefschrift: Red meat and colon cancer: a possible role for heme
    Promotie op 31-01-2001 te Groningen.
    Het proefschrift heb ik indertijd bij de Universiteit van Groningen aangevraagd. Nu werkt A. Sesink bij het RIKILT in Wageningen.

    Nadere informatie uit onderzoek van Aloys Sesink gehaald uit artikel in de wetenschapsbijlage van de Volkskrant van zaterdag 3 februari 2001.

    Aloys Sesink zag tijdens zijn onderzoek bij het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek (NIZO) in Ede dat 'haem' een bestanddeel van rood vlees leidde tot een snelle deling van darmcellen bij de gebruikte ratten. Dit is de voorbode van dikke darmkanker. Haem is de drager van ijzer, een belangrijk bestandsdeel van rood vlees, een stof ook die het vlees rood kleurt. Rundvlees vbevat tien keer en varkensvlees vijf keer zoveel haem als wit vlees. Sesink merkt op dat de onderzoekers uit waren gegaan van het meten van het effect van het vet van alle vlees, maar  gaandeweg het onderzoek werd duidelijk dat rood vlees wel en wit vlees (bv. kip/kalkoen) geen effect had op de ontregeling van de celdeling van de ingewanden. 

    Sesink: "Bij ratten die haem te eten krijgen zien we dat het ijzer uit de voeding, dat in de dunne darm maar voor 10% is afgebroken,  zich bindt aan een onbekende stof, waardoor het in water kan oplossen en de darmwand bereikt. Die verbinding is irriterend voor de cellen en daardoor raakt de darmwand beschadigd. Er worden nieuwe cellen aangemaakt, anders gaat het mis. We zien een versnelde celdeling in de darm. 

    Sesink gebruikt de op hol geslagen cellen als risicofactor voor het ontstaan van darmkanker. Sesink in de Volkskrant: ""Als er geen haem in de dikke darm is, heb je minder schade. Sommige mensen eten elke dag flinke lappen rood vlees. Dit vergroot de kans dat hun darmwand voortdurend geiïriteerd is en leidt mogelijk tot ontsporing in de celdeling en, in de loop der jaren, tot kanker."

    Sesink geeft wel aan dat deze resultaten zijn voortgekomen uit onderzoek bij ratten en natuurlijk nog niet direct vertaald mogen worden naar dezelfde conclusies bij mensen. Wel merkt Sesink op dat het NIZO dezelfde proeven gaat doen bij mensen en het fecaal water gaat onderzoeken. Sesink merkt op dat hij dezelfde uitkomsten verwacht want: "de dikke darm van rat en mens hebben grote overeenkomsten".

    Sesink bestudeerde ook wat er eventueel preventief te doen is om de schadelijke werking van haem te verkleinen. Zo is er onderzoek gedaan of de baktijd misschien invloed had, maar het heamgehalte in het vlees bleef nagenoeg hetzelfde onafhankelijk of er een korte of lange baktijd was gebruikt. Alleen bij sudderlapjes bleek een gedeelte van het haem uit het bloed in de jus te gaan zitten. Wel werd geconstateerd dat als er na het eten van rood vlees een calciumrijk toetje werd gegeten er wel bescherming werd gevonden tegen de vernietigende werking van haem. Extra calcium zou wellicht de schadelijke werking kunnen beperken.

    We hebben ook voor artsen  een artikel waarin enkele zeer opmerkelijke resultaten uit een wetenschappelijk onderzoek van het toedienen van levende bacteriën bij darmproblemen waaronder infecties en ziekte van Crohn en wellicht ook bij dikke darmkanker. Mail ons als u nadere informatie wilt. Voor verhaal van een opmerkelijke genezing van de ziekte van Crohn zie uw verhaal. het verhaal van ED

    Patiënteninformatie voor dikke darmkanker:  

    Stichting Doorgang, tel. no: 020-5700545

    Polyposis Contactgroep, 072-5610622


    Klinische trial bij darmkanker.

    Zoals u wellicht in onze statuten hebt gelezen (zie doelstellingen Stichting Gezondheid Actueel) hebben wij met onze stichting als doel naast het geven van onafhankelijke informatie ook het promoten van onderzoek naar veelbelovende aanpak van kanker. Op de pagina onderzoek en voeding en literatuurlijst houden we u op de hoogte van zoveel mogelijk binnen- en buitenlandse wetenschappelijke onderzoeken, die zijn gedaan of worden gedaan naar de effecten van voeding/suppletie, maar ook reguliere methoden op kanker.

    Bij een aantal artsen/wetenschappers achter deze site bestaan plannen om zelf ook, vanuit deze site, onderzoek te stimuleren en zo mogelijk zelf te starten. Zij denken daarbij vooral aan darmkanker. Om twee redenen: het is een veel voorkomende vorm van kanker en het is een kanker waar de verwachting dat voeding een rol speelt relatief groot is. De betrokken artsen/wetenschappers denken daarbij aan de vermindering van het voorkomen van stoffen die kanker kunnen veroorzaken.

    Voorbeelden daarvan zijn biogene aminen, indolen (1), ammonia (2).

    De aanwezigheid van sommige van zulke stoffen wordt mede bepaald door voeding. Verkeerde voeding kan het voorkomen van deze stoffen versterken en andere verminderen. In een eerste trial zouden de artsen/wetenschappers dit mechanisme willen meten, om in een volgende trial de klinische effecten daarvan te bepalen. Alles in een keer wordt waarschijnlijk te duur.

    De eerste contacten daarover zijn al gelegd en Stichting Gezondheid Actueel zal dit plan verder ondersteunen en begeleiden waar mogelijk. Wij houden u uiteraard op de hoogte hoe alles verder verloopt.

      (1) Chung KT ea J of the National Cancer Inst 54: 1073-8 (1975) Tryptophanase of fecal flora as a possible factor in the etiology of colon cancer.

    (2) Hambly RJ ea Nutrition and Cancer, 27, 3: 250-5 (1997) Effects of High- and Low-Risk diets on gut microflora associated biomarkers of colon cancer

    Heeft u ideeën suggesties en /of kontakten die ons kunnen helpen? Zoudt u zo´n onderzoek een klein beetje willen sponsoren? Mail ons. 




    2. Nieuwe operatietechniek bij endeldarmkanker voorkomt in 97,6% een recidief en een stoma

    Patiënten met een endeldarmkanker kunnen door een experimentele operatietechniek vaak verder zonder stoma en hebben veel minder kans op een recidief. Zo meldt de Volkskrant zaeerdag 8 september in de bijlage Gezondheid. Prof. dr. Cornelis van de Velde van het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) is de geestelijk vader van deze nieuwe methode van opereren. hij legt uit in het artikel dat bij patiënten met endeldarmkanker kort voor de operatie het omliggende gebied wordt bestraald. Pas daarna volgt de operatie. Een operatie waarbij samengewerkt wordt door twee chirurgen en in veel gevallen de sluitspier en de omringende zenuwen die de blaas en allerlei sexuele functies aansturen gespaard blijven. Prof. dr. van de Velde vertelt dat nog wel tijdelijk een stoma wordt aangelegd, maar dat die na verloop van tijd weer weggehaald wordt omdat de functies zich normaal herstellen. Uit een jarenlang onderzoek is nu ook nog gebleken dat een terugkomen van de kanker (recidief) door deze ingreep beperkt wordt tot slechts 2,8 % van de patiënten. Dit percentage lag al laag, 8,2% , maar dit is natuurlijk nog een aanzienlijke verbetering. Het LUMC gaat wel streng om met het delen van deze nieuwe techniek en informatie. De operatie mag alleen uitgevoerd worden in het LUMC en zodra chirurgen de operatie niet zorgvuldig genoeg uitvoeren krijgen ze 'bijles' in opereren. Deze heel nieuwe operatietechniek is gepubliceerd in The New England Journal of Medicin van 30 augustus 2001.




     Tekort aan foliumzuur mede oorzaak darmkanker

    Een tekort aan foliumzuur is waarschijnlijk een van de belangrijkste oorzaken van het ontstaan van darmkanker. Met die conclusie promoveert ing. E. Konings vrijdag 21 september 2001 aan de Universiteit van Maastricht. Ing. Konings  analyseerde de foliumzuurgehaltes van de schijf van vijf (groenten, fruit, aardappelen, brood, melkproducten en vlees). Dit onderzoek had de onderzoeker opgezet naar aanleiding van de conclusies van de grote Cohortstudie die vanaf 1986 bij 120.000 Nederlanders is opgezet en uitgevoerd. Uit het onderzoek van ing. Konings blijkt dat het risico van darmkanker met 40% verminderd bij mensen met de hoogste inname van foliumzuur. In het persbericht wordt wel aangetekend dat extra inname van synthetische foliumzuur (voedingssupplementen) niet onderzocht en bewezen is. De aanbevolen hoeveelheid foliumzuur per dag is 200 microgram. De helft van de Nederlandse bevolking komt niet toe aan deze hoeveelheid. Foliumzuur komt veel voor in groenten als broccoli, spinazie, spruitjes en tuinbonen, maar ook in tarwekiemen, fruit en lever. En laten al die genoemde producten nu net het hart vormen van het Houtsmullerdieet.  We tekenen hierbij aan dat in dit onderzoek gesproken wordt over preventie, maar, en dit is puur een persoonlijke opmerking, het lijkt me geen slecht idee om nu eens verder te onderzoeken wat voor effect een verhoogde inname van foliumzuur zal hebben op de genezing van darmkanker en het voorkomen van een recidief van darmkanker. Op de pagina literatuurlijst geven de studies 84, 85 en 86 al aan dat foliumzuur gegeven als toevoeging en nabehandeling naast de chemo 5-FU de recidiefkans vermindert en de kans op overleven verhoogd.




     Chemo bij endeldarmkanker heeft weinig effect op overlevingsduur

    Uit Wat artsen je niet vertellen (Tijdschrift)

    Onderzoekers uit België, Frankrijk, de Verenigde Staten en Polen zijn na een analyse van 25 studies met bijna 4000 deelnemende patiënten met endeldarmkanker tot de conclusie gekomen dat het goed reageren op chemo nog niet betekent dat er ook een grotere overlevingskans is. Terwijl het gebruik van verschillende medicijnen tot uiteenlopende reacties leidde, kwam het overlevingspercentage niet altijd overeen met de mate waarin de tumoren op de behandelingen reageerden. De onderzoekers stelden bv. vast, dat een behandeling die het risico van uitzaaiïngen met 50% reduceerde, slechts tot een daling van het sterftecijfer met 6% leidde. De onderzoekers merkten verder op dat zelfs bij de meest succesvolle behandelingen de mate van respons relatief klein is---minder dan dertig procent--- en van korte duur. Bron The Lancet 2000;356:373-8




    Groningse onderzoekers vinden twee genen die rol lijken te spelen in het ontstaan van HNPCC, een erfelijke vorm van dikke darmkanker

    Van mensen met dikke darmkanker heeft vijf procent een erfelijke vorm namelijk de zogeheten HNPCC vorm, (Hereditair niet-polypeuze colorectale kanker). Wereldwijd waren al vier genen in beeld gebracht die indien ze gemuteerd waren, daarbij een rol zouden spelen in het ontstaan van de kanker. Nu, d.d. 12 oktober 2001, meldt het academisch ziekenhuis Groningen dat onderzoekers twee nieuwe genen in beeld hebben gebracht die mede een rol zouden spelen in het ontstaan van HNPCC. Dit is mede zo belangrijk omdat immuuntherapie en gentherapie eventueel daarop afgestemd kan worden. Volgens opgave van de onderzoekers zou het hierbij gaan om 8000 nieuwe patiënten per jaar met deze vorm van kanker waarvan de helft binnen enkele jaren na het ontstaan overlijdt.

    Meer informatie over erfelijke tumoren Stichting Erfelijke tumoren: Tel: 071-5261955




     Multimodale methode succesvol bij darmkanker

    Promovendus Guido Manaerts onderzocht voor zijn promotie de uitkomsten van een agressieve behandelmethode bij tumoren in de endeldarm (darmkanker). En komt tot  de conclusie dat deze multimodale methode een langere overleving geeft  (20%) en een mindere kans op een recidief (30%). Zo meldt het AD vrijdag 1 juni in de bijlage Diagnose.

    De multimodale methode houdt in dat de patiënt, voorafgaand aan de chirurgische ingreep, wordt behandeld met een combinatie van radiotherapie en chemo. Na de operatie volgt dan nog een zogenomede intra-operatieve radiotherapie (ORT) om de eventueel achtergebleven tummorcellen onschadelijk te maken. In vergelijking met de meer gangbare methodes van chemo, bestraling en operatie achter elkaar of in ieder geval los van elkaar, leidt de multimodale methode dus volgens Mannaers tot een langere levensduur en minder recidieven. Probleem is nog wel volgens de onderzoeker dat bij meer dan de helft van de darmkankerpatiënten uitzaaiïngen worden geconstateerd en daar is nog geen oplossing voor. (noot redactie: voor uitzaaiingen in lever zie uw verhaal no. 26 van een vrouw die met darmkanker en uitzaaiingen in de lever binnen een jaar helemaal schoon is met een aanpak van chirurgie, chemo, dieet, suppletie en R.A.F. ) De multimodale methode wordt op dit moment in twee Nederlandse ziekenhuizen uitgevoerd te weten het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en de Daniël den Hoed Kliniek in Rotterdam.




     Multimodale methode succesvol bij darmkanker

    We kregen van een artsenstudententeam de vraag of wij een link wilden maken naar hun website. Een hele mooie site vind ik maar omdat die site niet zo gericht is op kanker heb ik hem niet opgenomen in de internetlinks. Maar op deze pagina wordt op een mooie manier uitgelegd wat er allemaal komt kijken bij een dikkedarmoperatie. 

    Een klein citaat: Bij een tumor of ontsteking (diverticulitis) in het laatste deel van de dikke darm of in het bovenste deel van de endeldarm moet soms een andere operatie worden uitgevoerd. Het deel van de darm waarin zich de tumor of afwijking bevindt, wordt dan verwijderd. De twee uiteinden kunnen niet altijd direct met elkaar verbonden worden. Er zal dan een zogenaamde Hartmann-procedure uitgevoerd worden waarbij het onderste uiteinde wordt gesloten. Van het bovenste uiteinde maakt de arts een tijdelijke stoma (lees ook bij Diverticulitis en Stoma).




    Vitamine E en C geneest ontstekingen bij radiotherapie bij dikke darmkanker

    Gelezen op de site van www.ortho.nl, waar nog veel meer interessants is te lezen, maar dit terzijde.

    21 mei 2001
    © Ortho Institute / Ortho Communications & Science
    Vitamine E en C werkzaam na bestraling

    Ontsteking van slijmvlies van het rectum en anus (proctitis) door radiotherapie verbetert of geneest door gebruik van vitamine E en C. De traditionele behandeling met ontstekingsremmende middelen geeft tot nu toe onbevredigende resultaten.

    Kanker van prostaat, baarmoederhals en baarmoeder worden vaak behandeld met radiotherapie. Ook naburige, gezonde cellen worden beschadigd, vrije radicalen komen daardoor vrij en kunnen proctitus veroorzaken. Deze geneest niet altijd vanzelf na afloop van de bestralingen, bij 10 tot 20% van de patiënten wordt de ziekte chronisch. De ontsteking ontstaat soms ook pas maanden of jaren na de bestralingen. De symptomen als diarree, pijn, bloedingen en incontinentie zijn ingrijpend voor het dagelijks leven. 

    Dr. Keith Bruninga van het Rush-Presbyterian-St. Luke’s Medical Center in Chicago onderzocht de werking van vitamines. Antioxidant vitamine E kan reageren met vrije radicalen, vitamine C versterkt de werking van vitamine E. 

    Gedurende 8 weken namen 10 vrouwen en 10 mannen drie maal daags 400 IU vitamine E samen met 500 mg vitamine C. Voor en na het onderzoek vulde men een vragenlijst in betreffende de symptomen zelf, alsook hun impact op het dagelijks leven.

    Na 8 weken bleek dat bloedingen, diarree en incontinentie sterk verbeterd waren. Op rectale pijn had de behandeling minder effect. Het dagelijks leven werd voor 13 patiënten prettiger, en 7 van hen ondervonden geen enkele belemmeringen meer. Een jaar later ervoeren alle deelnemers verdere verbetering van hun klachten.

    Dr. Bruninga zoekt patiënten voor een groot dubbelblind onderzoek Hij vermoedt dat er veel meer patiënten zijn dan geregistreerd. Bestraalde patiënten zijn blij dat de kanker behandeld wordt, mogelijk praten zij liever niet over de symptomen van proctitis.

    Als verder onderzoek bevestigt dat vitamines effectief zijn bij chronische proctitis, dan wil Dr. Bruninga onderzoeken of vitaminegebruik deze ziekte ook kan voorkomen. 
    Bron: The American Journal of Gastroenterology; 2001, 4




    Nieuw medicijn STI 571 blijkt al in Phase I studie effectief bij GIST

    Bron: Monitor, vakblad van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam en Daniël den Hoed Kliniek, december/januari nummer.

    In Monitor beschrijft Dr. Jaap Verwey een zeer succesvolle studie van het nieuwe medicijn 'STI 571' (een andere naam voor Gleevec) bij Gastro Intestinale Stroma Tumor(GIST), een redelijk zeldzame vorm van darmkanker voortkomend uit de steunweefsels. Dit middel is hetzelfde als Gleevec, waarover op deze site meer bij kankersoorten-leukemie

    Er is niets aan uw ziekte te doen, was hen vooraf te verstaan gegeven. De 36 kankerpatiënten met een Gastro Intestinale Stroma Tumor(GIST) koesterden dan ook bepaald geen hoge verwachtingen toen zij in de zomer van 2000 in AZR-Daniel den Hoed bij wijze van experiment voor het eerst 'STI 571' (Gleevec) kregen toegediend. Dit middel was zo nieuw dat het niet eens een echte naam had.
    Gastro Intestinale Stroma Tumor is een zeldzame variant van een kanker die uit steunweefsels voortkomt. Per jaar krijgen vijftig mensen in Nederland deze kanker, die tot dusver onbehandelbaar was. De boosdoener is een eiwit in de celwand dat, wanneer het geactiveerd wordt, tot ongebreidelde celdeling aanleiding geeft. STI 571 (Gleevec)  bleek bij een andere aandoening, chronische myeloïde leukemie, al wel te werken (zie pagina 28, artikel
    'Vliegende start'). Het nieuwe medicijn sloeg boven verwachting ook aan bij de GIST-patiënten. STI 517 (Gleevec) bleek in staat een stukje van het 'slechte' eiwit te remmen dat ongeremde celdeling bevordert. Na drie maanden medicatie innemen was bij bijna 90% van de deelnemende patiënten de tumor aanzienlijk geslonken. De klachten waren grotendeels verdwenen. "We zijn nu een jaar verder en deze mensen lopen nog allemaal rond", stelt prof. Jaap Verweij
    tevreden vast. Hij is hoofd sectie Experimentele Chemotherapie van de afdeling Interne Oncologie. "Of deze patiënten ook werkelijk genezen zijn zullen we pas over twintig, dertig jaar weten. Maar dat ze er baat bij hebben staat vast. Ze kunnen in elk geval goed leven met hun ziekte. Ze hebben nergens last van en de meeste mensen zijn weer gewoon aan het werk".

    Vandaag 5 febr. 2002 kreeg ik een beursbericht over het effect van Gleevec. Dit geeft toch wel te denken vind ik. En de resultaten staan toch een beetje in contrast met de juichende cijfers die professor Jaap Verwey in de publiciteit bracht. 

    -- DJ FDA/Gleevec -2: Drug Attacks Cancer-Causing Enzymes --

    Gleevec's original three-month review for treating chronic myeloid leukemia made it the quickest FDA approval of a cancer drug to date. With Friday's expanded indication, Novartis is living up to its promise of exploring this new type of therapy for attacking a variety of cancers.
    Because Gleevec targets certain abnormal enzymes, there is less damage to healthy cells, cutting side effects.
    When Gleevec was first approved last year, Novartis and public health officials considered it a breakthrough, and the company said it was testing the drug on 15 to 20 other cancers. So far, the drug is approved in 60 countries. In its first four months on the market, Gleevec pulled in $86 million for Novartis. A pill, Gleevec treatment costs approximately $2,000 to $2,400 a month.
    In Novartis' studies, 147 patients with inoperable gastrointestinal tumors or spreading cancer were given Gleevec. Tumors shrunk to half their original size in 38% of patients. This type of cancer usually starts in the stomach or intestinal tract and spreads within the abdomen or pelvis, according to the FDA release.
    Common side effects of Gleevec include fluid retention, nausea, vomiting, diarrhea, rash, muscle cramps, liver toxicity and lower blood cell counts.
    -By Otesa Middleton, Dow Jones Newswires; 202-862-6654;

    (END) Dow Jones Newswires 01-02-02
    2102GMT(AP-DJ-02-01-02 2102GMT)

    Wat opvalt is natuurlijk dat er geen melding wordt gemaakt van complete remissie en slechts 38% komt in gedeeltelijke remissie. Wat is nu de waarheid?




    Uitgebreide Engelstalige site over alles wat met darmkanker heeft te maken

    Van een trouwe bezoeker kreeg ik deze siteverwijzing. Een ongelooflijk uitgebreide site over alles wat met darmkanker heeft te maken. Deze man, onder de naam Altman, zegt zelf darmkankerpatiënt te zijn en heeft een overzicht gemaakt van wat en waar je alles over darmkanker kunt vinden op internet. Van regulier tot alternatief. Van overlevingsverhalen tot beschrijvingen van allerlei kruiden en vitamines. Maar bovenal wat ik erg interessant vind is dat hij alle actuele ontwikkelingen, zowel regulier als alternatief, goed bijhoudt. Ik heb contact met hem gezocht en we hebben afgesproken elk nieuwtje aan elkaar door te geven. Dus hopelijk levert dit iets op de komende tijd. Zie bv. ook de berichtgeving over de werking van naltrexzone, een soort kruidenolie op pagina andere alternatieven. Met indrukwekkende cijfers over de werking bij vele soorten kanker, waaronder darmkanker.

    Met deze tekst introduceert Altman zijn site:

    Introduction
    After being diagnosed with colon cancer in March, 2001, I began looking for information on the internet about the subject. I was able to quickly locate lots of very good websites with plenty of material about colon cancer diagnosis, prevention, prognosis, chemotherapy, etc., but experienced considerable difficulty in finding a single site which summarized experimental therapies under development specifically oriented to colon cancer in a way that I found useful. I soon discovered that unfortunately my doctors were not always aware of the experimental drugs and trials I was finding, and concluded that if I didn't find out more about these things myself, no one else was going to do it for me. Feeling overwhelmed with unorganized information scattered everywhere, I decided to create for myself an HTML document containing links to the many websites of interest in order to help me organize my own thoughts and research. It occurred to me that this document might be of use to others as well, so I decided to put it up on the Web. You won't find any fancy graphics or other clever programming on this page, as I have little time to create such luxuries. Some sections of the page are better developed than others, reflecting my interests and time to work on them. What I would consider the "best developed" sections would be those on Biologic Agents (Monoclonal Antibodies, Cancer Vaccines) and the sections on Celebrex/Lovastatin (Celebrex is one of the few "alternative therapies" I could find which have serious suggestions of efficacy in the peer reviewed medical literature, although to date there have been no clinical trials proving efficacy in humans for colorectal cancer). If you are interested in "what is going on" with new drug development, but are having a hard time in "putting it all together", you have come to the right place. I plan on updating the page regularly, you can always see the latest date this has occurred at the top. The date you will see next to each item on the page is the date I first located that item - as of that date, the link was working.

    Op zijn site is uiteraard een rechtstreeks e-mailadres van hem te vinden, maar voor wie wil dit is zijn e-mailadres, waar hij is te bereiken.

    Overigens hopen we de nieuwste ontwikkelingen bij darmkanker ook altijd op deze site zo snel mogelijk te plaatsen. In het Nederlands.




    Radio-immuuntherapie met CEA anti-body geeft hoopvolle resultaten in Phase-II trial met 30 darmkankerpatiënten

    Het bedrijf Immunomedics meldt in een artikel in het tijdschrift Cancer  (15 febr. 2002) dat een Phase II trial met 30 gemetasteerde darmkankerpatiënten behandeld met radio-immuuntherapie significante verschillen gaf en hoopvol stemt voor de behandeling van darmkankerpatiënten ter voorkoming van een recidief. Ik heb onderstaand artikel vrij vertaald, maar vraag a.u.b. aan uw behandelend arts/oncoloog of mijn vertaling wel klopt. Overigens heb ik begrepen dat ook in de VU-Amsterdam en Radbout Nijmegen trials lopen met een vorm van autovaccinatie, maar weet dat niet zeker. Zal ik navragen. (d.d. 7 maart 2002). Overigens lijkt het erop dat het volgen van het Houtsmullerdieet aangevuld met suppletie en in samenhang met eventueel onderhoudschemo (5FU) ook voorkomt dat darmkankerpatiënten een recidief ontwikkelen, maar hier zijn nog geen  wetenschappelijke studies over gedaan, maar slechts ervaringsverhalen van patiënten. Voor wie hierin is geïnteresseerd neemt contact op met een orthomoleculaire arts. (zie pagina nuttige adressen) Voor metastases in de lever afkomend van darmkanker is RFA wellicht een optie. Zie kankersoorten-RFA.

    28 febr. Persbericht van Immunomedics:

    Deze publicatie rapporteert Phase-II studieresultaten van 30 darmkankerpatiënten die het middel I-131-labeled humanized CEA antibody zijn gegeven. Twee groepen van patiënten zijn bestudeerd. 21 patiënten met gemeten gemetasteerde darmkanker, en 9 patiënten die hun metastases hadden verwijderd door eerdere behandelingen (aanvullende groep). Beide groepen ontvingen een enkele dosis van het product, waarvan 5 patiënten met vastgestelde recidief een tweede behandeling ontvingen na 8-16 maanden na de eerste behandeling. De opnieuw behandelde patiënten hadden of gedeeltelijke of kleine respons getoond na de eerste behandeling en kregen daarna een recidief. Na opnieuw te zijn behandeld toonden 2 van de 4 een gedeeltelijke remissie (meer dan 50% vermindering van tumorgrootte) en een ander toonde stabilisatie als gevolg van de tweede behandeling. Van 19 beschikbare patiënten in de eerste groep met meetbare kleine gemetasteerde kanker ervaarden 3 (16%) gedeeltelijke remissie en 8 toonden kleine respons. 

    De reacties hadden een duur tot 15 maanden en gemiddeld duurde een reactie 9 maanden. deze reacties geven alles bij elkaar een reactiepercentage van 58%. De onderzoekers rapporteren dat 7 van de 9 (78%) patiënten in de tweede, aanvullende behandelingsgroep vrij van de ziekte bleven tot 36 maanden, de datum waarop dit artikel is geschreven. (1 patiënt kreeg een recidief na 6 maanden, de ander na 30 maanden). In vergelijking, slechts 33% van patiënten in een historisch vergelijkbare controle groep, die standaard chemo na postoperatie kregen in hetzelfde ziekenhuis en in dezelfde periode werden vrij van de ziekte. De enige 'toxiciteit' die werd gezien was bij bloedcellen waar 1 patiënt van de 28 beschikbare patiënten een ernstige val van bloedplaatjes-trombocyten ('platelets') kreeg. Zelfs na herhaalde behandeling bij 5 patiënten toonde niemand van de patiënten een verhoging van de toxiciteit in vergelijking met de andere patiënten, aldus de auteurs.

    "Deze eerste analyse van onze resultaten toont duidelijk dat radio-immuuntherapie met deze experimentele agenten een relatief veilige en hoopvolle behandeling lijkt te zijn voor darmkanker met kleine tumoren en heeft potentie als een behandeling in een aanvullende setting na een complete verwijdering van metastases", stelt prof. Thomas M. Behr, leidend auteur van dit artikel. "Sinds de tumoren van de meeste patiënten met darmkanker grote hoeveelheden van CEA tonen zou deze behandeling gebruikt kunnen worden bij veel van zulke patiënten met een algemeen onbehandelbare kanker". Deze studie is uitgevoerd aan de universiteit van Göttingen.

    Cynthia L. Sullivan, President and CEO of Immunomedics merkt op: "Het is opvallend dat de groep met verwijderde gemetasteerde darmkanker die aanvullend daarna chemo ontvangen de meerderheid (67%) een recidief ontwikkelt binnen drie jaar, terwijl slechts 2 van de 9 patiënten een recidief kregen na slechts 1 injectie met CAE antibody. We plannen om deze resultaten te vertalen in grotere, gecontroleerde trials in meerdere landen. Deze enkele Phase-II studie, voor nu toegepast op grotere aantallen patiënten wordt samengevat en gebaseerd op de resultaten en  zullen we bekijken hoe een vervolg te geven met trials in meerdere ziekenhuizen en medische centra". Ms. Sullivan zegt verder:" Gebaseerd op de resultaten van een enkele behandeling bij de meeste patiënten en een herhalingsbehandeling bij 5 patiënten zonder noemenswaardige toxiciteit zijn we hoopvol gestemd en geloven dat zelfs een grotere effectiviteit kan worden bereikt bij patiënten die een dubbele behandeling ondergaan met deze radio-actieve CEA antibody. 

    Voor verdere inlichtingen zie: Company Contact: Rebecca Kinner, Investor Relations, (973) 605-8200, extension 263. Visit the company's web site at http://www.Immunomedics.com .

    -- PRESS RELEASE:Immunomedics Phase II Results Published --
    Encouraging Phase-II Trial Results in the Therapy of Advanced Colorectal
    Cancer Patients Published
    MORRIS PLAINS, N.J., Feb. 28 /PRNewswire-FirstCall/ -- Immunomedics, Inc.
    (Nasdaq: IMMU) today reported the publication of an article on clinical trial
    results with its radiolabeled, humanized antibody against carcinoembryonic
    antigen (CEA) in the February 15, 2002, supplement issue to the journal Cancer,
    a publication of the American Cancer Society.
    This publication reported Phase-II results of 30 colorectal cancer patients
    given the I-131-labeled humanized CEA antibody. Two sets of patients were
    studied, 21 with measurable metastatic colorectal cancer, and 9 who had their
    metastases completely resected prior to therapy (adjuvant group). Both groups
    received a single dose of the product, whereas 5 patients with documented tumor
    recurrence received a second treatment 8-16 months after the first therapy. The
    retreated patients had shown either partial or minor responses to the first
    treatment and then relapsed. After retreatment, 2 of 4 showed a partial
    remission (more than 50% decrease in tumor size), and another showed
    stabilization of disease as a consequence of the second treatment.
    Of 19 assessable patients in the first group with measurable, small-volume,
    metastatic cancer, 3 (16 percent) experienced a partial remission and 8 showed
    minor responses. The responses had a duration of up to 15 months, with an
    average duration of response of 9 months. These results correspond to an overall
    response rate of 58 percent.
    The authors reported that 7 of the 9 (78%) patients in the second, adjuvant
    treatment group remained free of disease for up to 36 months, when the data were
    summarized for this article (one patient relapsed after 6 months and another
    after 30 months). In comparison, only 33 percent of patients in a historical
    control group, who received standard chemotherapy post surgery at the same
    hospital and over the same time period, were free of disease.
    The only toxicity observed was to blood cells, where 1 of 28 assessable
    patients developed a transient severe drop in platelets. Even after repeated
    treatment in 5 patients, none of the patients showed an increased toxicity,
    according to the authors.


    "This initial analysis of our results clearly suggests that radioimmunotherapy
    with this experimental agent appears to be a relatively safe and promising form
    of therapy for small-volume colorectal cancer, and has potential as a treatment
    for colorectal cancer in an adjuvant setting, following complete resection of
    metastases," stated Professor Thomas M. Behr, lead author of the article. "Since
    the tumors of most patients with colorectal cancer express high amounts of CEA,
    this therapy should be of use to many such patients with this generally
    unresponsive cancer," he said further. The study was performed at the University
    of Gottingen, Germany.
    Cynthia L. Sullivan, President and CEO of Immunomedics, remarked: "It should
    be appreciated that in the group with resected colorectal cancer metastases
    receiving post-operative adjuvant chemotherapy, the majority (67 percent)
    relapsed within 3 years, whereas only 2 of 9 showed cancer recurrence after a
    single injection of this CEA antibody. We plan to confirm these early results in
    larger, controlled trials."

    "This single-site Phase II study, now encompassing a larger number of
    patients, is being summarized and, based on the results, we will determine how
    to proceed with multicenter trials," she added.
    Ms. Sullivan further stated: "Based on the results of a single treatment in
    most and a repeated therapy in 5 patients without limiting toxicities, we are
    encouraged to believe that even better efficacy may be possible in patients
    receiving two courses of this radioactive CEA antibody, but this needs to be
    studied in the next trial," she clarified. "Since the antibody is humanized,
    thus being over 90% human, we do not anticipate any problems with an immune
    response to the therapeutic antibody," Ms. Sullivan commented.




    Effect van aanvullende bestraling pre- en/of postoperatief bij darmkankerpatiënten nihil

    In de Lancet (toonaangevend medisch tijdschrift) is een artikel geplaatst van een studie onder 8507 patiënten verdeeld over 22 trials die de effecten in kaart heeft gebracht van aanvullende bestraling vooraf en/of achteraf bij darmkankerpatiënten naast operatie in vergelijking met alleen operatie. De uitkomsten zijn objectief gezien heel teleurstellend, hoewel in de conclusie de groep onderzoekers nog een poging doen het resultaat positief te interpreteren. Maar The Lancet publiceerde ook een brief van Dr. Ralph Moss (Schrijver van o.a. Questioning chemotherapy enz. en zie zijn site www.cancerdecisions.com) die negatief is over de uitkomsten en grote vraagtekens plaatst bij bestraling bij darmkanker. (zie (vertaling van) brief van Ralph Moss onder dit artikel)  Het verschil in sterfte tussen de twee groepen was weliswaar 45% t.o. 50% (p= 0,0003), maar daar tegenover stond dat 8% t.o. 4% (p= 0,0001) mensen overleden aan andere oorzaken veroorzaakt door de bestraling, waarmee de winst van het eerste cijfer teniet wordt gedaan. En dan worden de bijwerkingen nog niet meegenomen in deze cijfers. De conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd dat bestraling voor of na operatie weinig toevoegt aan de kansen op herstel bij darmkanker en/of kansen op een recidief. wel durf ik als niet arts en absolute leek op te merken dat aanvulling met gezonde voeding en suppletie wellicht de kans op verbetering kan vergroten. Zie bv. effecten van bepaalde vitamines bij bestraling, chemo en hormoontherapie op pagina onderzoek en voeding, daar staat een heel schema gebaseerd op wetenschappelijke studies.

    Adjuvant radiotherapy for rectal cancer: a systematic overview of 8507 patients from 22 randomised trials 

    Colorectal Cancer Collaborative Group* 

    --------------------------------------------------------------------------------
    Correspondence to: CCCG Secretariat, University of Birmingham Clinical Trials Unit, Park Grange, 1 Somerset Road, Edgbaston, Birmingham B15 2RR, UK (e-mail:bctu@bham.ac.uk)

    Summary 

    Background At least 28 randomised, controlled trials have compared outcomes of surgery for rectal cancer combined with preoperative or postoperative radiotherapy with those of surgery alone. We have done a collaborative meta-analysis of these results to give a more balanced view of the total evidence and to increase statistical precision. 

    Methods We centrally checked and analysed individual patient data from 22 randomised comparisons between preoperative (6350 patients in 14 trials) or postoperative (2157 in eight trials) radiotherapy and no radiotherapy for rectal cancer. 

    Findings Overall survival was only marginally better in patients who were allocated to radiotherapy than in those allocated to surgery alone (62% vs 63% died; p40·06). Rates of apparently curative resection were not improved by preoperative radiotherapy (85% radiotherapy vs 86% control). Yearly risk of local recurrence was 46% (SE 6) lower in those who had preoperative radiotherapy than in those who had surgery alone (p=0·00001), and 37% (10) lower in those who had postoperative treatment than those who had surgery alone (p=0·002). Fewer patients who had preoperative radiotherapy died from rectal cancer than did those who had surgery alone (45% vs 50%, respectively, p=0·0003), but early (1 year after treatment) deaths from other causes increased (8% vs 4% died, p<0·0001). 

    Interpretation Preoperative radiotherapy (at biologically effective doses 30 Gy) reduces risk of local recurrence and death from rectal cancer. If safety can be improved without compromising effectiveness, then overall survival would be moderately improved by use of preoperative radiotherapy, especially for young, high risk patients. Postoperative radiotherapy also reduces local recurrence, but short preoperative radiation schedules seem to be at least as effective as longer schedules. 

    Hieronder de bief van Dr. Ralph Moss n.a.v. bovenstaand artikel tevens in The Lancet gepubliceerd. Hier mijn vrije Nederlandse vertaling daarvan:

    Sir, De Colorectal Cancer Collaborative Group I toont duidelijk dat nog preoperatieve noch postoperatieve bestraling een merkbaar en meetbaar effect heeft op het uiteindelijk overleven van patiënten met deze ziekte (darmkanker). Patiënten die een postoperatieve bestraling kregen hadden een 9% lager risico om te sterven aan darmrectaalkanker dan de patiënten uit de controlegroep die alleen operatie kregen. Maar het overlevingsvoordeel wordt weggevaagd door de grotere sterfte aan andere oorzaken in de bestralingsgroep. Algemeen gesteld was het risico op sterven aan oorzaken anders dan aan de darmrectaalkanker 15% hoger bij degenen die de bestraling kregen dan in de controlegroep, een significant verschil.

    De Collaborative Group stelt dat er geen duidelijk voordeel is van bestraling voor uiteindelijke overleving. Toch gelooft B. Minsky in zijn commentaar van 20 oct.2001 (red: in the Lancet) dat de studieresultaten aanvullende radiotherapie ondersteunt voor darmrectaalkanker. Die conclusie wordt getrokken omdat postoperatieve bestraling de kans op een recidief binnen vijf jaar verkleint met 7%. De Collaborative Group gelooft ook dat sinds een ongecontroleerd (dus zonder behandeling) lokaal recidief een vernietigend effect heeft op de kwaliteit van leven van een patiënt, verbeterde lokale controle middels bestraling voldoende voordeel geeft om deze behandelingen te rechtvaardigen. JA, ongecontroleerde lokale recidieven zijn vernietigend en verschrikkelijk. Maar dat zijn ook bovenmatig veel doden veroorzaakt door de bestralingen, zoals door hart- en vaatziekten, infecties en andere onbekende oorzaken. De onderzoekers en Minsky vermelden niet dat de bijwerkingen aan de maag van bestralingen de kwaliteit van leven van patiënten kan vernietigen. Patiënten die bestralingen kregen voor darmrectaalkanker heben meer chronische maagklachten (disfuncties) dan patiënten die alleen geopereerd worden. O.A. diarree, bloedingen, tenesmus (weet hiervoor geen Nederlands woord) en pijn bij de ontlasting zijn veelvuldig tijdens de bestralingstherapie.

    Deze symptomen stoppen gedeeltelijk als de bestraling wordt stopgezet. Echter, 6 maanden tot een jaar of soms nog later, vertraagde postbestralingssymptomen kunnen zich ontwikkelen. In een medisch tekstboek worden deze symptomen als volgt omschreven: "Daar kunnen twee tot vier , soms zelfs acht ontlastingsmomenten zijn en de drang kan onweerstaanbaar zijn. Vaak zien we ook bloed erbij. Tenesmus is regelmatig en krampen worden vaak geassocieerd met de ontlasting. Bestralings 'proctitis' (weet hier geen Nederlands woord voor) wordt regelmatig vergezeld met pijn en bloedingen; de laatste kunnen ernstig en hardnekkig zijn, soms zelfs leiden tot noodzakelijke bloedtransfusies....ernstige of complete verstopping (van de darmen) kan zich ontwikkelen.

    Enige inschatting van bestralingstherapie moet in ogenschouw worden genomen en niet alleen het statistische effect op recidieven, maar wat patiënten eigenlijk ervaren als een resultaat van de behandeling. Wat patiënten nodig hebben is een compleet beeld van de baten en de kosten (red: figuurlijk gezien dan), zonder dat is het onmogelijk weloverwogen en bestudeerde keuzes te maken voor een behandeling. Maar hoeveel darmrectaalkankerpatiënten vraag ik me af zal worden verteld dat aanvullende bestralingstherapie niet bewezen heeft het leven te verlengen maar in feite ernstige korte- en lange termijn bijwerkingen veroorzaakt? Hoeveel patiënten zal worden verteld dat aanvullende bestraling in feite zal leiden tot hun onvermijdelijke dood?

    Ralph W. Moss

    Hieronder de originele brief in het Engels gepubliceerd in the Lancet, maart 2002.


    Lancet 2001; 358: 1291-304 

    Sir--The Colorectal Cancer Collaborative Group1 clearly show that neither preoperative nor postoperative radiation therapy has an appreciable effect on overall survival in patients with this disease. 

    Patients who received postoperative radiation therapy did have a 9% lower risk of death from rectal cancer than controls. But this survival advantage was all but wiped out by the more frequent deaths from other causes in the radiation therapy group. Overall, the risk of death from causes other than rectal cancer was 15% higher in those who received radiation therapy than in those who did not, a significant difference. 


    The Collaborative Group state that there was no clear benefit of radiotherapy for overall survival. Yet, B Minsky, in his Oct 20 commentary,2 believes that the study results support the use of adjuvant radiation therapy for rectal cancer. That conclusion arises because preoperative radiation therapy did decrease the chance of a recurrence at 5 years by 7%. The Collaborative Group also believe that since uncontrolled local recurrence can have a devastating effect on patients' quality of life, improved local control with radiotherapy might be a sufficient benefit to justify this treatment's use. 

    Yes, uncontrolled local recurrences are devastating. But so too are excess deaths caused by radiation therapy, such as through cardiovascular disease, infections, and other, unknown, causes. The researchers and Minsky do not mention that the side-effects to the bowel of radiation therapy can devastate patients' quality of life. Patients receiving radiation therapy for rectal cancer have more chronic bowel dysfunction than do those who undergo surgical resection alone.3 Diarrhoea, bleeding, tenesmus, and pain on defecation are frequent during therapy. 

    Ralph W. Moss

    These symptoms commonly subside when treatment stops. However, 6 months to 1 year or more later, delayed postradiation symptoms can develop. In one textbook these symptoms are described: "There may be two to four or even eight or more bowel movements a day, and the urgency may be compelling. Blood is also often seen. Tenesmus is frequent, and cramping pain is often associated with defecation. Radiation proctitis frequently is associated with pain and bleeding; the latter may be severe and persistent, occasionally requiring transfusions . . . Severe or complete obstruction may develop."4 

    Any assessment of radiation therapy must take into account not just the statistical effect of treatment on recurrences, but what patients actually experience as a result of the treatment. What patients and their families need is the complete picture, of costs as well as benefits, without which it is impossible for them to make educated treatment decisions. But how many rectal cancer patients, I wonder, are told that adjuvant radiation therapy has not been proven to extend life but may in fact cause serious short-term and long-term adverse effects? How many are told that adjuvant radiation may in fact lead to their untimely deaths? 
    Ralph W Moss 




    Roken, rood vlees en alcohol zijn grote veroorzakers van dikke darmkanker

    Wat natuurlijk al veel langer bekend is is nu bevestigd door een promotiestudie van E. Tiemersma, die vrijdag 12 april 2002 promoveert aan de Landbouw Universiteit van Wageningen. Tiemersma verwerkte twee onderzoeken in haar studie. Een onderzoek bij 1000 mensen, waarvan de helft met dikke darmpoliepen en een tienjarige studie onder 36.000 mensen. Er is lang aangenomen dat erfelijkheid bij dikke darmkanker een grote rol speelt. Vooral een bepaalde  samenstelling van bepaalde enzymen (eiwitten) bij mensen zou de kans op dikke darmkankers vergroten of verkleinen. Maar uit deze studies blijkt dat dit slechts in beperkte mate een rol speelt. De inname van kankerverwekkende stoffen zoals door roken en rood vlees spelen volgens Tiemersma  een veel grotere rol in het ontstaan van dikke darmkanker. Persoonljik denkmik dan hoe is het toch mogelijk dat veel artsen en organisaties als het KWF durven blijven beweren dat goede voeding en suppletie geen therapeutische werking zou hebben. Onvoorstelbaar als je ziet wat er allemaal aan onderzoeken naar boven komt op dit moment. Het volledige onderzoeksrapport is op te vragen bij de Landbouw Universiteit van Wageningen.




    Capecitabine (Xeloda) beter alternatief voor 5-FU bij gemetasteerde darmkanker

    Nadrukkelijk wil ik mensen die vaak informatie van deze site afhalen en dit gebruiken voor eigen mediapublicaties erop wijzen dat alles overgenomen mag worden, maar dan volledig en met bronvermelding. Het valt me op dat vaak berichten die als eerste op deze site verschijnen enkele uren/dagen later in allerlei andere media en websites verschijnen zonder bronvermelding. Ik vind dat niet correct en zou het op prijs stellen en eis op basis van copyright dat als bron deze site www.kanker-actueel.nl wordt vermeld.

    Bron: European Journal of Oncology (d.d. 30 nov. 2001) en Journal of Clinical Oncology (d.d. april 2001) en het bedrijf Roche Nederland BV, waarvoor hartelijk dank .

    Al meer dan een jaar is bekend dat het middel Capecitabine, ook wel Xeloda genoemd, een veel betere chemo is dan 5-FU bij darmkanker. Al in april 2001 is in The Jourmal of Clinical Oncology een Phase III studie gepubliceerd over een gerandomiseerde trial bij 605 patiënten met gemetasteerde darmkanker. Toch krijgen naar onze informatie nog bijna alle patiënten in Nederland na een operatie en/of andere behandeling een kuur van ca. 6 tot 9 maanden (!) voorgeschreven met het uiterst giftige 5-FU. De bijwerkingen/klachten bij 5-FU zijn haaruitval, misselijkheid,  diarree, aantasting van bepaalde zenuwen vooral in toppen van handen en voeten enz. Patiënten die 5-FU hebben gebruikt weten hoe zwaar 5-FU op den duur kan zijn. Capecitabine (Xeloda) veroorzaakt veel minder van dergelijke klachten (p<0.0002) terwijl de effectiviteit, aldus het onderzoeksrapport ervan minimaal hetzelfde is als van 5-FU. Hoewel er geen significant verschil zat in de gemiddelde tijd van optreden van een recidief. Maar juist die altijd bijkomende klachten maken dat capecitabine (Xeloda) een veel beter alternatief is (bv. bij capecitabine (Xeloda) is er bijna geen sprake van haaruitval) . Daar komt bij dat capecitabine (Xeloda)  oraal en thuis kan worden ingenomen terwijl voor 5-FU mensen toch naar het ziekenhuis moeten, ook een grotere belasting dus. Ik heb telefonisch contact gehad met de producent van Xeloda en zij vertelden mij dat ze verbaasd waren over de informatie dat capecitabine in Nederlandse ziekenhuizen bijna niet wordt voorgeschreven. In Amerika is dit al twee jaar standaard voorgeschreven bij mensen met gemetasteerde darmkanker. Op dit moment loopt er ook een Phase III studie naar het gebruik van capecitabine (Xeloda)  bij gemetasteerde borstkanker nadat chemo's als taxol (anthracycline en taxane) niet aansloeg omdat zowel een Phase I als Phase II studie (gepubliceerd in European Journal of Cancer d.d. 30 november 2001) significant betere respons en efffectiviteits resultaten gaf met veel minder bijwerkingen. In 35 landen wordt op dit moment capecitabine (Xeloda) standaard als behandeling gegeven wanneer chemo's als taxol, anthracycline en taxane geen respons geven.

    Volledige wetenschapsartikelen zijn opvraagbaar bij Roche Nederland BV, adresgegevens en contactpersoon bij ons bekend. 




    Geldgebrek stopt succesvolle aanpak autovaccinatie van darmkanker 

    In april 2001 stuurde Dr. van den Eertwegh (VU Amsterdam) mij een prachtig artikel over een Phase III studie die aantoonde dat een vaccinatieprogramma bij darmkanker patiënten met autovaccinatie succesvol was (zie ook op deze pagina autovaccinatie bij darmkanker waarin een uitvoerige beschrijving van studie en ideeën erachter) . Dr. Van den Eertwegh schreef toen dat een vervolg op de gepubliceerde studie zou zijn dat in een aantal Nederlandse ziekenhuizen alle darmkankerpatiënten die dat wilden een autovaccinatieprogramma konden volgen. Een kort citaat uit een veel uitvoeriger bericht: Een andere strategie in de adjuvante behandeling van het coloncarcinoom is actieve specifieke immunotherapie (ASI) die tot doel heeft een tumorspecifieke immuunrespons op te wekken. In een studie verricht op de Vrije Universiteit in samenwerking met 11 andere Nederlandse ziekenhuizen resulteerde immunisatie met autologe tumor cellen van patiënten met stadium II coloncarcinoom in een significante afname (61%)  in relatief risico op recidieven en een statistisch significante verbetering in recidief-vrije overleving

    Het vreemde was dat afgelopen jaren mensen steeds kregen te horen als ze zich hiervoor wilden aanmelden dat het programma nog niet begonnen was. Afgelopen week kreeg ik zowel telefonisch als bevestigd via e-mail te horen dat deze vorm van behandelen stopgezet is wegens geldgebrek. Dr. van den Eertwegh schreef mij dat zodra zij een nieuwe sponsor hebben gevonden het programma van autovaccinatie alsnog uitgevoerd zou kunnen worden. Een in mijn ogen onacceptabele manier van omgaan met beloftevolle behandelingen. En geeft mij persoonlijk wel te denken wat voor belangen worden gediend om zo'n studie tegen te houden. 

    Afgelopen week was ik op bezoek bij een Duitse professor en oncoloog die veel werkt met autovaccinatie. Deze professor neemt via een biopt tumorweefsel van de patiënt, zet dat op kweek en creërt zo een vaccin dat hij later bij de patiënt inbrengt.Toen ik hem vroeg of dat nu duur was vertelde hij me het volgende:er is een biopt nodig, daarna staat de kweek een maand of twee in een laboratorium en daarna wordt het geïnjecteerd. Vaak door de patiënt zelf thuis zoals zoveel diabetici zichzelf injecteren. Rekent u zelf maar uit, dit is niet echt duur en zeker niet duurder dan welke chemobehandeling dan ook. Het is bij ons onderdeel van een totale behandeling, maar wel experimenteel omdat er nog geen Phase III studies naar zijn gedaan. Maar de professor verzekerde mij dat er redelijk veel succes mee wordt geboekt. (naam en adres van professor bij mij op te vragen)

    Zouden de belangen van de farma-industrie misschien op deze manier veilig worden gesteld? Geen geld voor dit soort behandelingen en wetenschappelijke studies voorkomt dat de farma-industrie zijn melkkoe van chemo aan patiënten kwijt raakt. Maar wat voor rol speelt de overheid in deze? Voor dit soort behandelingen moet toch geld vrij te maken zijn als dit voor grote groepen mensen een uitkomst zou betekenen? En waarom brengt de VU dit niet in de openbaarheid? Sorry dat ik zo cynisch ben maar dit roept bij mij grote vraagtekens op, zeker als je ook het bericht leest van het nog weinig toepassen van het veel betere - minder bijwerkingen - capecitabine (Xeloda) bij darmkankerpatiënten dan het standaard gegeven 5-FU, hoewel in de VU regelmatig wel capecitabine (Xeloda) wordt voorgeschreven aldus de woordvoerders van de VU. Zie ook op deze pagina informatie daarover.


    Cimetidine (productnaam Tagamet-800), een van oorsprong remmer van maagzuur bewijst bij maag- en darmkanker een spectaculair effectieve kankerremmer te zijn.

     Al in januari is in the British Journal of Oncology onderstaande studie gepubliceerd. Voor zover ik weet is deze informatie door weinig andere media opgepakt, terwijl de resultaten absoluut spectaculair zijn te noemen. Het geven van Cimetidine (productnaam Tagamet-800) werd twee weken na de operatie gestart en een jaar lang daarna gegeven aan 64 darmkankerpatiënten met als doel te kijken wat het effect zou zijn op overleving en regressie van de ziekte. In deze studie werd maar liefst een verschil in tienjaarsoverleving van 84,6 % tegenover 49,8 % in de controlegroep gemeten. Een verschil van 35%!!!! Kanttekening: deze resultaten werden gemeten bij darmkankerpatiënten met hoge Lewis-X en sialyl Lewis-A waarden, wat dat zijn weet ik niet maar uw arts zeer beslist wel. Patiënten die die waarde niet hadden reageerden zelfs slechter op deze toevoeging. Het is dus zaak dit goed met uw arts/oncoloog te bespreken en niet op eigen houtje dit middel te gaan gebruiken. Het is wel een opmerkelijk en belangrijk onderzoek omdat darmkanker als grootste risico heeft het terugkomen ( regressie) omdat er vaak sprake is van miniscule uitzaaiingen die weer nieuwe tumoren veroorzaken.  Op de website van LEF-Magasin kunt u nog veel meer lezen - ook veel meer studies die al lopen vanaf de jaren zeventig - over dit middel cimetidine, ook bij maagkankerpatiënten. We hebben vandaag d.d. 29 juni 2002 een Nederlandse vertaling van Luuk van dit artikel hieronder geschreven. Onderaan het daaropvolgende originele Engelse artikel een aantal referenties van artikelen en studies over cimetidine. Meer informatie voor maagkankerpatiënten op pagina kankersoorten-maagkankers.

    d.d. 29 juni 2002: Bron Pubmed: vertaling Luuk, originele Engelse artikel onder deze vertaling.

    Cimetidine (merknaam Tagamet) is een middel dat van oudsher gebruikt werd om maagzuur tegen te gaan. Gepubliceerd onderzoek van meer dan 20 jaar geleden wijst uit, dat dit middel veel meer voor de medische wereld kan betekenen, als het gebruikt zou worden voor kanker therapie dan als een middel tegen maagaandoeningen.
    Sinds Cimetidine zo bekend was als middel tegen maagzuur, is haar rol voor behandeling tegen kanker schromelijk over het hoofd gezien. Hetzelfde gebeurde toen aspirine voor het eerst werd aanbevolen om een hartaanval te voorkomen; doktoren waren zo gewend om aspirine voor te schrijven als middel tegen pijn en branderigheid, maar onbekend met het nemen van aspirine tegen hartspierziekte en trombose. Nu is het standaard om het voor te schrijven bij een hartaanval, zolang er geen individuele contra-indicaties zijn.
    Tot op dit moment zijn de bewezen kwaliteiten van Cimetidine om kanker te behandelen, niet ontdekt in de medische wereld. De resultaten van een gloednieuw onderzoek naar patiënten met darmkanker kunnen in voldoende bewijsmateriaal voorzien om oncologen te overtuigen, dat Cimetidine een effectief toegevoegde behandeling is.

    In onderstaande artikel behandelen we de anti-kanker voordelen van Cimetidine en tegen welke soorten darmkanker Cimetidine effectief is gebleken. De merknaam voor Cimetidine is Tagemet, een medicijn wat op recept verkrijgbaar is.
    De eerste onderzoeken, die uitwezen dat Cimetidine effectief tegen kanker zou kunnen zijn, werden gepubliceerd in de eind jaren 70. Wetenschappers dachten eerst dat het werkzaam was door het versterken van het immuunsysteem. Latere studies wezen uit dat Cimetidine werkt op verschillende manieren om uitzaaiing en vergroting van tumorcellen te verhinderen. In 1988 werd in een gerandomiseerd, dubbel blind onderzoek naar het effect van Cimetidine gehouden naar de overlevingskansen van 181 patiënten met maagkanker. Zij kregen dagelijks 2 x 400 mg Cimetidine of een placebo voor de duur van 2 jaar of tot de dood. Het onderzoek wees uit dat zij, die Cimetidine verstrekt gekregen hadden, een opmerkelijk verlengde overlevingskans hadden, vooral bij patiënten met fase II en IV kanker. Deze uitkomst is extra opmerkelijk in het licht van wat we anno nu weten over Cimetidine.
    In 1994 werd een onderzoek gehouden, dat uitwees dat een behandeling van slechts zeven dagen met Cimetidine (5 dagen voorafgaande aan de operatie en 2 dagen er na) het aantal, in drie jaar gestorven patiënten aan endeldarmkanker, verlaagde van 41% naar 7%. Een ander verschijnsel was dat de tumoren van de behandelde patiënten een wezenlijk hoger pentratienivo hadden van lymfociten. Deze tumor binnendringende lymfociten zijn een goede indicator, omdat zij onderdeel zijn van de reactie van het immuunsysteem op de tumor. Met een hoger aandeel lymfociten, aanwezig in de tumor, is het lichaam beter in staat de tumor aan te vallen en uit te schakelen. Deze waarneming heeft binnen de medische wereld tot de stelling geleid, dat Cimetidine functioneert als vergroting van de reactie van het immuunsysteem op sommige gebieden.
    Het laatste onderzoek, gepubliceerd in de British Journaal of Cancer, januari 2002, werd uitgevoerd door samenwerking van 15 Japanse instituten. Na het operatief verwijderen van de oorspronkelijke tumor, gevolgd door IV Mitocymin chemotherapie, kregen alle patiënten dagelijks òf 200 mg oraal toegediende 5-FU òf 200 mg oraal toegediende 5-FU met 800 mg oraal toegediende Cimetidine gedurende 12 opeenvolgende maanden. De patiënten werden 10 jaar geboserveerd. Het onderzoek toonde een meer dan drievoudige verbetering in 10-jarige overlevingskans van patiënten met darmkanker, type Duke C. Opvallend is de constatering dat de minder agressieve darmkankers Duke A en B niet zo opvallend goed reageerde op de toediening van Cimetidine als de meer agressieve darmkanker Duke Ce.

    Hoe Cimetidine werkt.
    Cimetidine is een actieve remmer van de histamine receptoren aan de cellen van de maag, die zuur verbergen. Cimetidine bindt zich aan deze zogenoemde H2 receptoren en voorkomt dat histamine dat doet. Histamine is verantwoordeling voor het aanzetten van de H2 receptoren tot het verbergen van zuur. Als Cimetidine aanwezig is, worden de receptoren niet aangezet tot zuurproduktie en aldus wordt het zuurtenivo in de maag verlaagd.


    Patiënten met darmkanker, die willen weten of Cimetidine bij hen baat zou hebben, zouden moeten vragen naar een laboratoriumonderzoek van hun tumor op de zogenoemde "Lewis antigen expression". Lewis X en Lewis A anti-lichamen zijn { cell surface ligands } op kankercellen, die hechten aan moleculen, gevonden in bloedvaten, genaamd E-selection. De aanhechtingen van kankercellen aan E-selectin op bloedvaten zet aan tot het verspreidingsproces.
    In een onderzoek bleek naar schatting 70% van de darmkankers een hoog aantal van deze Lewis antilichamen te hebben. Ook borst- en pancreaskanker hebben bewezen deze antilichamen te hebben. Nu Cimetidine het hechten van E-selectin aan bloedvaten afremt, kunnen kankercellen in de bloedbaan met Lewis X en Lewis A antlichamen niet meer hechten aan de bloedvaten en zodoende ook niet meer voor verspreiding van de tumor zorgen. 
    Het Amerikaanse laboratorium waar de test uitgevoerd kan worden is IMPATH Laboratories, 521 West 57th Street, New York, Tel: 1-800-447-5816.

    Cimetidine is sinds 1975 in gebruik om maagklachten te behandelen. Daarvoor werd het ook voorgeschreven om misselijheid, ontstaan door chemo therapie, te behandelen. In 1988 werd vastgesteld dat patiënten met darmkanker, die Ci. toegediend kregen, beduidend beter reageerden dan diegene, die geen Cimetidine kregen. Vele hypotheses werden geopperd om dit verschijnsel te verklaren. Sinds Cimetidine bekend was als antagonist van de histamine receptor, werd vermoed dat de werking hieraan te danken was. Histamine is zodoende een van de bestanddelen, die het lichaam verstopt om een reactie van het immuunsysteem te voorkomen. Histamine kan vrijgemaakt worden in de omgeving van de tumor en voorkomen dat het immuunsysteem de tumor aan valt. Als Cimetidine dit mechanisme tegen werkt, zal het immuunsysteem wèl in staat zijn tot een effectief antwoord op de tumor, oftewel, de kanker aanvallen. Het kan een van de processen zijn, waarlangs Cimetidine werkt, ofschoon andere H2-blokkeerders zoals bijv. Ranitidine, die sterker zijn dan Cimetidine niet hetzelfde effect tonen. Er is geopperd dat Cimetidine effect uitoefent op het vermogen van de kanker tot metastase. Inderdaad werd recent ontdekt dat Cimetidine het vermogen blokkeert van kakercellen om aan het { vascular endothelium } te hechten. Dit leidt tot een veel beter resultaat. 84,6 % van de patiënten met darmkanker Duke C had een opmerkelijke tien jaar overlevingskans, t.o.v. 23.1% van de patiënten, die geen Cimetidine toegediend hadden gekregen.

    Cimetidine verstoort verspreiding.
    Adhesieve moleculen zijn aangebracht aan het oppervlak van veel verschillen celtypen om te voorzien in de aanhechting aan andere cellen. Deze moleculen spelen een belangrijke rol in vele biologische processen, inclusief het helen van wonden, reacties van het immuunsysteem en het uitzaaien van kanker.
    Celcirculatie in het bloed kan niet zonder het proces om het circuleren te stoppen op een daartoe gewenste plek om daar de gewenste functie uit te voeren. Voor een lymphociet betekent dit dat het de mogelijheid heeft om naar een infectiehaard te gaan om daar in werking te treden. Hetzelfde geldt voor een kankercel die wil hechten en verspreiden in een gebied, moet deze eerst hechten aan een bloedvat. Een van de hechtmoleculen daartoe, heet E-selectin. Cimetidine kan dit hechtingsproces blokkeren.

    Conclusie
    De heizame effecten van Cimetidine in de behandeling van darmkanker zijn goed gedocumenteerd. Deze effecten, ontstaan uit de meervoudige prestaties van Cimetidine als H2 receptor-antagonist, een immuniteits-stimulator en als een adhesie-remmend molecuul, zijn echter nog niet goedgekeurd door de FDA voor gebruik tegen deze kanker. Omdat Cimetidine niet onderzocht is zonder de combinatie met het andere middel (5-FU), is onduidelijk of het effect het gevolg van de combinatie of van Cimetidine zelf is. De bewezen werking van Cimetidine doet vermoeden dat het op zich zelf in staat is bepaalde darmkankers te beletten te groeien of uit te zaaien. Toch is verder onderzoek naar de werking van enkel Cimetidine noodzakelijk.

    Desalniettemin heeft Cimetidine bestaansrecht in de behandeling van darmkanker, of het nu op zichzelf of in combinatie gebruikt wordt. In 2001 waren er 135.000 nieuwe gevallen van darm en endeldarmkanker, waarvan 56.700 mensen kwamen te overlijden. Als deze patiënten de wetenschap hadden om dagelijks 800 mg Citetidine te nemen, zouden velen van hen nog geleefd hebben.
    NB: Tagamet is niet langer eerste keus als middel tegen een maagzweer of maagzuur. Maagzuur kan beter behandeld worden met middelen, die de productie van maagzuur compleet blokkeren, zoals Prolisec, Prevacid en Nexium, terwijl een maagzweer behandeld kan worden met antibiotica, die de H-pylori-bacterie doodt.

    Bron: Pubmed

    Cimetidine increases survival of colorectal cancer patients with high levels of sialyl Lewis-X and sialyl Lewis-A epitope expression on tumour cells.

    Matsumoto S, Imaeda Y, Umemoto S, Kobayashi K, Suzuki H, Okamoto T.

    Department of Surgery, Second Teaching Hospital, School of Medicine, Fujita Health University, 3-6-10 Otohbashi, Nakagawa-ku, Nagoya 454-8509, Japan. smatsumo@fujita-hu.ac.jp

    Cimetidine has been shown to have beneficial effects in colorectal cancer patients. In this study, a total of 64 colorectal cancer patients who received curative operation were examined for the effects of cimetidine treatment on survival and recurrence. The cimetidine group was given 800 mg day(-1) of cimetidine orally together with 200 mg day(-1) of 5-fluorouracil, while the control group received 5-fluorouracil alone. The treatment was initiated 2 weeks after the operation and terminated after 1 year. Robust beneficial effects of cimetidine were noted: the 10-year survival rate of the cimetidine group was 84.6% whereas that of control group was 49.8% (P<0.0001). According to our previous observations that cimetidine blocked the expression of E-selectin on vascular endothelium and inhibited the adhesion of cancer cells to the endothelium, we have further stratified the patients according to the expression levels of sialyl Lewis antigens X (sL(x)) and A (sL(a)). We found that cimetidine treatment was particularly effective in patients whose tumour had higher sL(x) and sL(a) antigen levels. For example, the 10-year cumulative survival rate of the cimetidine group with higher CSLEX staining, recognizing sL(x), of tumours was 95.5%, whereas that of control group was 35.1% (P=0.0001). In contrast, in the group of patients with no or low levels CSLEX staining, cimetidine did not show significant beneficial effect (the 10-year survival rate of the cimetidine group was 70.0% and that of control group was 85.7% (P=n.s.)). These results clearly indicate that cimetidine treatment dramatically improved survival in colorectal cancer patients with tumour cells expressing high levels of sL(x) and sL(a). Copyright 2002 The Cancer Research Campaign

    PMID: 11870500 [PubMed - indexed for MEDLINE] 

    Referenties van artikelen en studies met cemetidine:

    1. Tonnesen H, Knigge U, Bulow S, Damm P, Fischerman K, Hesselfeldt P, Hjortrup A, Pedersen IK, Pedersen VM, Siemssen OJ. Effect of cimetidine on survival after gastric cancer. Lancet 1988 Oct 29;2(8618):990-2.

    2. Adams WJ, Morris DL. Short-course cimetidine and survival with colorectal cancer. Lancet. 1994 Dec 24-31;344(8939-8940):1768-9.

    3. Matsumoto S, Imaeda Y, Umemoto S, Kobayashi K, Suzuki H, Okamoto T. Cimetidine increases survival of colorectal cancer patients with high levels of sialyl Lewis-X and sialyl Lewis-A epitope expression on tumour cells. Brit J Can 2002 (86) 161-167.

    4. Kobayashi K, Matsumoto S, Morishima T, Kawabe T, Okamoto T. Cimetidine inhibits cancer cell adhesion to endothelial cells and prevents metastasis by blocking E-selectin expression. Cancer Res. 2000 Jul 15;60(14):3978-84.

    5. Adams WJ, Lawson JA, Morris DL. Cimetidine inhibits in vivo growth of human colon cancer and reverses histamine stimulated in vitro and in vivo growth. Gut 1994 Nov;35(11):1632-6.

    6. Siegers CP, Hiltl DM, Stich R. Cimetidine hemmt das Tumorzellwachstum. Therapie-woche. 1995 (36) 2110-2114.

    7. Melmon KL, Bourne HR, Weinstein Y, Sela MD. Receptors for histamine can be detected on the surface of selected leukocytes. Science 1972 (177) 707.

    8. Rocklin RE, Greineder DK, Melmon KL. Histamine induced suppressor factor (HSF) Further studies on the nature of the stimulus and the cell which produces it. Cell Immunol 1979 (44) 404-415.

    9. Hansbrough J, Zapata-Sirvent R, Bender E. Prevention of alterations in postoperative lymphocyte subpopulations by cimetidine and ibuprofen. Am. J surg 1986 151, 249-255.

    10. Adams W. Cimetidine preserves immune function after colonic resection of cancer. Aust. NZ J. Surg 1994 64, 847-852.

    11. Adams WJ, Lawson JA, Nicholson SE, Cook TA, Morris DL. The growth of carcinogen-induced colon cancer in rats is inhibited by cimetidine. Eur J Surg Oncol 1993 Aug;19 (4):332-5.

    12. Harrison JC, Dean PJ, El-Zeky F, Vander Zwaag R. From Dukes through Jass: Pathological prognostic indicators in rectal cancer. Hum. Path. 1994 (25) 495-498.

    13. Morris DL, Adams WJ. Cimetidine and colorectal cancer-old drug, new use? Nat Med. 1995 Dec;1(12):1243-4.

    14. Uchida A. Biological significance of autologous tumour killing activity and its induction therapy. Cancer Immun. Immunother 1993 (37) 75-83.

    15. American Cancer Society website - Statistics section.