Britse oud-verpleegkundigen willen alleen terug naar hun werk in regulaire ziekenhuizen als er structureel meer aandacht komt voor aanvullende en alternatieve zorg en middelen.
Bron: o.a. Pubmed.
Een grote studie uitgevoerd door de universiteit van Toronto (waarom een Canadees centrum bij Britse verpleegkundigen vraag ik me wel af?) toont aan dat Britse verpleegkundigen die in de afgelopen jaren hun baan opzegden en veelal verder gingen met of in een particuliere prive-kliniek te werken zouden best terug willen gaan werken in de reguliere ziekenhuizen als er structureel meer aandacht zou komen voor aanvullende behandelwijzen en middelen - complementaire zorg. Een niet zo'n opzienbare conclusie voor ons, maar die ook in de Nederlandse situatie wellicht wat meer helderheid kan geven en een oplossing kan bieden voor het structurele capaciteitsprobleem in de gezondheidszorg? Met dank voor het
van Praag Instituut en een vaste bezoeker die me dit bericht
doorstuurde.
Nurses who left the British NHS for private complementary medical practice: why did they leave? Would they return?
Andrews GJ.
Associate Professor, Faculty of Nursing, University of Toronto, Toronto, Ontario, Canada.
Background. Although the successful retention of National Health Service (NHS) nursing staff is a policy concern, evidence suggests that substantial numbers of registered nurses continue to leave the profession, and some to own and run small caring-related business. At the same time, private complementary medicine has undergone a rapid expansion in recent years, and initial impressionistic evidence suggests that many therapists are former nurses. Aims. The paper investigates the motivations and experiences of nurses who have either left nursing altogether, or substantially reduced their involvement, and who now practise complementary medicine in the private sector. It also investigates the issue of whether they would consider returning to practise complementary medicine within the NHS.
Methods. A combined questionnaire (n = 63) and semi-structured interview (n = 11) survey was used to collect detailed attitudinal data from respondents. The analytical approach to the interview data used a form of constant comparative analysis which was derived from the principles of grounded theory. In particular, the interviews were developed and refined from each other as they progressed. Results. The majority of therapists operate independently, either from their own homes or from small rented premises. They were originally motivated by a disillusionment with the health service and particular aspects of their former jobs. However, equally they were attracted by the therapies themselves, the conceptual paradigms which underpin them and the different experiences of practice. Despite stating a disillusionment with the NHS, most respondents expressed a cautious willingness to potentially re-enter the NHS to practise complementary medicine. Conclusion. Many practising complementary therapists are registered nurses who may be willing to re-enter the formal health service. It is therefore argued that a greater synergy between orthodox and complementary medicine may be one way of addressing shortages of nursing labour, and in particular this form of drop-out, whilst meeting evolving consumer health care demands.
PMID: 12581106 [PubMed - in process]
Correspondence:
Gavin Andrews,
Faculty of Nursing,
University of Toronto,
50 St George Street,
Toronto,
Ontario M5S 3H4,
Canada.
E-mail: g.andrews@utoronto.ca
To cite this article
Andrews, Gavin J.
Nurses who left the British NHS for private complementary medical practice: why did they leave? Would they return?.
Journal of Advanced Nursing 41 (4), 403-415.doi: 10.1046/j.1365-2648.2003.02539.x
NCCAM - het Nationale Centrum voor Complementaire en Alternatieve Medicijnen - stelt 1 miljoen dollar beschikbaar voor commisie die twee jaar lang analyses gaat maken van effectieve complementaire behandelingen
In Nederland organiseerde de Vereniging tegen Kwakzalverij recent twee symposia
in een poging de politiek en inspectie te beïnvloeden om homeopaten en alternatief genezers
- kwakzalvers volgens Verenigingsnormen - hun artsenlicentie te ontnemen en uit de Nederlandse gezondheidszorg te weren. Ik heb daar later meer over geschreven na mijn bezoek aan zo'n symposium, waar ik met verbijstering zie en hoor hoe Nederlandse artsen, hoogopgeleid en op cruciale posities in Academische ziekenhuizen woorden als fascist in een profiel van homeopaat/alternatief genezer op een diascherm durven projecteren op
zo'n openbare bijeenkomst enz. Leest u maar onder kanker in de media
In Amerika pakken ze het anders aan. Daar stelt het NCCAM, het Nationale Centrum voor Complementaire en Alternatieve Medicijnen, een afdeling van het NCI, 1 miljoen dollar beschikbaar voor een tweejarig project dat onderzoek en analyses gaat maken naar complementaire behandelingen en medicijnen. Dit project is een aanvulling op het vijfjarenplan van de NCCAM dat onderzoek doet met honderden trials naar de effecten van alternatieve en complementaire behandelingen. In dit nieuwe project worden geen nieuwe trials opgezet, maar worden de effecten van de keuzes van Amerikaanse patiënten, die uit zijn gemond in complementaire behandelingen/medicijnen van de afgelopen jaren geanalyseerd. En wordt ook gekeken hoe het komt dat bepaalde complementaire behandelingen zo moeilijk in te passen zijn in studies volgens de wetenschappelijke normen van
reguliere behandelingen. In de commissie die dit allemaal gaat onderzoeken zitten 16 experts uit verschillende conventionele en complementaire disciplines bij elkaar. Het doel/de hoop is dat dit onderzoek voldoende op zal leveren om op een goede manier
wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen naar complementaire behandelingen en het aanbod aan effectieve complementaire behandelingen meer op de wensen van de patiënten af te stemmen. Als Stichting Gezondheid Actueel zijn we al een tijdje bezig om ook iets
soortgelijks in Nederland van de grond te krijgen en ik durf te zeggen dat we best wel vorderingen maken, maar nog niet zover zijn als in Amerika. Maar hopelijk helpt ook deze publicatie ons verder. Zie
onder deze publicatie ook hoe in Amerika gedacht wordt over een andere manier
van wetenschappelijk onderzoek naar complementaire geneeswijzen en medicijnen.
22/10/02 - The US' National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) is to fund an Institute of Medicine (IOM) study investigating the implications of complementary and alternative medicine (CAM) used by the American public. Costing $1 million, the nearly two-year study, will be conducted by the IOM, part of the National Academies.
The IOM will assemble a panel of approximately 16 experts from a broad range of CAM and conventional disciplines, such as behavioural medicine, internal medicine, nursing, epidemiology and pharmacology.
This panel will assess research findings, hold workshops, and invite speakers to discuss issues, with the aim of providing a comprehensive overview of the use of CAM therapies by the American public and also to identify significant scientific and policy issues related to CAM research, regulation, integration, training and certification. They will also seek to develop a conceptual framework to help guide decision-making on these issues and questions.
The need for the study emerged from discussions among members of the Trans-Agency CAM Coordinating Committee, chaired by Dr Stephen E. Straus, the NCCAM director. The Committee felt that the IOM had the expertise to critically consider questions of CAM research and policy.
"Americans use CAM therapies in record numbers," said Straus. "The IOM's report will give us a clearer understanding of the scope of CAM use by Americans, as well as CAM's public health impact, and scientific and policy issues that will better inform our research decisions."
The IOM study will not however conduct new surveys of the public regarding CAM use, but instead gather and analyse existing data. It also plans to address issues, such as the methodological difficulties in evaluating some CAM therapies, how the different CAM professions are regulated in the US and the policy and regulatory issues regarding licensing and certifying CAM practitioners.
The information generated by the IOM panel should complement the recommendations of the White House Commission on Complementary and Alternative Medicine Policy released earlier this year, said the study organisers. Panel members are currently being recruited.
Minister de Geus verbiedt Iscador. Hierbij een officiële reactie en kort geding van de FAG - Federatie Antroposofische Gezondsheidszorg.
Uit Trouw d.d. 14 februari 2003, daaronder het officiële persbericht van de FAG:
'De Geus gaat tegen Kamer in'
Antroposofie strijdt voor behoud van eigen medicijnen
van onze verslaggever
2003-02-14
AMSTERDAM - Woedend is de Federatie Antroposofische Gezondheidszorg, een samenwerkingsverband van antroposofische artsen, patiënten en geneesmiddelenfabrikanten. De overheid gaat per 1 maart een deel van de antroposofische medicijnen verbieden, omdat ze nog niet als geneesmiddel zijn geregistreerd.
En dat terwijl bijna de hele Kamer vindt dat er voor deze geneesmiddelen een overgangsregeling moet komen, in afwachting van definitieve richtlijnen voor 'non-conventionele geneesmiddelen'.
Volgens minister De Geus (volksgezondheid) is zo'n overgangsregeling niet mogelijk. Bovendien heeft hij moeite met sommige antroposofische geneesmiddelen met zware medische claims, zoals maretakextracten bij kankerpatiënten. Die moeten door fabrikanten worden voorzien van medisch bewijs.
Vorig jaar was er al commotie rond de registratie van homeopathische geneesmiddelen. Wat is het verschil met de antroposofische medicijnen?
Madeleen Winkler, huisarts en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen: ,,Voor een deel gebruiken we homeopathische middelen. Maar sommige antroposofische medicijnen worden op een net iets andere manier bereid. Voor homeopathische middelen worden plantenextracten gemaakt door ze met alcohol te overgieten. Wij koken kruiden vaak eerst voor en dat staat niet in het 'Homeopathisch Bereidingsboek'. Dat betekent dat we deze medicijnen niet als homeopathisch middel kunnen laten registreren.''
Hoeveel middelen moeten uit de schappen verdwijnen?
,,Tien procent van de antroposofische geneesmiddelen. Maar dat zijn wel de middelen die ik het meest voorschrijf: ongeveer de helft van mijn recepten. Dat betekent dat De Geus 150 antroposofische artsen en 200000 patiënten 50 procent van hun geneesmiddelen ontneemt. Bijna alle kamerfracties steunden in december een motie om speciale richtlijnen af te wachten, die nu op Europees niveau worden opgesteld. De Geus wil geen gehoor geven aan die motie. In plaats daarvan haalt hij middelen van de markt die al meer dan 80 jaar worden gebruikt.''
En die 'zware medische claims' dan?
,,We hebben niet de pretentie dat we met maretak-ampullen kanker kunnen genezen. Ze zijn bedoeld als ondersteunende behandeling. We komen binnenkort met de wetenschappelijke onderbouwing daarvan. Maar het gaat slechts om een fractie van de voorgeschreven antroposofische geneesmiddelen. De Geus kan niet om deze reden zeggen: de rest gaan we ook verbieden.''
Wat gaat u doen?
,,Als de minister voet bij stuk houdt, dan zullen we een kort geding aanspannen, in afwachting van een bodemprocedure. Die loopt al.''
PERSBERICHT
AViN NVAA Weleda Nederland NV
Minister de Geus verbiedt antroposofica in strijd met uitspraak Tweede Kamer
Driebergen, 13 februari 2003 - In strijd met de uitgesproken wens van vrijwel de gehele Tweede Kamer moet een belangrijk deel van de antroposofische geneesmiddelen per 1 maart a.s. alsnog van de markt verdwijnen. Waarnemend minister De Geus van Volksgezondheid weigert een overgangsregeling voor de registratie van antroposofische geneesmiddelen te treffen, zoals de Kamer op 5 december jl. per motie had gevraagd. Hierdoor hadden de zogeheten antroposofica legaal op de markt kunnen blijven in afwachting van naderende Europese regelgeving voor natuurgeneesmiddelen.
De minister heeft de Federatie Antroposofische Gezondheidszorg (FAG) op 31 januari jl. per brief laten weten geen mogelijkheden te zien voor een (tijdelijke) aparte regeling voor de antroposofische geneesmiddelen. Volgens de FAG bestaan die er wel degelijk binnen de nationale wetgeving. De organisaties van artsen, patiënten en producenten vragen al vijftien jaar om een eigen registratie van antroposofica, vergelijkbaar aan die van homeopathische geneesmiddelen. Op een recente brief met voorstellen voor de uitwerking van een dergelijke, nu ook door de Kamer bepleite tijdelijke regeling, heeft de minister inhoudelijk niet gereageerd. Het gevolg van zijn besluit houdt in dat uitlevering van deze geneesmiddelen vanaf 1 maart a.s. niet meer wordt gedoogd en als misdrijf zal worden vervolgd.
Verbijsterd
De organisaties in de FAG zijn verbijsterd over de brief van minister de Geus. Door de wens van de Kamer naast zich neer te leggen ontneemt hij circa 200.000 patiënten en 150 antroposofische artsen over enkele weken in een klap 50% van hun medicatiemogelijkheden met geneesmiddelen die al ruim 80 jaar probleemloos dagelijks worden voorgeschreven. Ze vinden het onbegrijpelijk dat een demissionaire minister in deze fase tegen de wens van de Kamer in een dergelijke beladen beslissing neemt. In een brief aan de bewindsman spreken zij uit dat "het vertrouwen in de werking van onze parlementaire democratie, dat door de betrokkenheid en de onomwonden uitspraak van de Tweede Kamer eerder was gewekt, hierdoor bij vele van onze patiënten ongetwijfeld een ernstige en onnodige knauw krijgt".
Onvolledige informatie aan Kamer
De verbijstering van de FAG is des te groter door het flagrante verschil tussen het recente besluit van de minister d.d. 31 januari jl. en zijn eerdere informatie aan de Kamer. Op
20 december 2002 reageerde de bewindsman per brief op de, mede door alle regeringspartijen aanvaarde motie van Groen Links en D66, die expliciet aandrong op een tijdelijke registratieregeling terwille van het behoud van antroposofica. De minister meldde de Kamer toen dat "een overgangsregeling niet nodig (is), omdat de beoogde Europese richtlijn nationale regelgeving mogelijk maakt". Daarbij kondigde hij de voorbereiding van zulke nieuwe nationale regelgeving aan en liet weten de Kamer uiterlijk 1 oktober 2003 over de voortgang te informeren. De minister suggereert daarmee dat antroposofica tot die tijd beschikbaar blijven.
De FAG constateert dat de minister de Tweede Kamer eerst zegt dat een overgangsregeling niet nodig is en vervolgens via een kopie van een brief gericht aan de FAG de Tweede Kamer laat weten dat een overgangsregeling niet mogelijk is. Wat hij de Tweede Kamer niet vertelt, is dat hij de Inspectie opdracht heeft gegeven de niet registreerbare antroposofica vrijwel per omgaande van de Nederlandse markt te verwijderen. De organisaties in de FAG vinden dat de Kamer met dit alles cruciale informatie is onthouden over de uitvoering van de motie.
Kort geding
Artsen, patiënten en producenten hebben inmiddels de leden van de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid gevraagd om de minister met spoed te manen tegenover hen verantwoording af te leggen over zijn besluit. Vanwege de frictie met het Europese parlementaire beleid is ook een beroep gedaan op steun van prominente leden uit de commissie Volksgezondheid van het Europees parlement. De antroposofische organisaties zijn verder vastbesloten de betreffende geneesmiddelen voor de patiënten beschikbaar te houden, eventueel door rechtstreekse bestelling bij apotheken in andere lidstaten van de EU. Doordat de Inspectie per 1 maart a.s. daadwerkelijk dreigt te gaan optreden tegen deze geneesmiddelen, zullen zij in kort geding aan de rechter vragen dit te verhinderen in afwachting van de uitslag van een al eerder aangespannen bodemprocedure.
Strijdig met volksgezondheid
In hun protestbrief aan de minister concluderen de FAG-organisaties dat diens beleid ook in strijd is met het belang van de volksgezondheid als geheel. Antroposofische geneesmiddelen leveren al 80 jaar een positieve bijdrage aan het bevorderen van gezondheid en het zorgvuldig gebruik van medicatie met zo min mogelijk bijwerkingen. De organisaties wijzen in dit verband op een recent hoofdartikel van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van januari 2003 waarin prof. dr. J. van Gijn, citerend uit een belangwekkend onderzoek, constateert dat het gemis aan mogelijkheden om richting te geven aan het eigen leven een belangrijke ziekmakende factor is gebleken. "Wij stellen vast dat uw ministerie met deze actie een bijdrage aan dat gemis dreigt toe te voegen voor wat betreft de patiënten van antroposofische artsen", aldus de FAG aan de minister, hierbij doelend op de duizenden patiënten die zich straks niet kunnen laten behandelen zoals ze dat zelf wensen. Het medicijnverbod wordt door de FAG betiteld als een maatschappelijk onaanvaardbare inperking van de keuzevrijheid van patiënten en een onterechte diskwalificatie van de antroposofische geneeskunde.
Gedwongen tot onorthodoxe praktijken
De organisaties houden de minister voor dat zijn besluit om geen overgangsregeling te treffen in afwachting van nieuwe Europese regelgeving de facto betekent dat hij de antroposofica nu tot dezelfde onorthodoxe praktijken veroordeelt als eerder is gebeurd met de homeopathica. Ongeregistreerde homeopathische geneesmiddelen komen gewoon het land binnen per post en worden rechtstreeks aan patiënten toegezonden. "De Inspectie kan hier niets aan doen en per saldo is door de hele handelswijze de kwaliteit van de gezondheidszorg geen stap vooruit geholpen. In feite dwingt u de markt van antroposofica thans in dezelfde richting", aldus de
FAG.
Homeopathische antroposofica
De antroposofische gezondheidszorg heeft altijd gepleit voor een registratiemogelijkheid voor antroposofische geneesmiddelen, vergelijkbaar aan die voor homeopathische geneesmiddelen. De belangrijkste antroposofische geneesmiddelen worden namelijk niet bereid volgens homeopathische receptuur, hoewel ze daar sterk op lijken, en ontberen daarmee een registratiemogelijkheid onder die noemer. Hierdoor bestaat nu de paradoxale situatie dat artsen wél antroposofische geneesmiddelen op homeopathische basis kunnen voorschrijven, maar geen antroposofische geneesmiddelen waarvan volgens de mening van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen de receptuur teveel afwijkt van homeopathische receptuur.
Onaanvaardbare aantasting keuzevrijheid
De antroposofische organisaties van artsen, patiënten en producenten hebben de afgelopen maanden op diverse wijzen aandacht gevraagd voor de maatschappelijke en therapeutische gevolgen van het verdwijnen van antroposofische geneesmiddelen.
De organisaties publiceerden eerder een Grijsboek, waarin de jarenlange geschiedenis rond de registratie en de langzame 'verbanning' van antroposofische geneesmiddelen gedetailleerd uit de doeken worden gedaan. Daarnaast werd een Gastenboek gepubliceerd, waarin ca. 1.000 patiënten hun eigen ervaringen met antroposofische geneesmiddelen beschrijven. Inmiddels zijn ter ondersteuning van de actie ruim 65.000 handtekeningen verzameld.
Zie deze website
Statistische cijfers over kanker in Amerika bewust gemanipuleerd als beter dan de werkelijkheid laat zien
Cijfers over kanker in Amerika zijn bewust mooier gemaakt om geld te genereren voor onderzoek en om de mensen het gevoel te geven dat nieuwe preventieprogramma's en nieuwe behandelingen vooruitgang zouden boeken. In tegenstelling tot eerdere perspublicaties hebben nu onderzoekers van het NCI
(veruit het grootste kankerinstituut in Amerika) bekend gemaakt dat een zeer grootschalig onderzoek in de periode 1973 tot 1999 vooral de laatste vijf jaren van dit onderzoek het aantal gevallen van kanker stijgende is en de behandelingen blijkbaar minder aanslaan. Nu weet ik uit betrouwbare bron dat ook in Nederland de cijfers over kanker en de behandelingsresultaten bewust worden gemanipuleerd, vooral om maar meer geld voor wetenschappelijk onderzoek te verkrijgen terwijl een paar aanvragen voor goeie trials naar het effect van voeding en voedingssuppletie botweg worden geweigerd. Zelfs NOVA die ik al enkele malen interessante bewijzen daarvoor heb gestuurd is niet bereid dit te publiceren. Maar onderstaand artikel in de Wallstreet Journal zegt genoeg denk ik hoe er omgesprongen wordt met publiciteit over kanker en waar de belangen liggen.
October 16, 2002 HEALTH New Statistics Show Increase, Not Decline, in Cancer Rates
By SHARON BEGLEY Staff Reporter of THE WALL STREET JOURNAL
America isn't winning the war on cancer after all. Contrary to optimistic reports from the National Cancer Institute showing the incidence of several devastating cancers has leveled off or even declined in recent years, rates for at least some of those cancers has been rising, according to a new analysis by NCI scientists. Previous indications of a decline reflected significant delays in reporting cancer cases, the researchers report Wednesday in the Journal of the National Cancer Institute. More accurate information about cancer rates presents a grimmer picture.
"Maybe we were a little too eager to declare the effectiveness of our intervention and prevention programs," says Brenda Edwards, who is associate director for the surveillance research program at NCI, of Bethesda, Md., but wasn't among the authors of the new study.
The revised estimates present a dispiriting picture of the nation's progress in preventing cancer. Breast-cancer rates in white women had been almost flat since 1987, according to the original NCI figures, which the American Cancer Society also uses as the basis for the popular "facts and figures" on its Web site. The reanalysis shows that breast-cancer rates actually have been rising 0.6% a year since 1987. That prompted the NCI scientists to call for research "to explain the cause for the recent rise in breast cancer incidence." Lung cancer in women also had been believed to be flat; the re-analysis shows it has been rising
1.2% a year since 1996. Melanoma rates in white males had reportedly been flat or even falling. The new analysis finds it has been soaring 4.1% a year since 1981, suggesting that prevention strategies that focus on staying out of the sun are falling short.
Prostate-cancer rates in white males, rather than falling since 1995, have in fact been rising 2.2% a year. For white men, 1998 prostate-cancer rates are actually 12% higher than originally reported; for black men they are 14% higher. Colorectal cancer cases for both genders and all races are 3% higher than first reported, suggesting that early-screening techniques (which focus on discovering precancerous polyps through colonoscopies) aren't as powerful or widely used as hoped. The rate of colorectal cancer in white women, for instance, has been rising 2.8% annually since 1996, rather than the originally calculated 0.9%.
National incidence data are based on reports from 10 registries in the SEER (Surveillance, Epidemiology, and End Results) program at NCI, which samples 14% of the U.S. population by collecting cancer reports from hospitals, doctors and clinics. The registries have 19 months to report cases to NCI. Scientists had long suspected that the original numbers were skewed. "It was well known that reports of new cancer cases dribbled in over the years, long after the 19-month reporting deadline," says Benjamin Hankey, the senior author of the study. So, researchers wondered, just how sharply did late reporting affect the final cancer-rate statistic for a specific year? Using data from 1981 to 1998, scientists led by Mr. Hankey analyzed reporting delays by counting how many additions nine registries made to their original count over the years. Based on that, but allowing for improvement in the timeliness and accuracy of the reports, NCI statistician Limin Clegg estimated the under-reports from each registry for five types of cancer. The delays are such that initial reports account for only 88% to 97% of the actual cancer cases, depending on the type, finds Dr. Clegg. That has left a "false impression of a recent decline in cancer incidence," write the NCI scientists. NCI's cancer-incidence rates are the basis for decisions by policy makers and clinicians alike: The numbers are used to allocate research and clinical resources, to give people a sense of their risk for various cancers and to offer hints about environmental causes of cancer ranging from use of sunblock to changes in diet and cumulative exposure to toxic chemicals.
Now researchers feel a renewed urgency to study why the rates of several cancers are still on the rise. "This tells us something we didn't know about whether our intervention and prevention programs are working," says Ahmedin Jemal, director of the surveillance program for the American Cancer Society.
Write to Sharon Begley at sharon.begley@wsj.com
Updated October 16, 2002 12:42 a.m. EDT
Resource: SEER Cancer Statistics Review, 1973-1999 Cancer Resource RTK CD
Antikwaksite vermeldt vol trots rechte rug van minister de Geus inzake antroposofische middelen. SP krijgt extra compliment van antikwakbeweging.
24/2/2003: Bron website van antikwak.nl:
Onderstaande tekst staat op de website www.antikwak.nl
van de Vereniging tegen de
Kwakzalverij te lezen: Opvallend is dat de SP een extra compliment krijgt omdat
zij tegen een motie stemde. Klopt dit wel met het standpunt van de SP over
alternatieve geneeswijzen? Zie elders op deze pagina het SP-standpunt ten
opzichte van alternatieve geneeswijzen en middelen.
24/2/2003: Bron website van antikwak.nl:
Harde kritiek minister De Geus op antroposofische artsen.
Minister de Geus van Volksgezondheid houdt vast aan zijn voornemen om per 1 maart 2003 de niet-geregistreerde, antroposofische 'geneesmiddelen' tot onwettig te verklaren. Van de ongeveer 1000
antroposofische preparaten, geproduceerd door de firma's Weleda en Wala, zijn er 700 homeopathisch verdund en deze kunnen via de huidige procedure, waarbij het (reguliere) College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) zijn homeopathische medewerkers laat beoordelen of het dossier aan de (zeer softe) eisen voldoet, worden geregistreerd en blijven zo beschikbaar. Voor de andere preparaten, veelal plantaardige middelen gemengd met metalen, is nu geen ander wettige positie meer aanwezig: aan de reguliere eisen kunnen zij - bij gebrek aan aangetoonde werkzaamheid - niet voldoen en homeopathisch zijn ze niet. Aanbieding zonder medische claim zou ze onder de warenwet doen vallen, maar hiervoor voelen de antroposofen niets.
De antroposofen voelden in 2002 de bui al hangen en mobiliseerden hun aanhang om de politiek te masseren. Aan voorzitter Netelenbos van de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid werd in december een petitie met 62.000 handtekeningen overhandigd, alsmede een Grijsboek met een beschrijving van de problemen, waarmee 150 antroposofische artsen en hun 200.000 patiënten te maken zouden krijgen als de minister vasthield aan zijn voornemen. Een kamermotie (dec. 2002) met een pleidooi voor een overgangsregeling voor de antroposofica, ingediend door D66 en Groen Links, werd bijna unaniem gesteund met als zeer gunstige uitzondering de SP.
Minister De Geus liet 14 februari 2003 weten deze motie te zullen trotseren en vond het 'onaanvaardbaar dat sommige artsen aan deze middelen grote geneeskundige effecten toekennen'. In het bijzonder noemt de bewindsman de uit maretak vervaardigde middelen die worden aangeprezen tegen kanker: het Iscador. De Federatie Antroposofische Gezondheidszorg FAG (zie ook www.antroposofica.nl
) heeft een kort geding tegen de staat aangespannen dat op 28 maart (noot redactie volgens mij
moet het 28 februari zijn, maar kan het mis hebben) dient. De minister verdient hoge lof voor zijn fiere en consequente positiekeuze: het is in lange tijd niet voorgekomen, dat een minister van volksgezondheid een tak van de alternatieve geneeskunde en de erin werkzame artsen zo ongehoord scherp veroordeelde.
Officiële standpunt van de SP tegenover alternatieve geneeswijzen.
Op een vraag van iemand over het standpunt van de SP over alternatieve geneeswijzen antwoordde de SP als volgt:
Geachte heer/ mevrouw ,
Hartelijk dank voor uw e-mail. Allereerst over de positie van fysiotherapeuten. Het is helaas zo dat door de beleidsvoering van de afgelopen jaren fysiotherapeuten niet meer het werk hebben kunnen doen waarvoor ze zijn opgeleid. Een van de oorzaken is de maximalisering
van het aantal behandelingen. Ieder mens is uniek en ondanks dat een aandoening hetzelfde kan zijn reageert ieder menselijk lichaam anders op een behandeling. De maximalisering zou daarom afgeschaft moeten worden want fysiotherapeuten zijn deskundig en moeten de vrijheid hebben om een patiënt de behandeling te geven die nodig is.
Nu de alternatieve geneeswijze. Ik wil beginnen met de berichten over dat Jan Marijnissen lid zou zijn van de vereniging tegen Kwakzalverij. Dit is niet het geval wel ontvangt de fractie het blad van de vereniging, net als vele ander vakbladen op het gebied van gezondheidszorg, om zo een standpunt te kunnen formuleren.
De SP-fractie vindt de registratie van homeopathische en de antroposofische middelen om de consumenten te beschermen tegen onveilige en onduidelijke producten zeer gewenst. Mensen moeten weten wat zij kopen en het is toch ook normaal dat fabrikanten weten wat zij verkopen als het gaat om dingen die mensen moeten doorslikken. Gezien de ervaringen met de farmaceutische industrie weten we dat het nodig is de druk goed op de ketel te houden om de benodigde informatie te verkrijgen. Wij waren dan ook geen voorstander van uitstel van de registratie. De fabrikanten hebben in het algemeen tijd genoeg gehad om de noodzakelijke gegevens voor de registratie te leveren.
Indien de registratie niet binnen de termijn plaats vond maar de dossiers waren wel aangeleverd werd bovendien coulant omgesprongen met de beschikbaarheid van de betreffende geneesmiddelen. Ook de rechter heeft vastgesteld dat de fabrikanten niet aannemelijk hebben kunnen maken dat de overgangstermijn te kort is geweest. De registratie van de antroposofische geneesmiddelen is iets gecompliceerder. Een deel van de middelen kan volgens de registratieprocedure van de homeopathische geneesmiddelen worden
geregistreerd. Voor een ander deel bestaat echter geen passende registratiemogelijkheid omdat deze niet zijn bereid volgens de homeopathische receptuur. Volgens de producenten van antroposofische geneesmiddelen is bij herhaling bij de overheid vanaf 1986 om passende
registratie gevraagd en hebben zij zelf daartoe ook al een voorstel gedaan.
Artsen, gebruikers en producenten hebben om een overgangsregeling voor antroposofische geneesmiddelen gevraagd en de Kamer heeft een motie hiertoe aangenomen. Volgens de minister zou zo'n overgangsregeling juridisch niet mogelijk zijn. De SP is geen voorstander van moties die juridisch niet uitvoerbaar zijn. Dan beloof je iets wat je niet kunt waarmaken.
Inmiddels hebben wij een brief ontvangen van de federatie Antroposofische gezondheidszorg waarin die juridische onmogelijkheid bestreden wordt.
Wij zullen met deze vereniging hierover in gesprek gegaan. Bijzondere aandacht behoeven de antroposofische geneesmiddelen die worden aangeprezen als therapie bij kankerpatiënten. Geneesmiddelen met dergelijk zware medische claims moeten door fabrikanten ook worden voorzien van wetenschappelijk bewijs over werking, veiligheid en kwaliteit en worden geregistreerd als geneesmiddel zodat deze zaken ook door de beoordelingsautoriteit kunnen worden vastgesteld. Volgens de vereniging worden hiermee de op maretakpreparaten gebaseerde antroposofische geneesmiddelen bedoeld die als adjuvante therapie bij kanker worden ingezet door antroposofische artsen die daarnaast ook gewoon gebruik maken van kankertherapieën die als regulier bekend staan. Wat betreft een van de middelen, Iscador, zou een registratieverzoek in voorbereiding zijn. Andere middelen met zware claims, zeggen zij niet te kennen. Ook hierover willen
wij met de vereniging in gesprek.
De SP is van mening dat zowel in de reguliere als in de natuurlijke geneeskunde onderscheid gemaakt moet worden in geneeskunde waarvan de effectiviteit wel is bewezen en waarvan de effectiviteit niet is bewezen. Van veel natuurlijke geneeswijzen is de effectiviteit door middel van wetenschappelijk onderzoek nog niet aangetoond. Ook bij een aantal handelingen en onderzoeken van de reguliere geneeskunde is dat het geval. Daar moet verandering in komen. De SP is dan ook groot voorstander van meer onderzoek op beide gebieden. Alleen die therapieën en behandelingswijzen dienen te worden vergoed waarvan op grond van degelijk en wetenschappelijk onderzoek de werking en het nut is aangetoond. Middelen waarbij dat
(nog) niet het geval horen niet in de basisverzekering. Homeopathische geneesmiddelen zitten nu niet in de basisverzekering. Ze moeten wel via de aanvullende verzekering vergoed kunnen worden, dat kan momenteel ook bij de meeste zorgverzekeraars.De SP staat ook zeer kritisch tegenover de agressieve marketing betreffende reguliere geneesmiddelen waaronder
pseudo-wetenschappelijk onderzoek. Dat leidt ertoe dat te vaak te dure geneesmiddelen worden voorgeschreven waarvan een eventuele extra werking boven op de werking van het al bestaande vergelijkbare middelen onvoldoende is bewezen. Wij hebben er in de Kamer sterk op aangedrongen deze marketing sterk in te dammen door een aanscherping van de reclamecode een verbod op commerciële artsenbezoekers en op pseudo-wetenschappelijk onderzoek oftewel de zogenaamde 'seeding-trials' die vooral bedoeld zijn om
geneesmiddelen in de pen van de artsen te krijgen. Niet alles wat onder de reguliere
geneeskunde gebeurd is per definitie goed, en niet alles wat onder de alternatieve geneeskunde gebeurt is per definitie slecht. Maar de toets moet zijn: is het nut en effect van een geneeswijze, een therapie of een behandeling wetenschappelijk aangetoond. Hoewel nog veel onbekend is over het effect van alternatieve geneeswijzen kan gezegd worden dat de
alternatieve genezer over het algemeen de tijd neemt voor de patiënt en meer oog heeft voor de mens als geheel. Dat is misschien een deel van de verklaring dat mensen er baat bij hebben en dat is iets dat de reguliere geneeskunde zich zonder meer mag aantrekken.
Met vriendelijke groet,
Renske Helmer
Beleidsmedewerker tweede Kamerfractie SP
Volgens prof. Nortier, lid landelijke beoordelingscommissie oncologische middelen bepalen de kosten van nieuwe behandelingen de toelating en niet het eventuele profijt voor kankerpatiënten.
5 april 2003: Bron: De Stem.
,br>
In een artikel van het Brabants Nieuwsblad/De Stem in de zaterdagkrant van 5 april 2003 doet
de Leidse internist-oncoloog professor Nortier, lid van de
landelijke beoordelingscommissie oncologische middelen, een paar krasse uitspraken over het al of niet toelaten van Caelix , een nieuwe vorm van chemo
tegen borstkanker die voor
patiënten een heleboel voordelen zou hebben. Zo zegt prof. Nortier over Caelix:
"Het is een duur middel, en we leven in een calvinistisch land. De vraag is of overheid en verzekeraars het medicijn beschikbaar willen stellen. Dat patiënten aanmerkelijk minder lijden, dat de kwaliteit van hun leven er aanmerkelijk op vooruit gaat, is niet altijd doorslaggevend." Veel kankerpatiënten weten natuurlijk al lang dat het er vaak helemaal niet om gaat of zij beter worden of hun
kwaliteit van leven wordt verbeterd, maar om dat nu bevestigd te zien worden door een man die notabene mede beslist over het al of niet toelaten van oncologische middelen is m.i. ronduit schokkend.
Bron: Brabants Nieuwsblad/De Stem d.d. zaterdag 5 april 2003:
Mildere chemokuur tegen borstkanker
Door Paulus Smits
Zaterdag 05 april 2003 - LEIDEN - Voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker is een nieuwe chemotherapie beschikbaar. Die kent veel minder bijwerkingen dan de bestaande behandelwijzen. De Europese Unie heeft ingestemd met het middel Caelyx.
Volgens de Leidse oncoloog-internist prof. H. Nortier is het echter nog maar de vraag of het middel op grote schaal in Nederland kan worden toegediend.
Medicijnkuren voor borstkankerpatiënten met uitzaaiingen gaan vaak gepaard met haaruitval en misselijkheid (braken). Bovendien hebben de meeste chemokuren nadelige effecten op het hart. Bij Caelyx treden deze verschijnselen niet of in sterk verminderde mate op.
Jaarlijks krijgen ongeveer tienduizend Nederlandse vrouwen de diagnose borstkanker te horen. Daarmee is borstkanker in Nederland de meest voorkomende soort kanker bij vrouwen. Elk jaar sterven er 3500 patiënten aan. Prof.
Nortier, lid van de landelijke Beoordelingscommissie Oncologische Middelen: "Bij ongeveer de helft van alle patiënten met borstkanker ontwikkelen zich binnen vijftien jaar uitzaaiingen. Voor deze vrouwen is het prettig dat er nu een chemotherapie is met minder bijwerkingen." Dat Caelyx grootschalig beschikbaar komt, betwijfelt hij echter. "Het is een duur middel, en we leven in een calvinistisch land. De vraag is of overheid en verzekeraars het medicijn beschikbaar willen stellen. Dat patiënten aanmerkelijk minder lijden, dat de kwaliteit van hun leven er aanmerkelijk op vooruit gaat, is niet altijd doorslaggevend."
Over de gevolgen voor het hart zegt cardioloog dr. S. Braat van het Academisch Ziekenhuis Maastricht: "De verhoging van de dosering bij de conventionele chemotherapie heeft de laatste jaren tot een sterke stijging van hartklachten geleid. Deze problemen kunnen zich al tijdens de therapie openbaren, maar ook weken na de beëindiging van de therapie en soms zelfs pas na jaren. Met het nieuwe middel werden bij grote internationale onderzoeken tot nu toe geen hartkwalen waargenomen."
De werkzame stof van Caelyx is verpakt in minuscuul kleine vetbolletjes, die weer omgeven zijn door een waterige massa. Hierdoor kan het geneesmiddel de tumor goed bereiken en tast het de gezonde cellen minder aan. Het wordt eens in de vier weken toegediend.
Antroposofische middelen mogen niet van de markt gehaald worden tot bodemprocedure die de FAG heeft aangespannen is beeindigd.
Bron: ANP, 15 april 2003
Antroposofen krijgen voorlopig gelijk met medicijnen
(15-4) Antroposofische geneesmiddelen mogen niet van de markt worden gehaald. Twee Nederlandse producenten mogen de middelen blijven vervaardigen en verkopen. Dat heeft de voorzieningenrechter in Den Haag dinsdag in kort geding bepaald.
Minister De Geus van Volksgezondheid moet gedogen dat de medicijnen op de markt blijven tot een bodemprocedure hierover is afgerond. Inzet van die procedure is dat de bewindsman in afwachting van Europese regels een overgangsregeling voor deze geneesmiddelen ontwerpt. Volgens de regels mogen niet-conventionele geneesmiddelen alleen worden verkocht als ze zijn geregistreerd. Maar dat is niet bij alle antroposofische middelen mogelijk. Het deel dat niet valt onder de homeopatische middelen, zou volgens de regels van de markt moeten verdwijnen. De rechter heeft daarvoor een stokje gestoken.
De Federatie Antroposofische Gezondheidszorg had het kort geding aangespannen nadat De Geus in januari had aangekondigd dat hij strafrechtelijk wilde optreden tegen de productie en de verkoop van de antroposofische medicijnen. De Tweede Kamer steunde het standpunt van de antroposofen en vroeg de minister om een overgangsregeling. Maar De Geus zei dat dat juridisch niet mogelijk was.